Evacueren naar Groningen: het verhaal van een Arnhems meisje - deel 1

Getuigen van de Oorlog

Als elfjarig meisje maakte Agnes Welling-Augustin (geb. 1933) in september 1944 de evacuatie uit Arnhem mee. Na de oorlog werd er soms in de familie nog wel over gesproken, maar nu vertelt ze voor het eerst haar verhaal aan een breder publiek. ‘’Het delen van mijn verhaal is eigenlijk ook een eerbetoon aan mijn ouders. Zij hebben tijdens die hele tocht de verantwoordelijkheid voor ons gedragen. Het waren goede mensen: ze hielpen ook anderen die het veel slechter hadden dan wij.’’ Dit is deel 1 van het verhaal van Agnes Welling-Augustin.

Agnes woonde aan de Dalweg in Arnhem, toen het gezin op 24 september 1944 moest evacueren. Samen met haar vader, moeder en drie zussen vertrok Agnes met een zelfgemaakte kar op een tocht die naar verwachting twee à drie weken zou duren. Lopend ging het gezin van Arnhem naar Velp, en later ook naar Dieren en Eerbeek. 'Het karretje had mijn vader zelf gemaakt met fietswielen. Daarop lagen matrassen, een stofzuiger en een gastoestel. En ook wat kleding, want we gingen maar voor twee of drie weken weg. Toen we onderaan de weg waren, viel het al uit elkaar. In Eerbeek zijn we terechtgekomen in café-restaurant Heideroosje. Nou, die matrassen kwamen goed uit, want mijn zus pakte een matras en legde die op het biljart. Die ging op de biljarttafel slapen.'

Op zoek naar eten

'Mijn zus van veertien moest werken in de gaarkeuken. Omdat ze daar werkte, kreeg ze een schep eten extra. En de eigenaar van het café ging wel eens een varken slachten, maar daar heb ik geen stukje vlees van gezien hoor. Ik weet niet naar wie dat dan wel ging. Ik denk dat het onder de mensen verdeeld werd, onder kennissen en familie. Maar niet onder ons. Mijn vader ging ook af en toe een stuk spek bij een boer vragen. Nu eens hier wat vragen, dan weer ergens anders wat vragen, bijvoorbeeld een beetje melk. Soms stond hij anderhalf uur in de rij en dan was de melk op. Mijn vader had van mijn moeder ooit een zegelring gekregen met zijn initialen erop, maar die heeft hij ingeruild voor een stukje spek. En die is dan in Eerbeek of omgeving terechtgekomen. Je had anders niks. Ik weet niet precies waar dat eten vandaan kwam. We hadden ook geen fietsen bij ons, dus dat was allemaal lopend. Kijken bij een boerderij, eens vragen en rondkijken.'

Schuilen voor de Duitsers

'En het was natuurlijk ook heel gevaarlijk hè. Er waren bijvoorbeeld ontzettend veel V1’s die overvlogen, dus je vroeg je altijd af: "waar komt ‘ie terecht?". Ook heeft mijn vader vaak onder hooibergen verscholen gezeten, want dan kwamen de Duitsers over de Harderwijkerweg in Eerbeek en zij kwamen zo het café in. En gelukkig zat mijn vader een keer echt eronder. Want ze vroegen aan mijn moeder: "waar is uw man?" en toen zei ze: "die is in Duitsland". Ze stond helemaal stijf [van de angst]. Mijn vader deed ook wel eens een hele dikke sjaal om en plakte een briefje op de deur dat er een hele ernstige ziekte was. Daar waren ze bang voor hè, die Duitsers. Je hoefde er maar één aan te steken en dan was het hele bataljon weg.'

Naar het Noorden

'Op een gegeven moment werd er door de Evacuatiedienst een busje geregeld waarmee we weer verder konden. Maar dat werd op hout gestookt, dus hoe verder wij naar Apeldoorn gingen, hoe ruimer wij zaten, want die blokken werden allemaal opgestookt. We zijn drie dagen in Apeldoorn geweest. We kregen soep, aan de bar konden we een bord soep halen en er stond een hele rij. Een man voor ons begon de soep op te maken en sloot weer achter aan. Die barstte van de honger natuurlijk. Van daaruit gingen we via Zwolle en Assen naar Groningen, waar we konden slapen in hotel-restaurant De Harmonie. Daar kregen we ook een nummer en dan werd er gezegd: "jij gaat daar naartoe, en jij gaat daar naartoe." Nou, wij waren ook aan de beurt maar de mensen achter ons waren zo verdrietig. Zodat mijn vader, een goedzak hoor, zei: "gaan jullie maar voor." Een klein gebaar, terwijl wij ons allemaal afvroegen waar we terecht zouden komen. De nummers werden overigens uitgedeeld door het Evacuatiebureau, dat werd allemaal geregeld. Uiteindelijk waren wij ook aan de beurt en kwam er een platte wagen aangereden. Dat zal wel een paard en wagen geweest zijn. Nou, wij daarop. En ik hoor mijn vader nog zeggen, en dat weten de andere meisjes ook nog, "ze rijden ons zo Duitsland in." Het idee! Het is daar vlak, je gaat weg in het donker, waar gaan we naartoe?'

Dit is verhaal gemaakt op basis van een interview met Agnes Welling-Augustin door Jelle van de Graaf (Rijnbrink) in het kader van 'WO2-verhaal Gezocht'. Het verhaal is opgedeeld in twee delen. Lees het tweede deel hier.

Lees de overige ingestuurde verhalen in de Special 'Getuigen van de Oorlog'.


Rechten

© Interview en verhaal - Jelle van de Graaf (Rijnbrink), CC-BY-NC-SA

Relevante links

Vond u dit artikel nuttig?

  • Getuigen van de oorlog

  • Tweede Wereldoorlog

  • 1900-1950

  • Arnhem

  • Arnhem e.o.

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

E info@mijngelderland.nl