Jan Bavius de Vries

Sporen van slavernij in Harderwijk - deel 1

Harderwijk staat bekend om de visserij, de Hanze en de Universiteit. Minder besef is er over de koloniale slavernij connecties van de oude Zuiderzeestad. Deze serie sporen laat zien hoe een paar protestantse families met koloniaal-militaire achtergrond hun stempel op de stad drukten. De relatief kleine stad aan de Zuiderzee stond in de achttiende en negentiende eeuw in verbinding met Suriname, Nederlands-Indië en St. George d’Elmina in hedendaags Ghana. Dat brengt directe en indirecte sporen van slavernij mee. In vier delen gaan we in op Jan Bavius de Vries en de Friesegracht, het Burgemeestershuis aan de Vismarkt, de vestiging van het koloniaal werfdepot en sommige Afrikaanse bewoners ervan.(1)

Suriname en De Friesegracht

De Friesegracht, net buiten de stadsmuur van Harderwijk, is vernoemd naar burgemeester Jan Bavius de Vries (1717-1798). Zijn vader J.C.F de Vries is vanaf 1730 commandeur – militair commandant - van Suriname en koopt binnen een jaar na aankomst een stuk grond voor een plantage. Jan Bavius is cadet in zijn vaders leger. Wanneer en waar hij trouwt met Maria Catharina Cores (1720-1768) weten we niet. Zij is geboren in een gereformeerde plantersfamilie in de Commewijne. Jan Bavius, Maria Cores en hun twee kinderen reizen in 1744 vanuit Amsterdam met een tot slaafgemaakte vrouw terug naar Suriname. Tussen 1745 en 1752 bekleedt Jan Bavius meerdere functies in het bestuur van Suriname. Hij is onder andere lid van de Raad van Politie en de Raad van Civiele Justitie. De Vries erft in 1745 een deel van de Plantage Vriesenburg Nova, genoemd naar de familie en gelegen aan de Tapoeripakreek in het gebied van de Commewijne van zijn ouders. De slaafgemaakten noemen deze plantage later Reyziger/Saffijn.

Plantages in handen van De Vries

Het echtpaar De Vries-Cores verkrijgt in de jaren 1751-1752 naast Vriesenburg ook de plantages en slavenmachten van Goed Succes en Bodenburg/Saffijn. In 1771 wordt Jan Bavius de Vries eigenaar van plantage Vrieshoop.(2) Coresburg , vernoemd naar De Vries’ echtgenote is in 1744 door slaafgemaakten aan de Orleanekreek aangelegd. Zij produceren er koffie en katoen. Coresburg blijft in ieder geval tot 1843 eigendom van de familie, maar is al in 1832 bijna verlaten. Dan wonen er nog zes mensen, waarschijnlijk ouderen - die zichzelf daar moesten zien te redden. Op plantage Vriesenburg Nova verbouwen slaafgemaakten katoen en koffie. Koffieplantage Bodenburg blijft ongeveer negentig jaar in handen van de familie De Vries. Uit de Surinaamse orale traditie is een verhaal over een plantage Goed Succes ook wel Geertruidenberg genoemd bewaard. De bastiaan, Basja Adjuku, beschermde zijn mensen tegen wrede meesters met zijn krachtige winti. De zweepslagen op een slavenrug, zouden alleen door de meesters gevoeld worden.(3)

Naar Harderwijk

Kort na de geboorte van zoon Johan Cornelis François de Vries in 1751 vertrekt het gezin naar Nederland, waar ze wonen in Culemborg en IJsselstein. In 1762 vestigen Jan Bavius, Maria Catharina en hun kinderen zich in Harderwijk.(4) Het stadsbestuur biedt hen het groot burgerschap aan, een burgerschap met extra privileges, waarvoor meestal moest worden betaald.(5) Een aantrekkelijk aanbod omdat de stad een universiteit had waar de zoons rechten konden studeren.(6) Waarschijnlijk spelen zijn zus Hendrietta Susanna van Steenbergen-de Vries en zwager, goede vriend en mede-Surinameganger Willem Hendrik van Steenbergen uit Harderwijk hierin een rol. Zij hadden al in 1757 vanuit Suriname een huis gekocht in Harderwijk.

'Jonge mans slaaven'

In maart 1763 verkoopt Jan Bavius de Vries zijn plantage Vriesenburg Nova voor 36.000 gulden inclusief ''alle sijne bepotingen, beplantingen, slaaven, gebouwen, gronden'' aan zwager Willem Hendrik van Steenbergen. Bijzonder is dat bij deze overdracht de tot slaafgemaakte met de naam Primo, ''een sekere kriool neger'' daarbij apart wordt genoemd.(7) Dat Jan Bavius de Vries zich vanuit Harderwijk nog steeds met zijn andere plantages bemoeit, blijkt uit een notariële akte uit juni 1763.(8) Bij een Amsterdamse notaris geeft Jan Bavius een opdracht aan de West Indische Compagnie. De fiscaal, de hoge ambtenaar over de Noord en Zuyd Kusten van Afrika, die op het punt staat af te reizen met het schip De Juffrouw Elisabeth, moet vierendertig 'jonge mans slaaven' kopen voor De Vries' 'plantagien in de Colonie van Suriname'. De fiscaal krijgt bijna vierduizend gulden voorschot om op korte termijn zeventien mannen in te schepen, 117 gulden per persoon. Als het bericht over hun aankomst in Suriname is ontvangen, zal nog eens bijna tweeduizend worden betaald voor de overige zeventien mannen. In het jaar 1763 voeren maar liefst achttien schepen onder Nederlandse vlag vanaf de kust van Afrika naar Suriname en Curaçao Aan boord bij vertrek waren 6192 Afrikanen. Onderweg stierven 561 van hen. De andere 5631 wachtte een leven in slavernij. Onder hen de jonge mannen die De Vries had gekocht. 

