In de zestiende eeuw voert Karel van Egmond, hertog van Gelre en graaf van Zutphen, strijd om het blijven bestaan van het hertogdom Gelre. De steden van het hertogdom zijn het niet altijd met hem eens. Zo lopen de gemoederen hoog op in Zutphen en de St. Walburgiskerk zit midden in de vuurlinie.
Vanwege een constante oorlogstoestand ging het economisch slecht met de Gelderse steden, waardoor de band van de hertog van Gelre met de Gelderse steden onder spanning kwam te staan. Vooral Nijmegen was niet blij met de hertog. Toen Zutphen vervolgens de kant van Nijmegen koos, zorgde dit voor veel wantrouwen van de hertog.
Nadat de eerdere proosdij was afgebroken, schonk Karel van Egmond het kapittel van de St. Walburgiskerk in Zutphen een ander gebouw om dienst te doen als proosdij, namelijk in de woning van Johan van Goltstein. Hij was een van zijn belangrijke legercommandanten en later (1540) ook burgemeester van Zutphen. Ook werd er door de hertog gebouwd bij de stadsmuur en poorten. De burgerij en het stadsbestuur vonden het maar verdacht.
Er was in 1526 al een conflict geweest tussen de hertog en het stadsbestuur van Zutphen. Een ambtenaar had namelijk belasting willen heffen over al het grondbezit in Warken (even buiten Zutphen) en de burgerij pikte dit niet. De man werd enige tijd gevangen gehouden in het stadhuis.
Het stadsbestuur vreesde de reactie van de hertog en behandelde de man goed. Aan de andere kant was men wel weer zo onvoorzichtig om door te laten schemeren dat men geen bezwaar zou hebben tegen een andere landsheer in plaats van de heetgebakerde hertog. De hertog werd woedend en liet zelfs de oude burgemeester Arnt Slindewater gevangen zetten. Na enige tijd werd de ruzie bijgelegd.
Tien jaar later waren de verhoudingen tussen de vorst en de steden nog verder onder druk komen te staan. Hertog Karel had in het geheim afspraken gemaakt met de koning van Frankrijk om te voorkomen dat het land in handen zou vallen van Bourgondië-Habsburg (Karel V) als er geen wettige nakomelingen waren. De Gelderse Staten zagen een toekomst vol oorlog en spraken hun ongerustheid hierover uit. De hertog reageerde verbitterd. Hij zei dat het land dan maar uiteengereten moest worden en woest moest blijven liggen, zodat geen vogel er meer zou willen wonen.
Ook nu weer was het verzet het grootst in Zutphen en Nijmegen. Ze wilden wel Gelders blijven, maar niet ten koste van alles. De oorlogen zorgden voor onrust en armoede. Er werd een verklaring ondertekend door Nijmegen, Zutphen en de overige steden. Arnhem koos de kant van de hertog. Een groot conflict kwam nu wel heel dichtbij.
Dit verhaal is geheel gebaseerd op en ontleend aan “De Proostdij te Zutphen” door M.M. Doornink-Hoogenraad. Het is geschreven door Geert Joosten, gids bij de Walburgiskerk in Zutphen en geredigeerd door Kees Huntink.
Lees hier hoe het verder ging, in deel II: ‘Walburgiskerk in de vuurlinie.’
Geert Joosten en Kees Huntink, CC-BY
Oorlog
Bestuur
1500-1600
Zutphen
Achterhoek
Het Verhaal van Gelderland
Ridders van Gelre