Quarantainestation aan de grens

Krijgsgevangenen in Didam

Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog kreeg Gelderland te maken met gevluchte krijgsgevangenen uit de Noord-Duitse krijgsgevangenkampen en Duitse ‘deserteurs’ die het leger hadden verlaten.

Franse krijgsgevangenen

Tijdens de Eerste Wereldoorlog besloten de Duitse autoriteiten om de gevangenen zoveel mogelijk per nationaliteit te huisvesten. In Friedrichsveld bij Wesel werden de Belgische en Franse krijgsgevangenen ondergebracht. Het werd echter steeds moeilijker om de Duitse bevolking en twee miljoen krijgsgevangenen te voeden.

Huiswaarts

Veel krijgsgevangenen wilden niet wachten op de officiële repatriëringen en verlieten op eigen initiatief te voet de Duitse kampen. Ook werden veel krijgsgevangenen door de Duitse autoriteiten zelf vrijgelaten. De krijgsgevangenen uit de Noord-Duitse kampen meldden zich dan aan de Nederlandse grens in de hoop via Nederland naar huis te komen. Vanwege hun toestand en de Spaanse griep, werden ze in quarantaine opgevangen.

Quarantaine

Toen in maart 1917 in Duitsland ook een pokkenepidemie was uitgebroken, werd besloten aan de Duits-Nederlandse grens een aantal quarantainestations op te richten, waaronder een in Didam, tegenover het spoorwegstation. Op 8 juni 1917 werd dhr. Stork, hervormd predikant te Didam, benoemd tot directeur van het “Rijks Qarantainestation“. Zijn echtgenote, mw. Stork-van Ralen, stond aan het hoofd van de medische afdeling.

Grondige reiniging

Na binnenkomst werden de haren geknipt en ontluisd, oksel- en schaamhaar werd afgeschoren. Kleren gingen in de reinigingsoven, men moest zich douchen en daarna ‘rijkskleren’ aantrekken. In verband met de incubatietijd moest men ruim twee weken in het quarantainestation verblijven, waarbij men dagelijks werd onderzocht. De passanten werden goed gevoed, om aan te sterken. Ont slag vond plaats per barak, zodat de verblijfsruimte weer grondig kon worden ontsmet voor de volgende groep.

Gescheiden opvang

Het quarantainestation bestond uit houten verblijfsbarakken, een wasbarak, een bad- en desinfectie-barak en een ziekenbarak. Verder was er nog een huishoudelijk gebouw met keuken en administratie. Een centraal magazijn en barakken waren voor staf en bewaking. In Didam konden 150 personen worden ondergebracht. Na ongeregeldheden tussen Franse en Duitse militairen werd het kamp in tweeën gesplitst. Later werden de Duitse militairen in aparte kampen in Limburg ondergebracht.

Op weg naar huis

Na een kort verblijf in het quarantainestation van Didam werden de krijgsgevangenen per trein overgebracht naar verzamelpunten. De Franse krijgsgevangenen van Didam gingen vanaf Rotterdam per schip naar Frankrijk. Door het grote aantal krijgsgevangenen moesten veel krijgsgevangenen echter voor langere tijd worden ondergebracht in voormalige kampen, zoals die in Harderwijk en Oldebroek.

Bekijk meer beeldmateriaal van het quarantainestation in de beeldbank van het Erfgoedcentrum Achterhoek & Liemers!

Bron:

  • Evelyn de Roodt, Oorlogsgasten, vluchtelingen en krijgsgevangenen tijdens de eerste wereldoorlog (Europese Bibliotheek, 2000).


Rechten

© Olga Spekman, CC-BY

Relevante links

Vond u dit artikel nuttig?

Verwante collectiestukken

Ga naar CollectieGelderland

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

026-3521690
info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

 

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

T 026-3521690
E info@mijngelderland.nl