Gebrandmerkt

Jan Bavius de Vries vraagt expliciet om Fidasche of Cormantijnse mannen, afkomstig uit Fort Amsterdam aan de Guineese kust. Blijkbaar gaven slavenhouders en -handelaren dit advies onderling al door, voordat de arts D.H. Gallandat in Noodige onderrichtingen voor de slaafhandelaren (1769) over hen schreef. Naast de leeftijd, het vermogen tot zien, horen, de uitwendige gebreken en de inwendige kwalen, zou de regio een factor van betekenis in de aankoop van mensen zijn, volgens Gallandat. ''Dit is de reden waarom de Guineesche slaven (alle andere zaken gelijk staande) altoos veel duurder verkocht worden, dan de Angoolsche. Onder de Guineesche slaven zijn de Cormantijnsche, de Fantijnsche en Fidasche de besten''. Jan Bavius de Vries geeft de ongewone gruwelijke opdracht om de mannen al aan de kust van Guinea met zijn initialen IBDV te brandmerken.

Burgemeester en slavenhouder

In 1770 werd Jan Bavius de Vries lid van het stadsbestuur van Harderwijk. Naast de koloniale bestuurservaring en de al genoemde relatie met Van Steenbergen, is ook het huwelijk van zoon Johan Cornelis François de Vries met de dochter van Harderwijks burgemeester Mechtelt van Westervelt daarin van belang geweest.(9) Van 1773 tot 1778 is Jan Bavius de Vries burgemeester. Zijn eigen financiële gewin vaart daar wel bij. De Vries vraagt een lening van honderdvijftigduizend gulden voor zijn plantage Coresburg. Tegelijkertijd verschaft hij leningen aan mensen die een huis willen kopen.(10) In 1765 koopt hij een touwbaan aan een gracht net buiten de stadsmuur. Deze gracht en de nabijgelegen Frisialaan worden naar de Vries genoemd.(11) Zo heeft  'de schatrijke Harderwijkse burgemeester Johan Bavius de Vries' een belangrijke rol gespeeld in de verbinding tussen het stadsbestuur, de militair-koloniale elite en de slavernij.

Lees deel twee van deze serie over sporen van slavernij in Harderwijk hier.

Bronnen:

  • Zie voor het archiefstuk waarin Jan Bavius de Vries de opdracht geeft tot het brandmerken, Stadsarchief Amsterdam.

(1): Dit verhaal is deels geschreven in tijden van corona. Dit betekent dat niet alle archieven beschikbaar waren. Het onderstaande verhaal is zeker voor aanvulling vatbaar, met name met onderzoek naar de vrouwen in deze geschiedenis.

(2): De slaafgemaakten noemden deze plantages /Reyziger en /Saffijn. Zie: A. van Stipriaan, Surinaams Contrast (1993), 457 & 469. Zie ook: Suriname Heritage Guide; Bodenburg & Coresburg.

(3): van Stipriaan, Surinaams Contrast, 282.

(4): In 1757 wordt zoon Charles Bavius de Vries geboren in IJsselstein. In de Franse tijd was hij burgemeester worden van Ede.

(5): Streekarchivariaat Noord-West Veluwe, afdeling Harderwijk. Het Oud Archief der gemeente Harderwijk (1935), verwerkt door P. Berends. Drukkerij Flevo Harderwijk, inv. nr. 165, p. 93.

(6): In 1770 begint J.C.F Bavius en in 1775 Charles Bavius aan hun opleidingen in de rechten aan de Universiteit van Harderwijk.

(7): Oud Rechterlijk Archief Harderwijk, inv.nr. 153., (1754-1765) Recognitie Boek der Stad Harderwijck, p. 531-532.

(8): Stadsarchief Amsterdam, Notarieel Archief, archiefnummer 5075, inv.nr. 14080. 

(9): De familie Van Westervelt had ook aandelen op plantages in Suriname en was eigenaar van Landgoed Kasteel de Essenburg in Hierden.

(10): Kroniek van Harderwijk 1231-1931, p. 160.

(11): Tot aan 1930 heet de gracht Vriesegracht, maar dit is uiteindelijk verbasterd naar Friesegracht.


Rechten

© Rune Sassen, Dineke Stam, Else Gootjes , CC-BY-NC

Relevante links

Vond u dit artikel nuttig?

Kenmerken

  • Sporen van slavernijverleden
  • Oost - West
  • 1700-1800
  • Harderwijk
  • Veluwe

Plaats

Location on map

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

026-3521690
info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

 

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

T 026-3521690
E info@mijngelderland.nl