Droebeldorp Zieuwent Groepjes boerderijen in het Zieuwentse landschap

Droebel de Wopereis © Collectie Oudheidkundige Vereniging Zuwent Droebel de Platveute © Collectie Oudheidkundige Vereniging Zuwent Zieuwent, drassig gebied © Collectie Oudheidkundige Vereniging Zuwent Natte omstandigheden in de winter © Collectie Oudheidkundige Vereniging Zuwent
In het Zieuwentse landschap vallen al snel de groepjes boerderijen op, omgeven door uitgestrekte weilanden. Het zijn clusters van twee, drie, hooguit vier boerderijen. Ze worden droebels genoemd en ze illustreren de bijzondere ontstaansgeschiedenis van Zieuwent. Het woord ‘droebel’ betekent: iets dicht op elkaar, een groepje, een kluwen. Deze groepjes boerderijen zijn ontstaan op een (hoger gelegen) kamp en worden omgeven door lager gelegen, vaak natte, gronden. Het huis van de stichter is het stamhuis en latere bebouwing is familiegerelateerd.

De ontstaansgeschiedenis van Zieuwent wordt voor een groot deel bepaald door de bodemgesteldheid van het gebied. Zieuwent ligt in een laag gelegen vlakte met hier en daar flauwe welvingen, omgeven door de hogere esgronden van Harreveld, Vragender en Lievelde. Door de slechte afwatering stond het in Zieuwent regelmatig blank, met name in de winterperiodes.

Laaggelegen weide of bos

Al in 1059 wordt er gesproken over Syenwede. Dit betekent zoveel als laaggelegen weide of bos. De eerste bewoners, voornamelijk boeren, gingen op de hoger gelegen, drogere dekzandruggen en dekzandkopjes wonen. In Zieuwent zijn deze hoge(re), droge gebieden niet groot. Soms konden zich verschillende mensen bij elkaar vestigen. Soms waren de dekzandkopjes zo klein dat er maar één boerderijtje kon staan met wat bouwland eromheen. Dit zijn de kleinste ‘kampen’ of ‘eenmansessen’. Boeren woonden en verbouwden hun gewassen op de verhogingen in het landschap. De omliggende laagtes werden gebruikt als weiland. Naarmate de bevolking toenam, nam het aantal huizen op deze droebels toe, mits ze groot genoeg waren. Doordat het gebied door de nattigheid zo moeilijk begaanbaar was in vergelijking met de omgeving, was de bevolking erg op elkaar aangewezen.

Veertig droebels

Rond 1600 bestond Zieuwent uit circa veertig verspreid liggende groepjes boerderijen met bouwland, de droebels, en de weilanden ertussen. Ook nu nog kunnen we enkele van deze droebels herkennen in het landschap. Helaas niet meer alle droebels, want veel is er veranderd in de loop der tijden, met name na de ruilverkaveling van de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw: bouwgronden en weilanden zijn samengevoegd, land is geëgaliseerd, omheiningen van levend hout zijn grotendeels verdwenen en menig oude boerderij is gesloopt. Momenteel kunnen we nog 21 droebels herkennen in Zieuwent en in het buurdorp Mariënvelde, dat vroeger Achter Zieuwent heette. Onder meer: De Platveute, de Wopereis en ’t Hoenderboom. Uit deze laatste droebel is het dorp Zieuwent ontstaan.

Naoberschap

Een droebel was een buurtschapje op zich, vaak met een eigen bakkerij annex kruidenierswinkeltje (‘Dovenbakker’) soms ook met iemand die doeken weefde (‘Weavas’), of een kleermaker (‘Keveldersnieder’). Al deze activiteiten vonden plaats naast het werk op de boerderij, dat de basis vormde voor levensonderhoud. Naoberhulp was het hoogste goed: men was op elkaar aangewezen en men hielp elkaar. En ook nu nog is naoberhulp een begrip dat heerst in Zieuwent en niet snel zal verdwijnen, zo ingebakken is dat in de mentaliteit van de Zieuwentse bevolking.

Auteur: Cecile Hulshof, Oudheidkundige Vereniging Zuwent

Locatie

Vond u dit artikel nuttig?
Ja Nee

Inschrijven nieuwsbrief

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

T 026-3521690
E info@mijngelderland.nl