Leven van de natuur 1890

Ansichtkaart uit 1912 met bosbessenplukkers. Jong en oud zijn begin juli dagenlang in de bossen aan het plukken. Collectie G.G.Driessen
'Kom, we plukken op de weg aan!', roept moeder luid. 'Het is genoeg voor vandaag'. Met zijn achten zijn ze in het bos. Moeder en zeven kinderen. Even verderop zijn hun buren bosbessen aan het plukken. Die zijn met z'n tienen. Van 's morgens vroeg tot het vallen van de avond wordt geplukt.

Opkopers wegen de bosbessen, die in mandjes worden vervoerd. Het verdiende geld is broodnodig in de arme gezinnen. De bosbessen gaan per spoor naar Engeland. Er worden jam, medicijnen en kleurstof van gemaakt. Eenmaal thuis helpen de oudste kinderen vader met het binden van bezems. Vader vertrekt de volgende dag met de twee oudsten en een volgeladen hondenkar naar Arnhem. Ze blijven enkele dagen weg. Tot de bezems zijn verkocht. In de hondenkar nemen ze ook wat heidemandjes mee voor de verkoop.

Hausieren

Anderen gaan nog veel langer van huis. Met een woonwagen of een huifkar vertrekken ze in het voorjaar naar Duitsland. Pas met de kermis in september komen ze terug. De huifkar zit bomvol paraplu's en bezems die diep in Duitsland huis aan huis worden verkocht. De handel in Duitsland levert flink geld op. Rond 1900 zijn ongeveer duizend Groesbekers zo onderweg. Het reizen met woonwagen of huifkar heet 'hausieren'. Strenge grensvoorschriften maken daar na 1912 een einde aan.

Vond u dit artikel nuttig?
Ja Nee

Inschrijven nieuwsbrief

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

T 026-3521690
E info@mijngelderland.nl