Het Grote Zand

Zoektocht naar middeleeuws en Romeins verleden

Tot het begin van de twintigste eeuw lag tussen Beekbergen en Hoenderloo het ‘Grote Zand’, een enorme zandverstuiving waarover de dominees O.H. Heldring en R.H. Graadt Jonckers in 1841 schreven: ‘Men behoeft waarlijk niet naar Afrika te reizen om zich een denkbeeld van zandwoestijnen te vormen.’

Jaap Moerman

Al in de tijd van Heldring was bekend dat er op het ‘Grote Zand’ resten waren uit ‘den Merovingische of Carlovingischen tijd’. Dat was wellicht mede aanleiding voor amateurarcheoloog Jaap Moerman (1885-1965) om het Spelderholt af te speuren. Hij vond er sporen van bewoning en ijzerwinning, maar kon dit niet verder onderzoeken omdat hij geen toegang meer kreeg tot het gebied van Staatsbosbeheer.

Opgravingen

Tegenwoordig heeft de Archeologische Werkgroep Apeldoorn wel toegang krijgt tot het Spelderholt. In de archieven van Moerman kwamen een aantal kaartjes tevoorschijn waarop de plekken stonden waar Moerman zijn vondsten had gedaan.

Eerst werd in 2010 onder begeleiding van een boswachter van Staatsbosbeheer het grafveld bezocht. De vondsten van deze opgraving bleken in de collectie van de Gelderse Archeologische Stichting terecht gekomen te zijn. Bij een locatie ten noorden van het grafveld werden scherven van aardewerk verzameld uit het begin van de jaartelling, naast Romeins aardewerk.

Derde locatie

In 2014 volgde een nieuw onderzoek op een derde locatie, waar toen net bomen waren gekapt. Veel bomen waren omgeduwd, zodat flinke boomkluiten onderzocht konden worden. Uit de wortelstelsels van dertig bomen werden ongeveer vijfhonderd scherven verzameld. Een laatste locatie, slechts tweehonderd meter van de plek waar eerder Romeins aardewerk was aangetroffen, leverde hetzelfde beeld op als hiervoor. De oogst was wel wat kleiner.

Onderzoek

Davy Kastelein van het Bureau Archeologie van de gemeente Zutphen gaf een tijdsperiode van eind negende tot eerste helft tiende eeuw. Van alle vondsten is de locatie met een gps-ontvanger redelijk precies bekend. Hieruit bleek dat de meeste scherven afkomstig zijn uit een klein gebied.

Bewoning Spelderholt

Onderzoek naar de film-, snoep- en luciferdoosjes met vondsten van Moerman maakte duidelijk dat een aantal scherven door hem aangeduid werden als ‘Karolingisch’ of ‘Merovingisch’. Daarom werd voor bewoning van het Spelderholt eerst een periode van 900 tot 1200 aangehouden.

Uit de vondsten van de Awa blijken twee belangrijke zaken. Ten eerste dat de bewoning al eerder ophield. Ten tweede: de vondst van Romeins aardewerk. Moerman vond alleen middeleeuwse resten. Wel gaf hij aan enkele Romeinse scherven geschonken gekregen te hebben gekregen door Dr. Kolff. En inderdaad: die werden teruggevonden in een filmdoosje. Zo viel ook dit puzzelstukje op zijn plaats.

Bronnen:

  • O.G. Heldring en R.H. Graadt Jonckers, De Veluwe: eene wandeling (Arnhem 1841).
  • S.A. Bleekrode, De ijzerslakken in Nederland en de ijzerbereiding in vroegeren tijd (Amsterdam 1858), p. 10.
  • Algemeen Handelsblad, 21-6-1850.

 

 


Rechten

© M. Parlevliet & M. Reinders , CC-BY-NC

Relevante links

Vond u dit artikel nuttig?

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

026-3521690
info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

 

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

T 026-3521690
E info@mijngelderland.nl