Surinaams erfgoed bij Middachten - deel 3

Bentinck in Suriname en Guyana op Middachten

Voor dit laatste deel keren we terug naar de derde aquarel van Louise Van Panhuys die eerder in deel één kort besproken is. Op dit werk zou voor het gouverneurshuis te zien zijn: Charles Ferdinand Bentinck, gouverneur van Suriname. Vermeld wordt daarnaast een neef, aangeduid met F.C. Bentinck en een paardenjongen, hoogst waarschijnlijk een slaafgemaakte jongen.

Wie waren deze Bentincks?

Karel of Charles Ferdinand Bentinck (1764-1811) was met zijn broer Henry William Bentinck (1765-1820) uit angst voor de Fransen naar Engeland gevlucht. Engeland was een logische keuze, niet alleen omdat de stadhouder hier eveneens zijn toevluchtsoord had gevonden, maar ook omdat de broers vertrouwd waren met het land. Hun grootvader Willem Bentink was er geboren en woonde er met hun grootmoeder, Charlotte Sophie van Aldenburg. De broers werden vervolgens door de Engelse regering aangesteld als gouverneurs van drie Nederlandse koloniën in Zuid-Amerika die in Engelse handen waren overgegaan: Karel Ferdinand werd gouverneur van Suriname, zijn broer van Demerara en later Berbice, twee koloniën die later deel uitmaakten van  Guyana.

De link nu tussen de twee broers en Middachten ligt bij hun schoonzuster Jacoba Helena, gravin van Reede-Ginkel, vrouw van hun broer Jean Charles van Aldenburg Betinck. Haar vader was eigenaar van Middachten. Haar beide broers stierven kinderloos en zo ging Middachten over naar twee van haar zonen: Willem Frederik Christiaan en Carel Anton Ferdinand.(1) Deze Carel Anton Ferdinand en een andere broer Henny John William zullen later een claim indienen bij de Britse regering om gecompenseerd te worden voor het aantal slaafgemaakten dat in vrijheid zou worden gesteld bij de afschaffing van de slavernij in Demerara, waarschijnlijk via het bezit van hun oom, de gewezen gouverneur Henry William Bentinck. De claim werd afgewezen.(2)

Elizabeth Rouse Bentinck - ‘free woman of st. Vincent’  

De neef op de aquarel kan Willem Frederik Christiaan zijn – de neef wordt op de achterkant aangeduid met F.C. Bentinck -  maar wellicht betreft het hier een zoon van de broer Henry William die gouverneur was van de naastgelegen kolonie Demerara en Berbice. Want hoewel zijn kinderen niet direct in stambomen terug te vinden zijn (3) , had hij wel degelijk kinderen, zij het als ongehuwde vader. Zo wordt in mei 1798 te Demerara Henry William gedoopt, aangeduid als zoon van Henry William Bentinck en Elisabeth Rouse.(4)

Hij is niet hun enige zoon, zo blijkt uit het testament van Elizabeth Rouse, dat zij laat opmaken in 1806.(5) Daarin spreekt zij over drie zonen en houdt ze de mogelijkheid open dat er nog meer kinderen komen. Met een snelle ‘google-search’ kwam de naam John William Rouse naar voren, vermeld in de Demerary Essequibo Royal Gazette, waarin zijn ophanden zijnde vertrek uit Demerara wordt aangekondigd. Een Sophia Rouse komt voor in het Bentinck/Aldenburg-archief. Hun eerder genoemde neven die een claim indienden bij de Britse regering voor een compensatie bij de afschaffing van de slavernij in Demerara, hebben met de kinderen van hun oom, zo lijkt het, geen rekening gehouden.

