Maarten van Rossem in Utrecht en Den Haag Opperbevelhebber tijdens de Gelderse Oorlogen

Den Haag geplunderd onder leiding van Maarten van Rossum, 1528 (Simon Fokke) © Rijksmuseum Amsterdam (Rijksstudio) PDM Gravure van Maarten van Rossum (1600-1675) © Stadskasteel Zaltbommel Ter Eem, litho van H.J. Backer naar een voorbeeld uit 1649 (Utrechtsche Volksalmanak van 1843) © Joostik via Wikimedia Commons PDM
Tijdens de Gelderse Oorlogen wordt veldheer Maarten van Rossem tot veldmaarschalk benoemd. Onder andere Floris van Egmond en Schenck van Toutenburg, stadhouders van keizer Karel V, maken het de hertog Karel van Gelre lastig. In 1524 krijgt Maarten van Rossem als veldmaarschalk het opperbevel over alle Gelderse troepen.

Door de Gelderse Oorlogen komt hertog Karel in geldnood. Hij moet hierdoor regelmatig een beroep doen op de adel en de steden. Vanaf ongeveer 1520 ontstaat er een oppositie binnen Gelre, tegen het bewind van de hertog. De hertog moet voortaan aan de bannerheren, ridderschap en steden toestemming vragen voor bijvoorbeeld het afkondigen van muntverordeningen en het voeren van oorlog.

Utrecht

De hertog kan echter nog wel oorlog blijven voeren. In 1523 valt het Gelderse leger bijvoorbeeld Rhenen aan. In 1524 verliest hertog Karel van Gelre zijn invloed op Friesland als het keizer Karel V erkent als heer. In datzelfde jaar moet de hertog zijn aanspraken op Overijssel afstaan aan de bisschop van Utrecht. Enkele jaren later, in 1527, vraagt de stad Utrecht om Gelderse hulp. Dit is tegen de wens van de bisschop in maar wordt gesteund door het bestuur van de Utrechtse gilden, de kapittels en een deel van de adel. Op 5 augustus 1527 bezet Maarten van Rossem de stad Utrecht.

Strooptochten

De ruiters van Maarten van Rossem ondernemen vanuit klooster Vredendaal bij Utrecht verschillende strooptochten. De ruiters plunderen bijvoorbeeld het klooster Mariënhove bij Soest en bezetten Huis ter Eem. Ook Soest wordt geplunderd en daarna in brand gestoken.

Den Haag

Op 6 maart 1528 wordt vanuit Utrecht een tocht naar Den Haag ondernomen. Van Rossem valt Den Haag, met hulp van het Utrechtse leger, van twee kanten aan. Den Haag is dan een onbeschermde, rijke stad zonder verdedigingsmuren. In totaal namen er ongeveer drieduizend soldaten deel aan de aanval. De stad Den Haag wordt geplunderd, maar het hof niet. Hierover lijken dus duidelijke afspraken gemaakt te zijn met de soldaten.

Verdrag van Gorkum

Op 3 oktober 1528 sluit hertog Karel van Gelre, in het bijzijn van onder andere Maarten van Rossem, het verdrag van Gorkum. Dit verdrag moet de Gelderse oorlogen beëindigen. Hertog Karel van Gelre erkent keizer Karel V als heer van het hertogdom Gelre. Hij positioneert zichzelf vanaf dan dus als leenman van de keizer. Dit betekent echter niet dat de hertog vanaf 1528 aan dezelfde kant staat als de keizer. Het verdrag zorgt er uiteindelijk niet voor dat de oorlogen beëindigd worden. Als Karel van Gelre in 1543 de Franse koning als zijn opvolger aanwijst wordt het verdrag van Gorkum definitief gebroken.

Bronnen

  • J.H.M. Hilhorst & J.G.M. Hilhorst, Soest, Hees en De Birkt: Van de achtste tot de zeventiende eeuw (Hilversum, 2001), 97.
  • ‘Karel van Gelre’ in: P.C. Molhuysen en Fr.K.H. Kossmann, Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, tiende deel (Leiden,1937), 441-447.
  • Ada Peele, Een uitzonderlijke erfgenaam (Hilversum, 2013), 42.

Locatie

Vond u dit artikel nuttig?
Ja Nee

Inschrijven nieuwsbrief

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

T 026-3521690
E info@mijngelderland.nl