“Dat is toch een vlag op een modderschuit”

Schoenmaker Nico Bron over zijn vak en de verdwenen schoenmakerij in Culemborg

In het midden van de vorige eeuw telde Culemborg twaalf of dertien schoenmakers. Inmiddels zijn ze allemaal verdwenen. Nico Bron was de laatste gediplomeerde schoenmaker in de Lekstad.

Boven de zaak

“Mijn vader had zijn schoenmakerij in de Herenstraat. Wij woonden erboven. Mijn vader heette Mak Bron, maar veel mensen noemden hem Makkie. Als jongen hielp ik hem regelmatig in de werkplaats. Ik vond het leuk om met leer te werken.

Nico Bron met zijn vader in de schoenmakerij - archief Nico Bron, alle rechten voorbehouden

In de jaren vijftig waren er in Culemborg wel twaalf of dertien schoenmakers. Elke schoenmaker had zijn eigen klantenkring. Mensen brachten hun schoenen als er iets gerepareerd moest worden. De schoenmakers hadden een vereniging opgericht en hielpen elkaar als er iemand ziek was. Er was dus niet alleen concurrentie.”

Naar de vakschool

“Ik wilde het vak leren. Daarom ging ik naar de schoenmakersvakschool in Drunen. Ik stond om zes uur al op. Eerst met de trein en dan bij Den Bosch overstappen op de bus. De opleiding duurde drie jaar. Je leerde leer snijden, naaien, stikken, hakken opzetten en werken met machines. Ook ontwierpen en maakten we nieuwe schoenen. Voor het examen moest je drie paar schoenen maken: twee paar herenschoenen en een paar kinderschoenen. Later heb ik in Amersfoort nog een opleiding schoenenreparatie gedaan. Vroeger moest je vakdiploma’s hebben als je je wilde vestigen. Tegenwoordig kun je zo beginnen.”

Examen in Rotterdam

“Voor het vakdiploma schoenenreparatie moest ik examen doen in Rotterdam. We moesten in korte tijd een paar leren muilen maken. Vooral de leren neuzen kostten veel tijd. Die moest je helemaal bijschaven. Iemand vertelde me dat je tijd kon winnen als je die neuzen thuis alvast maakte. Dat heb ik toen gedaan. Tijdens het examen haalde ik ze stiekem uit mijn zak. Ik slaagde, maar de twee anderen met wie ik naar Rotterdam was gereden, zakten. Dat vond ik sneu. Mijn trucje heb ik ze niet verteld.”

Hollen of stilstaan

“Toen mijn vader 65 werd, heb ik de zaak overgenomen. Het was hollen of stilstaan. In het najaar was het druk. Dan kwamen de winterschoenen uit de kast en stonden de rekken helemaal vol. Een paar avonden per week werkte ik tot diep in de nacht door. In de zomer was het rustig, want dan liepen mensen op slippers. En als er sneeuw lag, had je ook weinig te doen. Personeel kon ik er niet bij nemen. Die moet je doorbetalen als het rustig is en dan red je het financieel niet.”

Langs de deur

“Vroeger hadden mensen weinig schoenen. Eén of twee paar, drie hooguit. Dat waren leren schoenen en die kon je goed repareren. In slappe tijden gingen schoenmakers ook bij klanten langs de deur. Dat deed mijn vader vroeger ook en ik heb het zelf ook een paar jaar gedaan. Vooral bij grote gezinnen was er vaak wel iets te herstellen. Zo ging dat vroeger. De bakker, de slager en de kruidenier kwamen ook aan huis.”

Mooie schoenen

“De jaren zeventig en tachtig waren goede jaren. Dat lag ook aan de mode. Mannen die op kantoor werkten, droegen een net pak. Daar hoorden mooie schoenen bij. En dames liepen op mooie pumps. Die moesten allemaal onderhouden worden. En het was extra leuk als iemand mooie merkschoenen bracht. Van Bommel, Greve, dat soort schoenen. Daar kon je mooi werk aan doen. En ik vond het contact met klanten ook prettig.”

Bij de beste vijf

“Op een dag kwam er een klant binnen met de Consumentengids. Die zei: ‘Je staat erin. Bij de beste vijf schoenmakers van Nederland.’ De Consumentenbond had ongemerkt drie paar schoenen bij mij gebracht en die had ik gerepareerd. Dat was wel een hele eer. Ik heb toen zelf de Culemborgse krant gebeld. Mooiere reclame kun je niet hebben.”

Nico Bron met een klant in zijn schoenmakerij - archief Nico Bron, alle rechten voorbehouden

Geen schoenmaker meer

“In de loop van de jaren werd het minder. Midden jaren negentig zwakte het af. De mode veranderde. Er kwamen steeds meer schoenen waar je als schoenmaker weinig mee kon. En tegenwoordig lopen mensen allemaal op gymschoenen. In 2013 ben ik gestopt. Een collega uit Geldermalsen nam mijn voorraad over. Hij zei: ‘Als je je soms gaat vervelen, kun je bij mij komen werken.’ Ik heb daar nog een tijd één dag in de week gewerkt. Daar zag ik nog vaak mensen uit Culemborg.”

Een vlag op een modderschuit

“Ik let nog steeds op schoenen. Als ik met mijn vrouw op een bankje zit, kijk ik wat er langskomt. Dan zie je mensen lopen op gymschoenen. Dat vind ik waardeloos. Soms zie je een man in een mooi pak, met een overhemd en alles. Dan kijk je naar beneden en dan loopt hij op sportschoenen. Dan denk ik: dat pak met die sportschoenen eronder, dat is toch een vlag op een modderschuit.”


Rechten

Dianne Duijs en Huub Baijens, Regionaal Archief Rivierenland - alle rechten voorbehouden, CC-BY-SA

  • Sprekende Herinneringen

  • Werk

  • 1950-2000

  • Culemborg

  • Archieven

  • Rivierengebied

Relevante links

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

E info@mijngelderland.nl