Het ontstaan van de Gelderse Landdag Vergadering van ridders en steden uit de Gelderse kwartieren

Tentoonstelling in het Huis der Provincie in Arnhem bij de viering '600 jaar Gelders Parlement' © Ridders van Gelre (Omroep Gelderland) Verbondsbrief 3 mei 1418 © Ridders van Gelre (Omroep Gelderland)
De Gelderse Landdag kent een eeuwenlange geschiedenis, welke begint rondom de eeuwwisseling van de dertiende naar de veertiende eeuw. Op dat moment ontstaan de latere hoofdsteden van de vier kwartieren: Zutphen, Roermond, Nijmegen en Arnhem. Zij zullen een belangrijke rol gaan spelen in het ontstaan van de Landdag. Zo’n vijfhonderd jaar later komt er een einde aan de Gelderse Landdag. In 1798 wordt deze ontbonden.

Het karakter van de Landdag is met de eeuwen steeds veranderd. Dat maakt dat er geen eenduidig antwoord bestaat op de vraag: Wat is de Gelderse Landdag? De Landdag begon namelijk als een vergadering van ridders en steden uit de Gelderse kwartieren tegenover de hertog van Gelre. Uiteindelijke regeerde de Landdag vanaf de laatste kwart van de zestiende eeuw zelf over het gebied. De constante factor van de Landdag was de samenwerking tussen de verschillende kwartieren.

Het ontstaan van steden

In de twaalfde en dertiende eeuw werden er veel steden gesticht door de graven van Gelre. Graaf Otto I gaf aan het einde van de twaalfde eeuw Zutphen als eerste stadsrechten. Zijn zoon, Otto II ‘de stedenstichter’ maakte (naast nog vele andere plaatsen) Arnhem en Roermond tot stad. Nijmegen kreeg stadrechten van de Duitse Koning Hendrik VII. Zutphen, Arnhem, Nijmegen en Roermond werden later de hoofdsteden van de regio’s die vanaf de vijftiende eeuw de vier kwartieren heetten.

Meer politieke invloed

De steden en ridders waren van groot belang voor de politiek van de Gelderse graven en hertogen. Zo moesten de steden toestemming geven wanneer de graaf of hertog buitengewone beden wilde heffen. Ridders stonden vaak borg bij een lening of verstrekten zelf krediet. Deze economische afhankelijkheid zorgde ervoor dat de steden en ridders steeds meer politieke invloed kregen. Ridders konden vanaf de veertiende eeuw zelfs deel uitmaken van de vorstelijke raad.

Stedenverbond

In 1343 overleed graaf Reinald II plotseling. Er ontstond strijd over zijn opvolging tussen de broers Eduard en Reinald III en hun achterbannen. De steden sloten daarop een verbond waarin zij afspraken dat zij bijeen zouden komen zodra één van hen hulp nodig had. Na de dood van Eduard en Reinald III was er geen mannelijke opvolger. De zusters Mechteld en Maria maakten beiden aanspraak op de titel. De strijd die daarop volgde verdeelde het land van Gelre. De steden realiseerden zich dat zij dit in de toekomst alleen konden voorkomen door samen te werken.

Ridders en steden bijeen

Toen Reinald IV in 1402 aantrad als hertog wilde hij het netwerk van ridders en edelen dat zich in de loop der jaren rondom de vorsten van Gelre had ontwikkeld sterk terugdringen. Een kleiner groepje vertrouwelingen betekende dat veel ridders hun invloed dreigden te verliezen. Zij sloten zich daarop aan bij de verbonden die de steden in de eeuw daarvoor al met elkaar sloten. Dit nieuwe netwerk van ridders en steden kwam bijeen voor overleg. Deze vergaderingen heette vanaf 1430 ‘dagvaart’ en vanaf het eind van de vijftiende eeuw ‘landdagvaart’ of ‘landdag’.

Een verhaal van 'De Gelderse Landdag' (2016)

Locatie

Vond u dit artikel nuttig?
Ja Nee

Inschrijven nieuwsbrief

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

T 026-3521690
E info@mijngelderland.nl