Vrouw van de tuinman-huisbewaarder van Landgoed De Heest

‘Die sfeer van elke nieuwe dag die ontwaakt in de ommuurde tuin’

Eind jaren ‘60 kwam mevrouw Lien Driessen-Wikkerink (1936) met haar man en kinderen wonen op buitenplaats De Heest in Zwiep. Zij waren aangenomen voor de functie van tuinman/huisbewaarder. ‘We dachten eigenlijk dat het een uitgestorven beroep zou zijn. Bij ons in de buurt – Winterswijk, Aalten waar we vandaan kwamen – kenden we dat fenomeen niet. Toen we voor het eerst gingen kijken, was het prachtig herfstweer. We waren onder de indruk van de omgeving, de Lochemse Berg en de Berkel.’ Hun werkgever werd de familie De Mol van Otterloo. Tot het overlijden van haar man in 1990 waren ze samen in dienst, daarna werd ze gastvrouw tot 1990. Lien omschrijft de familie Mol van Otterlo als uiterst sympathiek.


‘Vanuit Den Haag kwam de familie elke zomer naar De Heest met hun vaste huishoudster. Deze dame was zo’n 58 jaar en nogal aanwezig. Zij dirigeerde nadrukkelijk de gang van zaken naast de mevrouw van het huis. Ze was eentje van de oude stempel. Alles gebeurde met de hand, ze wilde geen machines. Daar was ze nogal bang voor. Ze kon zelfs niet fietsen. Dus als ze naar de kerk wilde, werd ze gebracht en gehaald door de oude dokter (de heer De Mol van Otterloo). Het uitstapje naar de kerk was haar zondagse uitje. Leuk voor haar was, dat ze haar Limburgse familie mocht uitnodigen op De Heest. Haar moeder van 91 mocht ook logeren. Die oude moeke zat dan te breien in de keuken en vertelde over haar grote, katholieke familie. Je was veel op elkaar aangewezen en dan beleef en deel je veel samen. In de vrije avonduren zat ik weleens bij haar in de keuken. Dan deed ze naaiwerk voor zichzelf. Met de hand natuurlijk.

Hoort erbij

Het echtpaar dat ons aannam was toen ongeveer 68 en 63 jaar. Ze hadden 3 kinderen en 11 kleinkinderen plus een uitgebreide familie van neven en nichten. Veel vrienden kwamen ook logeren. De familie was gastvrij. Als er veel gasten waren, kwam er extra hulp uit Zwiep en ik herinner me dat ik weleens bijsprong met thee serveren in de tuin voor grotere gezelschappen. Dat was met reünies of muziekweekenden. De familie was niet te beroerd om zelf ook de handen uit de mouwen te steken, zodat er niet veel personeel nodig was.
De dagen werden vooral benut met sportieve dingen zoals fietsen, tennissen, zwemmen in het zwembad en varen op de Berkel. En natuurlijk elke avond een gezellige maaltijd met elkaar. De huishoudster kookte smakelijk doch eenvoudig. Soms kroop er nog een enkele rups uit de frambozen, maar niemand maalde erom. Want, dachten ze, dat hoort erbij op het platteland. Toen deze huishoudster met pensioen ging, heb ik nog vele huishoudsters voorbij zien komen. Daarmee kwam ook een stukje modernisering op gang. Zo kwam er onder andere een vaatwasser en werd een televisie in een hoek van de keuken geplaatst. In het begin met een primitieve aansluiting. Een lange antennedraad door de gang vormde de verbinding met de tv-toren in Markelo. We hadden twee Nederlandse zenders en wat Duitse.

De Berkel

Buitenplaats De Heest ligt pal aan de rivier de Berkel evenals het koetshuis, waar ik met mijn gezin woonde. Je had een prachtig uitzicht, want we woonden op de bovenverdieping. Ik was vooral druk met ons gezin (3 kinderen, de jongste is daar geboren), maar hielp ook graag mijn man in de tuin. In de zomer, als de kinderen nog sliepen, ging ik met hem mee. Al was het maar een half uurtje, heerlijk! Bijvoorbeeld aardbeien plukken, terwijl de vogels floten. De sfeer van een nieuwe dag die ontwaakt in die ommuurde tuin. Zelfstandig wonen op het koetshuis, het buitenleven, de prachtige omgeving. In feite had je een werkweek van 7 dagen, maar zo voelde het niet. We waren altijd bezig. In het voorjaar was mijn man al voor dag en dauw in de weer. Hij stond vaak nog een uurtje eerder op en zei: “Ik ga eerst maar eens een uur spitten, anders schiet het niet op.” Later kwam er een ploegje. We hadden een grote moestuin waar ons gezin van at maar ook de familie met hun gasten. Ik maakte ook van alles in, zowel fruit als groente. Er waren natuurlijk een bongerd en een rijke siertuin.

