Jacoba Maurina Spiering (Suriname 1806 - Zaltbommel 1865) - Deel 2

Over het vertrek uit Kermestein en de compensatie als slavenhouder

Jacoba Maurina Spiering werd in 1806 in Suriname geboren als jongste dochter van Johanna Elisabeth Philippina Thomas en Frederik Hendrik Spiering. Toen Jacoba Maurina op jonge leeftijd wees werd, kwam de voogdij toe aan Quirin George Pichot, de man van haar zuster Louise Henriëtte. (1) Als gehuwde en later gescheiden vrouw woonde Jacoba Maurina in Gelderland, waar ze inkomsten genoot van haar bezittingen in Suriname: ze was onder meer deeleigenaar van diverse plantages en daarmee ook eigenaar van de mannen, vrouwen en kinderen die er onder dwang werkten.

Naar Wageningen en Zaltbommel en Soerabaja

Ook kasteel Kermestein wordt in 1848 te koop aangeboden. Jacoba Maurina Spiering wordt daarbij aangeduid als eigenaar. In 1840 werd het al te huur aangeboden, maar getuige de verklaring van haar scheiding van tafel en bed, woonde zij in 1847 nog steeds op Kermestein. Tussendoor zou ze met de dochters ook in Amerongen en Elst hebben gewoond. Ook in 1851 woonde in ieder geval één dochter nog op Kermestein.

Na Lienden woont Jacoba Maurina een aantal jaren in Wageningen. In 1855 verhuist ze naar Zaltbommel, eerst in Wijk C, Gasthuisstraat 381, daarna in dezelfde wijk in de Nieuwstraat nr. 520. Haar drie dochters staan op het eerst adres nog bij haar ingeschreven. De jongste dochter overlijdt in 1856, de tweede dochter huwt in 1861 en blijft in Nederland. In een recenter bevolkingsregister staat alleen de oudste nog bij haar ingeschreven. Zij vertrekt in 1863 naar Soerabaja om daar in het huwelijk te treden. Haar beide broers hebben zich eveneens in Nederlands-Indië gevestigd.

Compensatie als slavenhouder

Jacoba Maurina Spiering ontvangt in 1863 een compensatie vanwege de afschaffing van de slavernij in Suriname. Ze is niet langer eigenaar van een deel van de slaafgemaakte mannen, vrouwen en kinderen van de vier plantages waarvan ze deeleigenaar is. De mensen worden vrij verklaard. Voor elke persoon die Spiering tot haar bezit mocht rekenen, ontvangt zij van de overheid fl. 300,00. Het grootste bedrag levert plantage Guadeloupe. Ze is eigenaar van de helft van de in totaal 138 personen, degenen die weggelopen zijn niet meegerekend. Ze ontvangt ca. fl. 21.000. Voor de mensen van de plantages Breukelerwaard (1/24), Berg en Dal (1/24) en Poelwijk (180/2160) ontvangt ze respectievelijk fl.1.250, fl.4.000 en fl.6.425 gulden. (2) In totaal: ca. fl.32.675. Waarde in 2016: ca. €350.000. (3) Twee jaar later, in 1865, overlijdt Jacoba Maurina Spiering in Zaltbommel, 57 jaar oud.

Huis Kermestein afgebroken

Huis Kermestein werd eind negentiende eeuw afgebroken. Aan Jacoba Maurina Spiering herinnert hooguit nog de naam van een boomgaard: Quirinenburg, ongetwijfeld genoemd naar haar oudste dochter Quirina Georgine Louise Henriette Clasina, die op haar beurt vernoemd was naar haar oom Quirin George Pichot die in Suriname de financiële belangen behartigde van haar moeder Jacoba Maurina Spiering.

Verder onderzoek

Duidelijk is dat Jacoba Maurina Spiering in Gelderland profijt had van Surinaamse plantages waarvan ze deeleigenaar was. Dat gold in ieder geval voor zes plantages. Zij heeft tot de afschaffing van de slavernij profijt gehad van wat slaafgemaakten aldaar verbouwden en ook als slavenhouder verdiende ze bij verkoop van personen en bij de afschaffing van de slavernij. Wat haar belangen nu precies waren en hoe groot haar verdiensten, dat is niet bekend, want een administratie of correspondentie heb ik niet kunnen achterhalen. Evenmin is duidelijk wat de transacties van bijvoorbeeld de zeven zogeheten ‘particuliere slaven’ nu precies voor henzelf betekenden. Of wat het betekende  voor de mensen van Ma Retraite en Mislukt Bedrog toen zij op naam van de deeleigenaren werden gezet.

Misschien kan een nalatenschap of archief van nakomelingen van haarzelf of van haar jongere halfbroer Isaac Jacob Spiering hierin uitkomst bieden? Hij bleef in Suriname, kreeg daar kinderen en kleinkinderen die na de afschaffing van de slavernij in 1863 plantage Morgenstond overnamen. Dochter Louise Catharina Spiering, in 1860 geboren in Suriname, huwde met Stephanus Hendrik Gonggrijp uit Nederlands-Indië, die onder meer cacaoplanter werd in Suriname. Zij overleed in 1945 te Voorst; het Rijksmuseum beschikt over foto’s van deze familie in Suriname en dan komt ook het Gelderse Twello in beeld.  

Lees hier deel 1 over hoe Jacoba Maurina Spiering uit Suriname in Kermestein terecht kwam.

Geïnteresseerd in meer verhalen over het slavernijverleden van Gelderland, Nederland of de wereld? Kijk dan vooral op de website van Mapping Slavery

Bronnen en verder lezen:

  • (1) Register der ordinaire Notulen, gehouden by Zyne Excellentie den Hoog Edele Gestrenge Heer Prison Bonham, …Gouverneur en Comandant en Chef over de Colonie Suriname … en de Edele Achtbaare Heeren Raaden der Politie en Crimineele Justitie der voorsz. Colonie, 1 febr.-11 mrt 1813, p,31-32, e-document. 
  • (2) Nationaal Archief, Archief van de Algemene Rekenkamer 200.09.02, inv.nr. 224, borderel 77, inv.nr. 223, borderel 29, borderel 17, inv.nr. 227, borderel 173.
  • (3) Berekening volgens Internationaal Instituut Sociale Geschiedenis, digitaal, geraadpleegd 25 november 2021. 


Rechten

© Ineke Mok, Cultuursporen, CC-BY-NC

Relevante links

Vond u dit artikel nuttig?

  • Sporen van slavernijverleden

  • Oost - West

  • Personen

  • 1800-1900

  • Buren

  • Rivierengebied

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

026-3034254
info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

T 026-3034254
E info@mijngelderland.nl