Kasteel Plekenpol in Winterswijk Kasteelruïne in het Nationaal Landschap Winterswijk

Tekening van Abraham Rademaker uit de periode 1718-1730 van Plekenpol © Gelders Archief, PD Bij de vroegere toegangspoort staan twee schamppalen met bladmotieven en de naam Plekenpool. © Ciell, Wikimedia CC-BY-SA 3.0
Van de vier havezaten, versterkte huizen of hoeven, die er in de gemeente Winterswijk liggen is kasteel Plekenpol er één van. Alle Winterswijkse havezaten komen in de achttiende eeuw in handen van scholtenboeren, die zijn opgeklommen tot welvarende boeren. De adellijke families kunnen hun leefstijl niet volhouden, vervallen tot armoede en hun vroegere horigen nemen de havezaten over.

In handen van leenmannen en onderleenmannen

In 1227 wordt het goed ‘Minor Bleckinkpole’ vermeld aan het riviertje de Boven-Slinge ten zuiden van Winterswijk. Als leenman van de hertog van Gelre geeft ridder Sweder van Ringenberg in 1303 Plekenpol in onderleen aan Alexander de Creyter en in 1324 aan Sander van Graes. Er hoort bij dit landgoed ook een molen. Bij verkoop van het goed in 1359 aan Johan van Berentvelde wordt de onderleenman Graes gehandhaafd. De Gelderse Rekenkamer keurt goed dat een later lid van de familie Graes, Rutger, in 1611 zijn neef Frederick van Eerde beleend met Plekenpol. Daar vindt Matthijs van Dulcken, die als gouverneur in Spaanse dienst in 1627 tijdens de Tachtigjarige Oorlog het beleg van Groenlo overleeft, rust tijdens zijn laatste levensjaren.

Uit de handen van de adel

Nicolaes van Geelkercken tekent in 1642 op kaart de volle omvang van de havezate uit de zestiende eeuw. De resten van een ouder kasteel staan niet op deze kaart, maar wel op de tekening van Abraham de Haen uit 1750. Daar staan een poortgebouw en ruïne met hoektoren op, waarschijnlijk de resten van een middeleeuws kasteel. De familie Van Eerde verkoopt echter een belangrijk deel van de bezittingen van Plekenpol en Frederick Jan van Eerde doet zelfs uit financiële nood in 1718 afstand van zijn bezit ten voordele van Matthias van Walyen die niet van adel is.

In de handen van de handel

De schoonzoon van Maria van Walyen, Hendrik Willink, komt na een boedelscheiding in 1790 in bezit van Plekenpol. Het kasteel brandt echter kort na de overdracht af en wordt vervangen door een landhuis van bescheiden omvang. Achtereenvolgens koopt een Amsterdamse koopman in 1836 het huis, woont begin twintigste eeuw de familie Ten Houten op Plekenpol en daarna de textielfabrikant Meijerink. Na een brand in 1944 wordt in 1948 een nieuw landhuis gebouwd. Dit is in particuliere handen. Tot in de negentiende eeuw behoort tot het landgoed een dubbele watermolen, die nu een horecabestemming heeft als Berenschot’s Watermolen. Plekenpol maakt deel uit van het Nationaal Landschap Winterswijk.

Auteur: Ben Boersema

Bron

Jan Vredenburg (eindred.), Kastelen in Gelderland, Uitgeverij Matrijs, Utrecht 2013, p. 500-501.

 

 

Locatie

Vond u dit artikel nuttig?
Ja Nee

Inschrijven nieuwsbrief

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

T 026-3521690
E info@mijngelderland.nl