Alex Hes werd op 8 november 1924 geboren in Zaltbommel. Hij groeide op in een Joods gezin met zijn ouders, een zus en een jongere broer. De familie had een winkel in de stad. Alex ging naar de lagere school in Zaltbommel en later naar de mulo in Den Bosch. In een interview bij Alex thuis kijkt hij terug op zijn jeugd en op het Joodse leven in Zaltbommel vóór de Tweede Wereldoorlog; een kleine gemeenschap die midden in de Bommelse samenleving stond.
“Voor de oorlog woonden er in Zaltbommel en omgeving zo’n tachtig tot negentig Joden. Sommigen woonden in Rossum, Aalst, Herwijnen en andere plaatsen, maar de mensen die in Zaltbommel woonden, kende ik natuurlijk het beste.
Wij waren gewoon onderdeel van de stad. Er werd niet zo op gelet of iemand Joods, katholiek of protestant was. Iedereen deed mee.
Mijn oom Hugo was lid van de vrijwillige brandweer. Mijn oom Moos van Straten had een winkel in porselein en aardewerk aan de Gamerschestraat. Achter de winkel, in de Kloosterstraat, had hij een magazijn met lompen, metalen en oud ijzer. Daar werkte Stephen de Grauw. Hij was katholiek, maar op vrijdagavond en zaterdag hielp hij in de synagoge. Hij deed de lichten aan en later weer uit, want Joden mochten op sabbat geen vuur maken of licht aansteken. Dat vond niemand vreemd. Zo ging dat gewoon.

Rechts Arnold Hes (de vader van Alex) en in het midden Moos van Straten (oom van Alex), aan het kaarten achter het huis van de familie Hes.
Mijn oom Moos was lid van het Bommels Mannenkoor. Andere Joodse mensen zaten bij zangverenigingen, de zwemverenigingen of andere sportclubs. De familie Joosten had een slagerij in de Bosstraat en Wiet Joosten voetbalde bij Olympia, in het eerste elftal.
Mijn vader zat bij de bridgeclub. Hij had die club mede opgericht. Daar speelden Joden en niet-Joden gewoon samen.
We hadden ook onze eigen verenigingen. Er was een Joodse toneelvereniging, een vrouwenvereniging, een begrafenisvereniging en een armenvereniging. Dat was belangrijk voor de gemeenschap. Je hielp elkaar en zorgde voor elkaar.
Een keer per jaar was er in het Nutsgebouw een groot feest rond Chanoeka. Eerst speelde de Joodse toneelvereniging een toneelstuk en daarna was er een bal met muziek van de Bommelse band “de Jungle”. En er was een groot koosjer buffet. We hadden hier verschillende Joodse slagers en die verzorgden om de beurt het eten. Broodjes, worst, pekelvlees en van alles wat erbij hoorde.

Een uitvoering van de Joodse toneelvereniging
Dat was een hele happening. Het was eigenlijk bedoeld voor Joodse mensen, vooral om jonge mensen met elkaar kennis te laten maken. Maar dat lukte nooit helemaal. Iedereen had vrienden en vriendinnen die niet Joods waren en die kwamen ook mee. Uiteindelijk waren er bijna net zoveel niet-Joden als Joden. Eigenlijk was heel Bommel erbij betrokken.
Er kwamen zelfs mensen uit het hele land naar Zaltbommel. Wij hadden ruimte achter de winkel en in de magazijnen. Daar sliepen soms twintig of vijfentwintig jongelui. Op bedden, op matrassen op de grond – het maakte niet uit. En 's nachts was het natuurlijk ook feest.
De synagoge was het middelpunt van het religieuze leven. Niet iedereen kwam iedere sabbat, maar met Grote Verzoendag en andere feestdagen stroomden de mensen toe.
Sommigen kwamen van ver. Ik weet nog dat de familie Van Straten uit Rossum soms helemaal naar Zaltbommel liep. Zij waren vroom en kwamen te voet naar de synagoge. Na afloop bleven ze dan bij kennissen slapen of ze werden opgehaald.

Maurits de Jong als voorganger in de Zaltbommelse synagoge
Zo had je in de gemeenschap allemaal verbindingen met elkaar. De synagoge was niet alleen een plaats om te bidden. Je ontmoette er familie, kennissen en mensen uit de omliggende dorpen.
Als ik aan mijn jeugd denk, herinner ik me vooral dat Joden en niet-Joden gewoon met elkaar omgingen. Joden waren vaak lid van Bommelse verenigingen: de bridgeclub, het mannenkoor, de voetbalclub en andere verenigingen.
Er was natuurlijk wel een geschiedenis van uitsluiting. Joden mochten vroeger bijvoorbeeld geen lid worden van de Sociëteit van Verdraagzaamheid. Sommige Joodse families waren daarom christen geworden, zodat ze wel toegang kregen tot die kringen. Maar in mijn jeugd was de situatie anders. We waren opgenomen in het dagelijks leven van de stad.
Je moet het zo zien: je kende elkaar en als je elkaar kent, ontdek je dat de ander helemaal niet zo anders is.Voor de oorlog waren wij in Zaltbommel dus niet een groep die apart leefde. We waren Joods, zeker, met onze eigen feestdagen, onze synagoge en onze verenigingen. Maar daarnaast waren we gewoon Bommelaars. Dat is misschien wel het belangrijkste wat ik me herinner: je leefde gewoon als een normale burger.”
Tom Metz heeft Alex Hes in 2010 geinterviewd, dit is de eerste keer dat Tom Metz publiceert uit dit interview. Op 13 augustus 2013 is Alex Hes overleden.
Dit is deel 1 van een drieluik over het bijzondere leven van Alex Hes.
Tom Metz, Regionaal Archief Rivierenland - alle rechten voorbehouden, CC-BY-SA
Sprekende Herinneringen
Streekgeschiedenis
1900-1950
Zaltbommel
Archieven
Rivierengebied