Scheepvaart en handel

Handel op de IJssel was tot omstreeks 1200 van lokaal belang. Daarin kwam verandering door het ontstaan van de Zuiderzee en een betere doorstroming van de IJssel.

Als eerste grote handelsnederzetting ontstond Kampen, voorhaven van een uitgestrekt achterland tot voorbij Keulen. In het kielzog van Kampen floreerden veel IJsselsteden in de 14de en 15de eeuw dankzij de Ommelandvaart: de handel op de Oostzee. Met het nieuwe type schip - het koggeschip - konden grote ladingen verscheept worden en in ondiepere wateren gevaren worden.

Het Hanzeverbond

In 1418 kwam in Lübeck officieel het Hanzeverbond tot stand, een stedenverbond waarbij rechten, (tol)vrijstellingen en handelsvoorwaarden geregeld werden. Arnhem was van 1441 tot 1615 lid van de Hanze, maar speelde in tegenstelling tot Doesburg en Zutphen slechts een beperkte rol.

Vanaf de Oostzee werd haring, zout, graan, hout en bont aangevoerd, vanuit Engeland wol en uit de Nederlanden laken. De IJssel vormde een belangrijke schakel tussen de Rijn en Amsterdam. Aan het eind van de vijftiende eeuw bleek het monopolie op de Oostzeehandel niet meer te handhaven. Bovendien verzandde de IJssel steeds meer en in zestiende eeuw werden de Oost-Nederlandse steden volledig door Amsterdam overvleugeld en kwam een einde aan de IJssel als internationale scheepvaartweg.

Een druk bevaren route

De handel op Duitsland via de Rijn bleef. Vanuit Duitsland werden in de zestiende eeuw met Rijnaken rijnwijn, bier, steenkool, Duits aardewerk, molenstenen en natuursteen gehaald. Vanuit Holland en Friesland werden vooral vis, zout, laken, kaas, boter en Franse wijnen en dakpannen over de IJssel vervoerd. Ook fruit uit de IJsselstreek werd verscheept. Zo brachten schippers veel kersen uit het gebied rond de IJsselmond bij Westervoort en Huissen naar Holland. In de negentiende en twintigste eeuw vervoerden lokale schippers vooral zand, grint en turf. Als er geen wind stond of nauwelijks stroming was, werden de schepen aan een lijn door paarden of mensen langs de oever voortgetrokken. Inmiddels is de IJssel een druk bevaren route voor zowel de scheepvaart als de pleziervaart en varen er vrachtschepen van wel 100 meter lang.

Tolhuizen

Op de IJssel werden zogenaamde riviertollen geheven. Schippers mochten de IJssel pas bevaren als ze bij de riviertollenaar in het tolhuis betaald hadden. De tollenaar werd aangesteld door de eigenaar van de tol, meestal de landsheer. De IJsseltollen te IJsseloord bij Westervoort en Zutphen waren in bezit van de hertogen van Gelre. Zij vonden in de IJsseltollen een van hun voornaamste inkomstenbronnen. De tol IJsseloord bestond sinds de 14de eeuw en lag strategisch bij de IJsselmond waar zowel verkeer op de IJssel als op de Neder-Rijn kon worden gecontroleerd. Hier hebben twee tollen gelegen die op een gegeven moment naar Arnhem zijn verplaatst.

Naast de tolgelden werden later ook nog bruggelden geheven. Zo moest er brug- of schipgeld betaald worden voor het openen van de Doesburgse schipbrug. Bij Europese conventies in de 19de eeuw is de Rijnloop tolvrij gemaakt. Toen zijn ook de tollen opgeruimd waar schippers moesten betalen voor het passeren van IJsselbruggen.

 


Rechten

©

Relevante links

Vond u dit artikel nuttig?

Kenmerken

  • De IJssel in Beeld
  • Hanzesteden

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

026-3521690
info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

 

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

T 026-3521690
E info@mijngelderland.nl