Rustige wintermaanden

Naast de drukke zomermaanden waren er de rustiger wintermaanden. In de winter waren we op onszelf en dan kreeg mijn man een hele lijst met kluswensen van de familie voor het onderhoud in en om het huis. Daar had hij zijn handen vol aan. Hij heeft een keer een hele badkamervloer betegeld. Het drukst was hij in de winter met het schilderen van de vele luiken. Hij haalde ze er allemaal af en bracht ze naar binnen om te drogen en schilderde ze vervolgens. En dan waren er de vele banken in de tuin en diverse houten poorten en hekken. Een hoop werk. Het zwembad moest worden afgedekt in de winter. Het huis behoefde binnen niet veel zorg. In de winter werd het incidenteel gebruikt, wekelijks kwam er iemand voor huishoudelijk onderhoud.

Plantenkassen

Het werk in de plantenkassen deden we samen. In de kas stond een uitgebreide verzameling pelargoniums van mevrouw. Heel veel soorten en kleuren, een schitterende collectie. In haar vrije tijd schilderde mevrouw haar pelargoniums. Ze maakte prachtige aquarellen. Zelf hadden we een behoorlijke fuchsiaverzameling en die kreeg ook een plaats in de kas. Al die planten moesten wel goed de winter doorkomen. Dat ging niet vanzelf. De kassen vorstvrij houden, planten water geven, verdord blad weghalen. Vroeg in het voorjaar kregen al die planten nieuwe aarde en moest je ervoor zorgen dat het juiste naamkaartje bij elke plant kwam.
Mevrouw bestelde zelf het zaad voor de eenjarigen. In de kas werd dat uitgezaaid. Mijn man maakte in het voorjaar de braakliggende grond voor de grote kas klaar, waarna de verspeende plantjes de volle grond in konden. We zetten ze in een soort mozaïekvorm. De vreugde dat allemaal te zien groeien en bloeien! Dit perk voorjaarsbloemen vulde de helft van de moestuin, er middendoor liep een pad en aan de andere kant daarvan stonden de aardappelen en alle soorten groente die je maar bedenken kon. Langs de randen groeiden frambozen, aardbeien en diverse soorten bessenstruiken. In de kas groeiden druiven en een vijgenboom.
Op een goede dag kregen we van een buitenplaats die werd opgeheven, een collectie camelia’s en een plant die we eerst niet kenden. Later bleek dat het een agapanthus was, een tot dan toe vrij zeldzame kuipplant. Vanaf dat moment begonnen we met het kweken van agapanthus. Mijn man was altijd aan het stekken. Van alles probeerde hij en dat was zo leuk. We kweekten ook droogbloemen. Daarvan maakte ik boeketten voor in het grote huis, voor onszelf maar ook om weg te geven. Toen ik leerde pottenbakken, maakte ik mijn eigen potten en vazen voor de boeketten.

Verenigingsleven

In de winter was er ook ruimte en tijd voor het verenigingsleven. Mijn man zong in het mannenkoor en zat in de tentoonstellingscommissie van de plaatselijke Groei en Bloei die jaarlijks een bloemententoonstelling in het Lochemse Openluchttheater verzorgde. We waren beiden zeer betrokken bij dit zomerevenement, waarvoor het vergaderen en voorbereiden al vroeg in de winter begon. Ik zong ook in een koor, zat in de oudercommissie van de school van de kinderen. Daarnaast was ik actief lid van de N.C.V.B. (Nederlandse Christen Vrouwen Bond), waar emancipatie een actueel thema was. Ik volgde daar cursussen en lezingen over allerlei maatschappelijke onderwerpen en kunst en cultuur. Verder zat ik in het kerkbestuur van de plaatselijke kerk, de vrouwelijke ouderling had haar intrede gedaan. In die functie organiseerde ik wijkavonden, deed huisbezoek en bezocht regionale vergaderingen. Een zeer leerzame periode! Natuurlijk was er tijd voor mijn hobby’s: pottenbakken en bloemschikken. Ook naaide ik de kleding voor mijn gezin en mijzelf.

