Ik was zes jaar toen de oorlog uitbrak

Er kwamen allemaal soldaten langs de Zutphenseweg

Siet Halbersma-Petri (1934) is geboren op de Tusseler in Lochem. Haar officiële naam is Marietje maar haar jongste broertje kon geen Rietje zeggen. Die zei Sietje. Dat is al 71 jaar haar naam. Ze vertelt over de oorlog en haar jeugd in Lochem.

Vijfde klas 

“Ik was zes jaar toen de oorlog uitbrak. Dat weet ik wel, want ik ging naar de Zutphenseweg. Het staat nog op m’n netvlies dat er allemaal soldaten langskwamen met die laarzen.Dat waren Duitse soldaten, dat weet ik nog heel goed. Ik denk dat ik in de eerste klas op school zat. Ik heb altijd op school gezeten, ook in de oorlog.Alleen ben ik in de vijfde klas naar het raadhuis gegaan.De Jozefschool daar moesten de Duitsers in en toen zijn wij naar het raadhuis gegaan. Na dat jaar zijn we weer terug gegaan naar de school. Toen zijn de Duitsers weer uit de school weggegaan. Er was een hele grote saamhorigheid in de oorlog. En dat vond ik wel mooi. 

Joden 

In de kastanjelaan waren veel joodse gezinnen. Die waren van de ene op de andere dag weg. Maar dat heb ik niet gezien hoor. Ik heb het niet echt beleefd, maar ik heb wel gehoord dat ze het verschrikkelijk vonden allemaal. De gemeente heeft dhuizen gevorderd. Mijn tweede man die heeft gewoond in de Harsman Molierlaan en volgens mij was dat ook een huis wat door joden eerst bewoond geweest is. De gemeente zette er twee gezinnen in. Zij zaten beneden en boven zat Eerdmans en daar heb ik nog les van gehad op de nijverheidsschool. Later moesten die gezinnen eruit. De oorspronkelijke mensen kwamen niet terug en dan verkochten ze de huizen. 

Open TBC 

Mijn broer zat in het verzet en kreeg open TBC. Op de Tusseler hadden we in de tuin een glazen huisje staan en daar zat hij in. En toen zijn we van daar naar de Kastanjedwarsstraat gegaan. Kregen we een groot huis en daar had hij een kamer. Maar daar heeft hij ook maar twee maanden gelegen.Wij moesten allemaal onderzocht worden natuurlijk. Dat zat er wel bij. Mijn moeder was in verwachting van mijn jongste broer. Er zijn er nog tien over. Mijn oudste broer is overleden toen hij 25 was. En Ben is daarvoor terug gekomen. Dus dat waren elf kinderen in totaal. 

Banger voor onweer 

Ik geloof dat mijn moeder banger was voor onweer dan voor de oorlog. Want als het onweer was dan moesten we allemaal uit bed komen, aankleden en gingen we onder de tafel zitten. Het geldkistje stond op tafel, en ja mijn moeder was daar heel erg bezorgd over. Want ze zei: “Als er wat gebeurt dan zijn we zo naar buiten.” Waar mijn vader was dat weet ik eigenlijk niet. Ik denk dat het een goede schuinsmarcheerder was. Hij was niet altijd thuis. Later wel. In de oorlog sowieso en ook na de oorlog, want toen kreeg hij het aan zijn hart. Hij was hartpatiënt en daar konden ze eigenlijk weinig aan doen in die tijd. Hij was eigenlijk betonvlechter en toen hij jong was heeft hij gevaren op zee. Hij was heel intelligent dat wel. Hij deed eigenlijk van alles. Als hij iets zag dan kon hij het maken en dat kunnen mijn kinderen ook.  

  

Voor ‘Een nieuwe tijd! Wederopbouw in de Achterhoek’ vertellen (oud)-inwoners over opgroeien, werken en wonen in de Achterhoek in de periode 1940-1965. Dit verhaal over mevrouw Siet Halbersma-Petri is geschreven door Marja Zandberg, op basis van een oral history-interview afgenomen door Maran Olthoff in augustus 2019.  


Rechten

© Marja Zandberg, CC-BY

Relevante links

Vond u dit artikel nuttig?

  • Wederopbouw in de Achterhoek

  • Personen

  • Oorlog

  • 1900-1950

  • Lochem

  • Achterhoek

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

026-3034254
info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

T 026-3034254
E info@mijngelderland.nl