Rivierlopen manipuleren

De Waal als natuurlijke en beteugelde rivier - De gereguleerde Waal 6

Gedurende de middeleeuwen had de mens weinig invloed op de rivier. De Waal was een brede stroom, soms met eilanden, geulen en ondiepten. Een geul kon zich verleggen en dat kon gevaar opleveren. De Waal kreeg na verloop van tijd bovendien steeds meer water te verduren ten koste van de Rijn. Pas in de afgelopen vier eeuwen kunnen we de rivier beter controleren.

Deze tekst maakt onderdeel uit van de special Verbeelding van de Waal, De Waal als natuurlijke en beteugelde rivier, thema De gereguleerde Waal.

Gevaarlijke bochten

Na de bedijking was de rivier nog niet getemd. De rivier kon zich binnen de uiterwaarden blijven bewegen. Riviergeulen konden verzanden of zich opnieuw verdiepen en rivieren konden zich verleggen. Soms werd zo’n verschuiving ook door mensen geïnitieerd. Mensen bouwden dammetjes in de rivier om landaanwas te stimuleren. Maar daardoor verschoof de rivier naar de overkant, tot zorg voor de bewoners daar... (zie ook Waterwolf de Waal, Rivieren verschuiven). Vooral rivierbochten waren gevaarlijk. Zo’n kronkel had de neiging zich naar buiten toe uit te breiden en kon richting een dijk verschuiven en die ondermijnen. Complete dorpen aan de Waal zijn hierdoor verdwenen. Pas na de middeleeuwen was er voldoende samenwerking tussen dorpen en steden en voldoende kapitaal om dergelijke rivierbochten onschadelijk te maken door ze af te snijden. Een vroeg voorbeeld is de afsnijding van een Waalbocht bij Hurwenen, ten oosten van Zaltbommel. De bocht ondermijnde de dijken, die steeds landinwaarts opnieuw moesten worden opgebouwd. De steeds grotere bocht belemmerde bovendien de scheepvaart. Om die reden werd de bocht op last van de stad Zaltbommel in 1639 afgesneden. De restgeul werd de Kil van Hurwenen genoemd. Op de kaart is te zien dat de verlanding van de oevers langs de dijk wordt bevorderd met de teelt van wilgen (rijshout). Tegenwoordig is de deels verlande Kil een natuurgebied. De bocht is nog steeds herkenbaar in de vorm van de plas. Ook bij Gendt en Bemmel en Herwen werden bochten afgesneden. De gevaarlijke kronkels van weleer zijn nu vaak stille, serene waterlopen met namen als Oude Waal of Hurwenense Kil.

De Waal wordt groter, de Rijn verzandt

Drusus was er in de Romeinse tijd al mee begonnen, maar bijna 1700 jaar later was het weer zover. Het splitsingspunt van Rijn en Waal moest worden aangepast. In de zeventiende eeuw lag dat bij het nu in Duitsland gelegen Schenkenschanz, ten zuiden van Lobith. Schenkenschans was in de zeventiende eeuw een vesting van de Republiek, die de oostgrens en de toegang tot de Nederlanden over de grote rivieren controleerde. Dat was belangrijk want Nederland voerde oorlog met Engeland en Frankrijk. Maar de Rijn en de Waal waren erg onrustig in dit gebied. In de voorgaande eeuwen hadden ze zich al meerdere malen verlegd en ze stonden op het punt dit opnieuw te doen. De Waal werd op dat moment steeds groter, de Rijn was aan het verzanden en slonk tot enkele smalle geulen, tegenwoordig bekend als de Rijnstrangen. De Franse Koning Lodewijk XIV kon met 150.000 soldaten de ondiepe geulen bij Lobith gemakkelijk doorwaden. Grote delen van Nederland werden bezet en geplunderd (zie Strijd aan de Waal, Schenkenschans). 

Een nieuw splitsingspunt

Na de terugtocht van de Fransen, in 1674, overlegden de Nederlandse gewesten en steden voor het eerst over grote werken in de rivieren. Ze hadden een gezamenlijk belang: de verzande Rijn bij Lobith moest weer een militaire barrière worden. Om nieuwe invallen vanuit het oosten af te slaan, legde vestingbouwer Coehoorn in 1701 een gracht met een verdedigingswal aan. Dit ‘retranchement’ lag tussen de Waal en de nog diepe delen van de Rijn. De handelssteden aan de Rijn en de IJssel wensten vurig om deze gracht het Waalwater naar de verzande Rijn te laten voeren. Maar de handelssteden aan de Waal hielden een directe verbinding met de Waal tegen. In 1707 kregen de Rijnsteden hun zin. Ondanks sabotagepogingen van de Waalsteden werd de verdedigingsgracht verbreed en met de rivieren verbonden. Het snelstromende water schuurde de gracht uit tot de bevaarbare, diepe loop die het Pannerdensch Kanaal is gaat heten. Zes kilometer stroomafwaarts van het oude splitsingspunt was een nieuwe ontstaan. De samenwerking tussen steden en gewesten die tot het Pannerdensch Kanaal leidde, wordt vaak gezien als het begin van Rijkswaterstaat.

Bron

  • Sleutel van het verleden, sleutel tot de toekomst; de roemrijke cultuurhistorie van de Rijnstrangen, 2011, F. van Hemmen, M. Tilstra en J. Mulder.
  • Aan de wieg van Rijkswaterstaat, Wordingsgeschiedenis van het Pannerdens Kanaal, 1976. G.P. van de Ven.


Auteur: Overland, in opdracht van De Bastei, Nijmegen.

Vervolg: De beteugelde rivier


Rechten

©

Verwante collectiestukken

Ga naar CollectieGelderland

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

026-3521690
info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

 

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

T 026-3521690
E info@mijngelderland.nl