Huisdieren

We hadden ook beesten, een kat en een hond. De kinderen haalden in het voorjaar vaak een jonge kraai uit het nest die tam werd gemaakt. Elke tamme kraai heette Gait. Ze leerden zo’n beest van alles, bijvoorbeeld de tandartsact, die voor bezoek werd opgevoerd. Gait ging met zijn koppie in de mond van mijn zoon en tikte langs alle tanden en kiezen met zijn snavel. Hilarisch natuurlijk. Er waren veel vogels zo dicht aan de Berkel: witte en zwarte zwanen, meerkoeten, reigers, scholeksters en naarmate het water schoner werd, ook aalscholvers en futen. Af en toe een ooievaar maar er heeft er nooit eentje gebroed, ondanks het speciale nest dat al jaren in het weiland wacht. En ook al woonden we boven een koetshuis, er waren geen paarden. Natuurlijk hadden we kippen, voor de eieren. Ik heb 10 jaar bijen als hobby gehad, waartoe de tuin zich uitstekend leende. Mijn vader was ook imker.

Stichting

Na 1990 veranderde het leven op De Heest totaal. In 1984 overleed meneer en mevrouw overleed in 1990. Toen wisten we: Nu wordt het ‘anders’. Een half jaar na mevrouw overleed ook mijn man. Ik heb op de rouwkaart van mijn man de spreuk gebruikt die boven de berceau hangt als je de tuinen van De Heest inloopt. Hij liep daar dagelijks. De spreuk luidt: Vocem Domini Dei Audiverunt Perambulantes In Hortu. (Vrij vertaald: Wie in deze tuin heeft gewandeld, heeft Gods stem gehoord).  
Sinds 1990 is De Heest een stichting en is het voor familie en vrienden te huur als vakantieverblijf. Met hulp van de uitgebreide kring van familieleden houden de erfgenamen het landgoed van hun ouders in stand. Intussen gingen mijn kinderen de deur uit en kreeg ik de nieuwe functie van gastvrouw. Daarbij kreeg ik een helpende hand van het echtpaar dat op de boerderij van De Heest woonde. Zij konden door nieuwe regelgeving hun bedrijf niet meer uitbreiden. Eerst moesten de varkens weg en vervolgens de koeien. Een tuincontract bij De Heest was dus heel welkom. Ook namen zij de honneurs waar als ik eens weg wilde.

Zwerver

Ik heb nog een laatste, curieus verhaal. Het was iets van 1982, oktober. Echt herfstweer. Regen, wind. Ik werd wakker van ‘iets’. Ik hoorde de schuifdeuren van de stal dichtgaan beneden. Die stonden eigenlijk altijd open, alleen bij erge koude gingen ze dicht. Ik zag dat er licht aan was, toen ik de trap afliep naar beneden. Ik deed de deur op een kiertje open en zag een soort zwerver. Hij deed zijn petje af en bood me dat aan met de mededeling dat hij geen kwaad in de zin had. Hij zocht een slaapplaats en vroeg of hij in de stal mocht slapen. Hij was nat en koud en ik vroeg hem mee naar boven te gaan. Ik maakte mijn man wakker en hij kwam er ook bij zitten. Hij porde de houtkachel op en ik ging thee maken. De man vertelde dat hij vlak na de oorlog op De Heest had gewoond als pleegkind. Vanuit daar fietste hij heen en weer naar school in Lochem. Hij had heel fijne herinneringen aan die tijd. Ik vermoedde dat hij een drugsverslaafde was, die in een opwelling de trein naar Lochem had genomen vanuit de Randstad en vanaf station Lochem op zijn herinnering feilloos de weg naar De Heest had gevonden in het donker. We hebben geprobeerd een oplossing te zoeken maar dat bleek niet haalbaar. De man was erg verward. Uiteindelijk vond hij het goed dat ik de politie belde. Zij hebben hem opgehaald en een kaartje gekocht voor de trein terug naar de Randstad. Later kwamen ze weer bij ons langs en gaven mij uit naam van de zwerver zijn petje. Als dank. Ik moest daar nog lang aan denken.

Nu woon ik al jaren niet meer op De Heest. Ik kom er nog wel natuurlijk, maar het is nu anders. Ik beleef daar mijn herinneringen die me heel dierbaar zijn. Onze tuinpassie hebben we doorgegeven aan twee van onze kinderen. Is dat niet mooi? En met de familie De Mol van Otterloo heb ik nog altijd een hele fijne band. Die is ook bij de volgende generaties gebleven.’


Dit verhaal is rond het jaar 2012 vastgelegd door vrijwillige interviewers van de Oral History Werkgroep Gelderland voor het project Leven op Landgoederen van Stichting Landschapsbeheer Gelderland en Erfgoed Gelderland.


Rechten

Gerjan Heij/Clary E. Hegger-Jeswiet, Erfgoed Gelderland, CC-BY-SA

  • Leven op Landgoederen

  • Landschap

  • 1950-2000

  • Lochem

  • Achterhoek

Relevante links

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

E info@mijngelderland.nl