Wie aan historisch Nijmegen denkt, denkt al gauw aan de Romeinen. Zij bouwden hun kampen en maakten met hun geschriften een einde aan de lange prehistorie, waardoor Nijmegen als oudste stad van Nederland een plek in de geschiedenis kreeg. Maar wie woonden er hier voordat de Romeinen neerstreken? Wat weten we over de prehistorische mens langs de oevers van de Waal en rond de stuwwal?
Een stenen bijl, gevonden op het Kops Plateau, verwijst naar de eerste tekenen van leven in het huidige Nijmegen. De bijl dateert uit de late steentijd en wordt toegeschreven aan mensen van de Lineaire Bandkeramiek, die voornamelijk in de Limburgse Maasvallei woonden. Mogelijk kwam de bijl via uitwisseling met jagers die hier verbleven. Uit dezelfde vroege periode zijn slechts enkele andere vondsten bekend, zoals een bijl van hertengewei uit de Waal.
Rond 2000 v.Chr., in een latere fase van de steentijd, zijn meer bewijzen gevonden, vooral grafmonumenten en grafkuilen. Op de Hunerberg bijvoorbeeld werden meerdere graven van de klokbekercultuur aangetroffen. De hoge ligging lijkt bewust gekozen, zodat het prehistorische 'kerkhof' zichtbaar was in het landschap. In één graf werd een lijksilhouet in gehurkte houding op de linkerzijde met het gezicht naar het zuiden gevonden, samen met een klokbeker en een stenen plaatje, mogelijk een polsbeschermer bij het boogschieten. Ook op het Kops Plateau zijn graven uit deze periode gevonden, evenals verspreide klokbekers elders in Nijmegen, vaak op hoger gelegen terreinen. Hoe de mensen precies woonden is onbekend; van hun woningen is geen spoor gevonden.
In het begin van de bronstijd werden doden nog onverbrand begraven, later werd crematie gebruikelijk. Verbrande resten werden soms in urnen in grafheuvels bijgezet, omringd door ringsloten van meer dan 20 meter diameter. Grote grafheuvels werden mogelijk voor familiehoofden opgeworpen, waarbij later andere familieleden binnen de ring werden begraven. Archeologen vonden ook eerste bewoningsresten nabij de grafheuvels: vage sporen van huizen, waarvan de doden op hoger gelegen terreinen werden begraven terwijl de woningen lager lagen.
Naast grafvelden zijn bronzen speerpunten, bijlen en sikkels gevonden die vermoedelijk als offers aan de goden dienden. Op het Kops Plateau is een mogelijke cultusplaats ontdekt: een rechthoekige open ruimte van 24 bij 15 meter, afgezet met keien en palen en verbonden met steencirkels via een keienpaadje. Deze bijzondere ligging suggereert rituelen op deze plek. Voor de meerderheid van de bevolking waren eenvoudige urnenvelden weggelegd, vaak per gehucht of familie.
Vondsten uit de ijzertijd geven inzicht in begrafenispraktijken, bewoning en transport. Belangrijke begraafplaatsen zoals de Hunerberg en het Kops Plateau bleven relevant. In tegenstelling tot eerdere perioden werden in de ijzertijd soms huizen aan de rand van urnenvelden aangetroffen. Urnengraven met zeldzame grafgiften zoals speer- en lanspunten wijzen op belangrijke krijgers, een gebruik dat elders in Zuid-Duitsland en Noord-Frankrijk gangbaar was.
Bij het Trajanusplein werd een graf gevonden met resten van een verbrand tweewielig strijdwagenvoertuig, paardentuig en een enorme lanspunt. Het elitegraf wijst op een hoofdman die samen met zijn wapens en voertuig werd begraven. Deze krijgerselite koos waarschijnlijk de strategische hoogten van de stuwwal boven de lage rivierbedding. Zo heeft de stuwwal niet alleen het gezicht van Nijmegen bepaald, maar ook het leven van de mensen die er woonden.
Archeologie
Tot -3000
-3000-500
Nijmegen
Rijk van Nijmegen