Maarten Imkamp (1954) behoorde tot de eerste ploeg jeugdroeiers die de Arnhemse watersportvereniging Jason vertegenwoordigde bij de Nationale Kampioenschappen in 1974. Daarna liet hij Jason lange tijd achter zich, maar in 2000 begon het opnieuw te kriebelen. Sindsdien roeit hij weer wedstrijden bij de club.
“Ik ben in 1954 geboren in Amsterdam. In 1960 verhuisden we naar Arnhem. Mijn vader was een roeier en hij werd lid bij Jason. Hij had een zomerhuisje bij de Bijland, met een roeiboot. Ik was zes, zeven jaar. Mijn vader nam ons mee de Rijn op. Ik heb thuis nog een foto, daar zit ik met mijn broer aan het roer. Het is begin jaren ’60. Mijn vader roeit. En mijn jongere zus zit op de punt van de boot, kijken waar de andere schepen zijn. Twee jochies laten sturen op de Rijn... Over veiligheid gesproken! Als ik het nu zo zou doen dan zou ik uit de vereniging gezet worden denk ik. Dat waren mijn eerste ervaringen met Jason.”
“Op mijn dertiende of veertiende ben ik lid geworden van Jason. Er ontstond een groep van acht jongens onder leiding van een hele fanatieke coach, René van Doorn. Die zag potentie en begon ons te trainen. Uiteindelijk mochten we meetrainen met de Nederlandse roeiselectie op Papendal! Ik heb later begrepen van René dat ze daar dachten dat wij die trainingen niet zouden volhouden." Jason was toen nog onbekend in de roeiwereld. "De trainingen waren zwaar. Nu zijn trainingen fysiologisch (lichamelijk) verantwoord, maar toen moest je gewoon iemand op de rug nemen en dan op een bankje springen. Naar je houding werd eigenlijk niet gekeken. Daar heb ik wel een aantal kwetsuren aan over gehouden. Maar we bleven doorgaan, en we vielen niet af. Zo kwamen we in de kijker. In 1974 hebben we de eerste nationale roeimedailles voor Jason gewonnen. Ook is uit dat clubje jongens de eerste uitzending naar het WK voor junioren voortgekomen! Daar is de basis voor het jeugdroeien bij Jason gelegd.”
“Op mijn achttiende ben ik naar Groningen vertrokken om te studeren. Na de studie keerde ik terug naar Arnhem en in ’99 of ’98 kwam ik een roeicoach van Jason tegen bij de Albert Heijn in Velp. Pieter de Jong, een echte fanatiekeling. Hij coachte op dat moment de jeugdroeiers. Hij vond het tijd dat ik weer bij Jason ging roeien. Toen hebben we weer een groep van acht gevormd, oud-jeugdwedstrijdroeiers. Met deze veteranenploeg varen we nog steeds wedstrijden. Ook ben ik rond 2003 de jeugd gaan coachen. Mijn eigen dochters zaten daar ook bij. We hebben het dus over drie generaties van mijn familie die bij Jason hebben geroeid!”
“Wat het roeien mij geeft? Je stapt door de concentratie op het roeien uit alle problemen, gedoe op je werk. Je creëert een mentale rust. Je hebt alleen de boot. Je maakt je wereld eigenlijk verschrikkelijk klein. Maar daarmee verruim je de ruimte in je hoofd. Verder train je bij roeien je hele lichaam en omdat je buiten bent maakt je alle weersomstandigheden mee. Bovendien is het een teamsport. Je zit samen in de boot en je bent van elkaar afhankelijk. Dat is een goede leerschool. In de boot leer je dat je tot mooie resultaten kan komen als je je afstemt op andere mensen.”
“Toen ik na een jaar of 25 weer terugkwam bij Jason viel het me op dat het allemaal wat professioneler was geworden. Gestructureerd. Het materiaal is ook veranderd; vroeger voeren we met houten boten, nu is alles van kunststof. Of de cultuur verder veranderd is? Dat vind ik moeilijk te zeggen. In ieder geval kent de roeivereniging nu een stevige wedstrijdpoot. Maar je hebt ook nog steeds veel sociale roeiers, die zijn er altijd al geweest. En je hebt natuurlijk ook nog de andere verenigingen van Jason, de kanoërs en de zeilmotorbootvaarders. De kanoërs tref je op de loods want de kano’s en roeiboten liggen samen opgeslagen. Je maakt een praatje op het vlot. Die verhouding is goed. In het verleden zijn er wel eens schermutselingen tussen de motorboters en de roeiers geweest, met name op vergaderingen. Over contributie, over de ruimtes die we delen. Dat is ook waarom de verenigingen uit elkaar zijn gegaan. Botsende belangen, maar misschien ook botsende culturen. Ik heb wel het idee dat de gemoederen de laatste jaren getemperd zijn.”
“Mijn mooiste herinnering? In 2024 hebben we met de veteranengroep de Head of the River Amstel gewonnen." Dat is een langeafstandswedstrijd waarbij de roeiers over de Amstel naar het centrum van Amsterdam roeien. "Er doen heel veel ploegen mee. Het is één van de mooiste wedstrijden. En dat ik die nu nog mag winnen... Dat vind ik echt een hele mooie belevenis."
De Head pakt overigens niet altijd goed uit. "In 2014 deden we mee met een houten boot. We voeren Amsterdam binnen ter hoogte van roeivereniging Willem III. Daar staat altijd een tribune dus we konden het gejoel horen. De Roeivereniging Breda liep op ons in. Ineens voeren ze op de achterkant van onze boot. Ons schip werd gewoon in tweeën gebroken! De stuurman zat aan de ene kant, wij roeiers aan de andere. Al zinkend moesten we snel naar de kant zien te komen. Dat was wel een dompertje. Sindsdien is er een eeuwige concurrentiestrijd gaande met Breda. De laatste jaren weten wij van ze te winnen!
“Alles wat goed is, wens je toe dat het zo mag blijven. Dat geldt ook voor Jason. Er zullen dingen veranderen, dat heb je niet in de hand, maar dat kun je opvangen met elkaar. Het is belangrijk dat de liefde voor de watersport prevaleert. Dat is hetgene wat de verschillende sportafdelingen bindt. Tegenslagen moeten ons niet beïnvloeden, maar we moeten die samen opvangen en met spirit doorzetten. Dat is wat mij betreft het belangrijkste voor de toekomst van Jason.”
Marieke Jager, CC-BY