Rijtuigfabrikanten in Gelderland

Op de bok

Nederland telt in de 19e eeuw honderden vaklieden die luxe rijtuigen kunnen maken. Deze fabrikanten spelen in op de vraag naar rijtuigen op de talrijke buitenplaatsen in de strook die loopt van de Loenense Vecht over de Utrechtse Heuvelrug en Veluwezoom tot aan Zutphen.

Veel verschillend vakmanschap

Een rijtuigfabrikant heeft veel verschillende ambachten in huis, zoals een hout- en schilderwerkplaats, een stoffeerderij, een zadelmakerij en een smederij. Wat te specialistisch is of goedkoper kan, komt van elders: glas uit Dordrecht, assen uit Duitsland, hickory spaken uit Amerika. Veel van de vijfentwintig Gelderse rijtuigfabrikanten zijn ooit begonnen als ambachtsman met een specifiek vak. Zo zijn de Ten Cate’s uit Zutphen vanaf 1766 werkzaam als schilders. Hendrik Huisman begint in het buurtschap Henxel bij Winterswijk als radmaker. Arie Veth (1831-1873) start als timmerman. Het familiebedrijf van deze laatste in Arnhem zal uiteindelijk uitgroeien tot een van de grote namen in de Nederlandse rijtuigbouw. In 1868 waren in de verschillende werkplaatsen in Arnhem honderd werknemers actief. De fabriek had een eigen gasfabriek, twee smeltovens en tien smidsvuren. In 1871 kwam daar nog een kopergieterij bij. De fabriek produceerde honderden rijtuigen.

Voor ieder wat wils

De orders komen van de adel en de gegoede burgerij. De wensen zijn divers. Bij Bastiaan (1839-1905) en Bas Veth (1873-1958) worden orders geplaatst door onder andere J.C. Eland van Huis Bemmel en dokter Kolff in Nijmegen, die in 1903, ter gelegenheid van zijn 25-jarig jubileum, een dokterscoupé krijgt aangeboden door zijn oud-patiënten. Op landgoed Mariëndaal in Oosterbeek is een omnibus op gummibanden in gebruik om gasten, niet zelden jachtvrienden van mr. Van Eck, van het station te halen en te brengen. Een soortgelijke omnibus heeft ook Van Hasselt op Rhederoord, naast een coupé van B. Veth. Jonkheer Mollerus op Den Heuvel aan de Amsterdamseweg in Arnhem bezit een landauer, twee coupés en een victoria, gemaakt door B. Veth. Sommige rijtuighandelaren weten naam te maken met een gespecialiseerd aanbod, zoals Huisman uit Winterswijk, die zich vanaf 1925 specialiseert in rouwkoetsen. Donderwinkel uit Doesburg wordt bekend met de ‘Gelderse Kapkar’. Ten Cate met zijn ‘dogcarren’.

Koninklijke klanten

De koninklijke familie is een groot afnemer en gebruiker in de rijtuigbranche. Hiervan profiteert de relatief onbekende Gijsbert Schimmel als enige rijtuigfabrikant in Apeldoorn. In de tijd van prins Hendrik verricht hij talloze onderhoudswerkzaamheden. In 1908 wint hij twee belangrijke prijzen op de Nationale Landbouwtentoonstelling, die prins Hendrik 'streng incognito' bezoekt, terwijl zijn schoonmoeder er uitgebreid rondkijkt. Zowel koningin Wilhelmina als koningin-moeder Emma brengen in augustus 1897 een bezoek aan Arnhem en de tentoonstelling in park Sonsbeek. Zij doen dan een aankoop bij Ten Cate. De firma voert daarna het predicaat 'koninklijk' en het wapen van de koningin-moeder. Als 'Hofrijtuigenfabriek' zijn zij de enige fabrikant die zich zo noemt.

Internationale allures

Een andere belangrijke inkomstenbron is de handel met de voormalige koloniën. Reclame wordt onder andere gemaakt op de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1889. Ook diverse importeurs en contacten vanuit de koloniën worden ingeschakeld. Bastiaan Veth maakt gebruik van zijn connecties met de in de omgeving van Arnhem wonende oud-Indiëgangers. Ook het Koloniaal Invalidenhuis Bronbeek in Arnhem is betrokken bij de export naar Indië. In 1893 volgt groot nieuws: “De rijtuigfabriek van de firma B. Veth zal voor de Soesoehoenan van Soerakarta een galaberliner maken, met de gala-harnachementen voor een bespanning van acht paarden.” (Delftsche Courant, 25 oktober 1893). Het rijtuig zal circa tienduizend gulden kosten. Uiteindelijk komt Arie Veth op plaats 144 van de lijst ‘hoogst aangeslagenen in Gelderland’. De Cape Cart uit Zuid-Afrika is voortgekomen uit de kapkarren van Donderwinkel, die de Nederlandse boeren hadden meegebracht naar de Kaap.

Met de tijd mee

Een aantal rijtuigfabrikanten weet de omslag te maken naar de automobielbranche. Donderwinkel bouwt een breed scala aan luxueuze koetswerken met motoren en chassis van befaamde merken: Berliet, Darracq, Hudson, General Motors, Renault en Spijker. In 1906 wordt het bedrijf gemoderniseerd tot een 'stoomrijtuigfabriek', maar twee jaar later gooit Donderwinkel hoge ogen met de opbouw van een Royal Star en een Opel op de automobieltentoonstelling in het Paleis voor Volksvlijt. De ontwikkeling gaat snel: in 1909 schakelt het bedrijf over op elektrische voertuigen.

In 1895 bouwt Veth als een van de eersten in Nederland een automobiel: een berlin-landauer met een motor.

Bron:

Meer informatie op de website van Stichting Hippomobiel Erfgoed.


Rechten

Olga Spekman, CC-BY

  • Werk

  • 1800-1900

  • Doesburg

  • Apeldoorn

  • Zutphen

Relevante links

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

E info@mijngelderland.nl