J. graaf van den Bosch (1780-1844)

Cultuurstelsel en schuldslaven

Johannes van den Bosch wordt op 2 februari 1780 in Herwijnen geboren. Zijn vader, Johannes van de Bosch, is als arts werkzaam en gehuwd met Adriana Ponigh. Johannes treedt al op zijn zeventiende jaar in dienst van de Bataafse Republiek als luitenant bij de genie. Op eigen verzoek wordt hij overgeplaatst naar Batavia. Daar krijgt hij in 1780 een aanstelling als eerste luitenant.

Een bewogen periode (1780-1812) 

In zijn carrière maakt hij vier opeenvolgende landvoogden mee waarbij het hem lukt bij de eerste drie te weten Overstraeten, van Siberg en Wiese - verdere carrière te maken. Bij de vierde landvoogd, Daendels, gaat het echter mis. Daendels is namelijk hervormingsgezind en gekant tegen de oude VOC-oligarchie. De schoonvader van Johannes, beroepsofficier Simon Chevalier de Sandel Roy, heeft het voornemen Daendels, vanwege zijn hervormingsgezinde ideeën, bij aankomst als oplichter te arresteren. Zover komt het echter niet, omdat zijn voorganger Wiese, Daendels op de hoogte stelt van deze plannen. De toorn van Daendels raakt ook Van den Bosch die zijn schoonvader heeft gesteund in de confrontatie. Zonder vorm van proces wordt hij met zijn gezin uit Indië verbannen. In 1810 scheept hij in voor de terugreis. Het schip wordt echter geënterd door een Engels oorlogsschip en Van den Bosch wordt van boord gehaald. Dit leidt tot een gevangenisstraf van drie jaar in Engeland.  

Een gunstige indruk  

Teruggekomen in Nederland gaat Van den Bosch weer opnieuw in het leger en neemt in 1813 het op de Fransen heroverde Utrecht in bezit. In 1816 wordt hij door Willem I benoemd tot generaal-majoor. Hij maakt bij Willem I indruk met de opzet van de Koloniën van Weldadigheid” in Drenthe en Overijssel. Deze koloniën zijn er voor de opvang van de paupers uit de Hollandse steden. Het koninkrijk verkeert inmiddels in een financiële chaos en Johannes heeft ideeën hoe dit op te lossen. Daarvoor vertrekt hij op verzoek van Willem I in 1829 als gouverneur generaal naar Indië. 

Het cultuurstelsel  

In tegenstelling tot zijn voorgangers Daendels en Du Bus grijpt Van den Bosch terug op het oude alliantiesysteem van de VOC. Hij zoekt aansluiting bij het op Java bestaande feodale agrarische systeem en geefdit systeem een nieuw jasje. Boeren worden verplicht om gedurende een afgebakende periode een deel van hun land te verbouwen met exportgewassen. In ruil hiervoor worden zij met individuele plantlonen betaald. Inheemse en Europese bestuurders verkrijgen aandelen in de opbrengst, wat leidt tot lokale gevallen van uitbuitingonderdrukking en zelfs hongersnood onder de Javaanse bevolking. Uit later onderzoek blijkt dat dit hernieuwde cultuurstelsel in haar uitvoering indruist tegen de bedoelingen van Van den Bosch. De winst die het cultuurstelsel oplevert, het ‘batig saldo of ‘batig slot’, verdwijnt in de Nederlandse staatskas zonder dat er wordt geïnvesteerd in de welvaart van Java. 

Een kwestie met schuldslaven  

Slavenhandel is vanaf 1814 door Engelse druk bij de wet verboden. Ook in de Indische Archipel riskeren overtreders flinke straffen tot de doodstraf aan toe. Op bestuurlijk niveau ontstaat er echter nogal eens verwarring over het begrip slavenhandel. Wanneer dan ook in 1830 een inlandse prauw door een patrouillevaartuig bij het eiland Nias wordt geënterd blijken er dertig opeengepakte personen (waaronder kinderen) in de prauw aanwezig. Het zouden schuldslaven zijn die voor een bepaalde periode tot slavernij zijn veroordeeld. Zij zijn aangekocht in ruil voor een lading stukgoederen. Volgens de gezagvoerder Van Braam van het patrouilleschip gaat het hier om illegale slavenhandel. Van den Bosch weet in de wirwar van wetten niet goed hoe te handelen. Uiteindelijk doet de koning de uitspraak dat verhandeling van pandelingen wettelijk verboden is. 

Minister van Koloniën (1834-1837) 

In 1834 wordt Van den Bosch benoemd tot minister van koloniën. Op deze invloedrijke post kan hij de controle op de invoering en verbetering van het cultuurstelsel in de hand houden. Als de Tweede kamer in 1837 een voorstel tot een lening voor Indië van 56 miljoen niet overneemt treedt hij af. Hij wordt door de koning eervol als minister ontslagen en daarbij tot graaf benoemd. Hij overlijdt op huize Boslust bij Den Haag op 28 januari 1844  

Deze reeks gaat over een aantal uit Gelderland afkomstige personen die een rol speelden in het kolonialisme en/of de slavernij. Erfgoed Gelderland is bezig naast de vaak goed gedocumenteerde verhalen over deze personen ook het verhaal van de onderdrukte gekoloniseerde en tot slaaf gemaakten nader te belichten. Wie zijn dit en hoe is hun leven verlopen? Hierover kunt u ook lezen in de special ‘Sporen van slavernijverleden in Gelderland’. 

Bronnen en verder lezen:


Rechten

© Olga Spekman, CC-BY-NC

Relevante links

Vond u dit artikel nuttig?

  • Oost - West

  • Personen

  • 1800-1900

  • West Betuwe

  • Rivierengebied

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

026-3034254
info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

T 026-3034254
E info@mijngelderland.nl