Waterburcht Wilp in de gemeente Voorst Tussen het Sticht en het Hertogdom

Het slot te Wilp, anno 1730 door Hendrik Tavenier ca. 1786 © RKD-Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis
Tegenover de steden Deventer en Zutphen ligt langs de westoever van de IJssel een gebied dat tot de huidige gemeente Voorst behoort. De naam die het eerst in dit gebied vermeld wordt, is Wilp, omdat de Angelsaksische missionaris Lebuïnus hier in 768 een kapel opricht. Vanaf 1000 wordt deze streek verder ontgonnen en welvarend. Er ontstaan langs de doorgaande routes vanuit het westen naar Deventer en Zutphen kastelen en adellijke huizen.

In een laaggelegen gebied tussen de Veluwse banddijk en de Oude IJssel ligt in de Wilpse Klei de waterburcht Wilp met landerijen, het recht op heffing van tienden van de onderhorigen en een molen met windrecht. Evert van Wilp, uit een geslacht dat al in de dertiende eeuw wordt genoemd, krijgt in 1382 voor het eerst met de waterburcht een vermelding als leenheer van de bisschoppen van het Sticht Utrecht. 

Speelbal tussen hertog en bisschop

Hertog Karel van Gelre neemt in 1504 de waterburcht Wilp in tijdens zijn streven naar gewestelijke zelfstandigheid tegen de grensoverschrijdende macht van de Habsburgers in de Nederlanden. Hij stelt Lubbert van Keppel uit een geslacht van oude Gelderse adel aan als zijn ‘kastelein’, dus in de functie van burggraaf om Wilp tijdens zijn eigen afwezigheid te bewaken. Een jaar later valt de burcht echter in handen van de Bourgondiërs, maar in 1506 neemt hertog Karel Wilp weer in bezit. Hij geeft de waterburcht als een Gelders leen aan zijn bastaardbroer Johan. Achttien jaar later, in 1523, breidt het Sticht zijn grenzen weer uit en wordt Wilp weer een leen van de bisschoppen.

Waterburcht wordt afgebroken

In de loop van de zeventiende eeuw wordt de waterburcht steeds minder bewoond. De familie Van Broekhuijsen breekt als eigenaar van verschillende huizen de burcht in 1739 af. Op dezelfde plaats wordt een boerderij gebouwd onder naam van ‘de Hof te Wilp’. Deze wordt in 1765 omschreven als een heerlijkheid met leenkamer, huis, schuur, bergplaatsen en hof met boomgaarden en weilanden. Deze heerlijkheid blijft evenwel onderdeel van het schoutambt Voorst, ook al valt het ambt van dijkgraaf van de Dorperdijk toe aan de Hof te Wilp.

Bronnen:

  • Jan Vredenburg (eindred.), Kastelen in Gelderland, Uitgeverij Matrijs, Utrecht 2013, p. 473.
  • J.H. Hermsen, De historie van de Wilpermolen, Stichting behoud de Wipermolen, Posterenk 1986.

 Auteur: Ben Boersema

Locatie

Vond u dit artikel nuttig?
Ja Nee

Inschrijven nieuwsbrief

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

T 026-3521690
E info@mijngelderland.nl