Jan van Riebeeck – Culemborgers aan de Kaap

Sporen van Gelders slavernijverleden in zuidelijk Afrika - deel 3

Culemborger Jan van Riebeeck wordt door de VOC uitgestuurd om aan de Kaap de Goede Hoop een verversingsstation te vestigen. Onder zijn verantwoordelijkheid worden kolonisten-boeren toegelaten en slavernij in zuidelijk Afrika geïntroduceerd. In deze eerste jaren van de VOC-bezetting is van Riebeeck niet de enige Culemborger aan de Tafelbaai.

Jan van Riebeeck (1619-1677) is in Culemborg geboren als zoon van chirurgijn Anthonij van Riebeeck en Elizabeth van Gaesbeeck. Het gezin verhuisde in 1622 naar Schiedam. De opdracht om een verversingspost aan de Kaap de Goede hoop te stichten was een herkansing voor Van Riebeeck als functionaris in dienst van de VOC. Eerder was hij voor de Compagnie al actief in Batavia, Deshima (Japan) en Tonkin (Vietnam), maar nadat bleek dat hij voor eigen rekening handelde is Van Riebeeck teruggeroepen naar de Nederlandse Republiek. Hij hoort bij de retourvloot die in 1748 de schipbreukelingen van het schip de Haerlem aan de Tafelbaai oppikt.

Terug in Schiedam treedt hij op 28 maart 1749 in het huwelijk met Maria de la Queillerie (1629-1664). Het echtpaar verhuist naar Amsterdam, waar Van Riebeeck zich inzet om terug te keren in dienst van de VOC. Op 24 december 1651 vertrekt hij als commandeur met zijn gezin aan boord van de Dromedaris De Kaap de Goede Hoop, waar hij op 6 april 1652 voet aan wal zet (1).

Roeloff de Man

In 1653 arriveert Roeloff de Man (1634-1663) aan de Kaap de Goede Hoop. Hij is afkomstig uit een Culemborgse regentenfamilie en Van Riebeeck stelt hem aan als boekhouder. Vanaf 1657 bekleedt De Man de positie van Secunde. Naast zijn Culemborgse tweede man steunt Van Riebeeck speciaal op de eveneens in 1653 gearriveerde Zevenaarder Jan van Herwerden. Deze wordt niet alleen het hoofd van het garnizoen, maar is ook toezichthouder bij openbare- en landbouwwerkzaamheden.

Slavenbezit

Zowel Van Riebeeck en zijn echtgenote hebben al vroeg meerdere tot slaaf gemaakte mensen in persoonlijk eigendom. Veel van deze eerste slaafgemaakten aan de Kaap werden tewerkgesteld in het huishouden en staan in de boeken op naam van Maria. Dit geeft aan dat deze mensen als privébezit werden beschouwd, naast de slaven waarover Van Riebeeck als commandeur beschikte. De twee bekendste tot slaaf gemaakte vrouwen in het huishouden van het gezin Van Riebeeck zijn Ansiela van Bengalen en Anna de Coningh. Van Riebeeck bezit daarnaast 18 slaafgemaakten op zijn eigen boerderij.

Ook Roeloff de Man heeft meerdere slaafgemaakten in bezit en koopt voor het vertrek van Van Riebeeck naar Batavia in 1662 nog enkele volwassenen en het Angolese jongetje Jacqje van de commandeur.

Het Khoikhoi meisje Krotoa wordt door Van Riebeeck en De Man onderdeel van een Culemborgs-Gelders verhaal. Roeloff de Man treedt op als een van de getuigen wanneer Krotoa op 3 mei 1662 als Eva gedoopt wordt, kort voor het vertrek van Van Riebeeck naar Batavia. Opvallend genoeg zijn Van Riebeeck en zijn echtgenote geen getuige bij de plechtigheid, terwijl zij dan nog wel aan de Kaap zijn.

De Kaap als tussenstop

Van Riebeeck wil direct na aankomst aan de Kaap de Goede Hoop al weg. Hij ziet de Kaap letterlijk als tussenstop, een post waarmee hij zijn eigen carrière kan ‘verversen’. Hij vraagt nog geen zeven weken na aankomst in een brief gedateerd 16 mei 1652 of hij door “UEd. van hier verlost ende in India tot een capitaler empleo moge ontboden worden”. Het zal nog tien jaar duren. Na aankomst in Batavia in juni 1662 krijgt Van Riebeeck gezag als commandeur en directeur over de havenstad Malakka, in het huidige Maleisië. Hier overlijdt Maria de la Queillerie eind 1664, net 35 jaar oud.

Van Riebeeck is van 1665 tot aan zijn dood in 1677 secretaris van de gouverneur-generaal en de Raad van India. Zijn aan de Kaap geboren zoon Abraham van Riebeeck (1653-1713) zou later de door zijn vader felbegeerde maar onbereikbare positie van gouverneur-generaal in Batavia bereiken.

Bronnen en verder lezen:

  1. Nationaal Archief, 1.04.02 VOC, inv. 3988-3998, dagregister Jan van Riebeeck.
    • Voor het leven van Jan van Riebeeck en zijn Kaapse carrière, zie daarnaast: A.J. Böeseken, Jan van Riebeeck en sy gesin (Kaapstad 1974); Karel Schoeman, Kolonie aan die Kaap. Jan van Riebeeck en die vestiging van die eerste blankes, 1652-1662 (Pretoria 2010).
    • Voor bezit van slaafgemaakten zie ook: J.L. Hattingh, ‘Kaapse notariële stukke waarin slawe van vryburghers en amptenare vermeld word’, in: Kronos 14 (1988), pp. 43-65; Karel Schoeman, Early slavery at the Cape of Good Hope, 1652-1717 (Pretoria 2007).


Rechten

© Aschwin Drost, Scribe Diem, 2022, CC-BY-NC

Vond u dit artikel nuttig?

  • Sporen van slavernijverleden

  • 1600-1700

  • Culemborg

  • Rivierengebied

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

026-3034254
info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

T 026-3034254
E info@mijngelderland.nl