Opvallend ten slotte is dat Elisabeth Rouse zichzelf in het testament voorstelt als ‘free woman of color from st. Vincent’. Wellicht verklaart dit waarom Henry William Bentinck niet met haar getrouwd is; een huwelijk met een gekleurde vrouw was in strijd met de toenmalige racistische mores. In een advertentie uit 1812 waarin zij op zoek is naar een beheerder van de plantage, duidt zij zichzelf overigens wel aan met Elizabeth Rouse Bentinck, wat binnen die context  als daad van verzet kan worden gezien.(6)

Van Frankfurt naar Middachten

De relaties van Bentincks en hun doen en laten in Suriname en Guyana – de naam Bentinck komt overigens in beide landen voor onder slaafgemaakten – verdienen een geheel eigen spoor.

Terug naar de aquarellen en naar de vraag hoe de werken op Middachten terecht zijn gekomen. Dat blijft lastig, want de twee met stadsgezichten in Paramaribo zijn door Louise van Panhuys voorzien van het jaartal 1818. Dit zou betekenen dat ze beide, eenmaal terug in Frankfurt, heeft geschilderd of in ieder geval heeft voltooid. Bentinck was in 1811 overigens al gestorven, het jaar dat zij in Suriname arriveerde. Heeft ze deze vervolgens opgestuurd naar Middachten? Het zou kunnen, want opvallend is dat ze de titels erg algemeen heeft gehouden, geschikt voor iemand die nooit in Suriname is geweest. Correspondentie hierover was via het archief van Middachten of van de familie Oldenburg/ Bentinck nog niet te achterhalen. Of er moet in het kasteel zelf nog een aanwijzing te vinden zijn. Niet onmogelijk; toen ik in 2019 een bezoek bracht aan het kasteel en de conservator mij de reisschrijftafel van Karel Ferdinand Bentinck toonde, en we met moeite een van de twee schrijfkleppen open kregen, bleken daar nog brieven onder te zitten. Maar ook van Louise van Panhuys zijn nog brieven bewaard gebleven, die nader onderzoek verdienen.     

Ten slotte  

De vraag hoe en wanneer de drie aquarellen van Louise van Panhuys precies op kasteel Middachten terecht zijn gekomen, is nog niet beantwoord. Dit laat onverlet dat Middachten eigenaar is van uniek Surinaams erfgoed. De werken bieden aanknopingspunten voor vele verhalen over Suriname en de slavernij, zelfs over de familie Bentinck in Guyana, zoals we hebben gezien. Al die verhalen kunnen worden gekoppeld aan concrete plekken, zichtbaar in deze en andere aquarellen, waardoor de geschiedenis van slavernij in Suriname nog meer tot leven komt. Zelfs een aquarel met slechts enkele gevels van Paramaribo nodigen uit een kijkje te nemen op de erven achter de huizen, en ons een voorstelling maken van het leven van de mensen op het erf, de slaafgemaakten. Dus koesteren dit erfgoed en zorgvuldig conserveren voor de toekomst!

Voor wie een indruk wil krijgen van het andere werk van Louise van Panhuys kan op deze website kijken. Een aantal van de titels in deze database verdient wel correctie.

Dit is deel 3 van een driedelige serie over de schilderijen van Van Panhuys. Lees deel 1 hier, en deel 2 hier.

Bronnen:

  • (1) Ortenburg-Bentinck I.A. gravin & N.W. Conijn , Tuinen en Kasteel van Middachten (2002).
  • (2) Zie: Legacies of British Slave Ownership (geraadpleegd 10 mei 2021).
  • (3) De stamboom van Bentinck (PDF)
  • (4) Gelders Archief, archiefnr. 0613, inv.nr. 1721.
  • (5) Gelders Archief, archiefnr. 0613, inv.nr. 1699.
  • (6) Demerary Essequibo Royal Gazette, 27 juni 1812. 


Rechten

© Ineke Mok, CC-BY

Relevante links

Vond u dit artikel nuttig?

Kenmerken

  • Sporen van slavernijverleden
  • Personen
  • Oost - West
  • 1700-1800
  • Rheden
  • Arnhem e.o.

Plaats

Location on map

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

026-3521690
info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

 

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

T 026-3521690
E info@mijngelderland.nl