Laudy Wannet-van de Berg was bijna 40 jaar kraamverzorgende. In twee afleveringen vertelt ze over haar vak en wat daarin veranderd is. Dit is deel twee.
“Toen ik in 1981 begon als kraamverzorgende, werd je ingeschakeld vanaf de bevalling. In deze regio was dat meestal een thuisbevalling door de huisarts. Pas in 1985 kwam hier de eerste verloskundige, maar veel mensen hier bleven bevallen bij de eigen huisarts.
Een bevalling duurde vaak heel lang. De huisarts kwam als er 2 of 3 centimeter ontsluiting was. Gelijktijdig belde men de kraamzorg. Dan zei de huisarts: ‘bel maar als het zover is,’ en dan ging hij weer. Ik heb weleens 12 of 16 uur bij een vrouw gezeten voordat ik die huisarts kon bellen dat het zover was.
Tegenwoordig gaat men veel vaker naar het ziekenhuis om poliklinisch te bevallen.
Ik ben bij ruim 500 bevallingen betrokken geweest. Soms moest de moeder toch naar het ziekenhuis. In het begin mocht je dan mee. Zo heb ik tangverlossingen en vacuümverlossingen gezien.
We hadden hier een grote regio, van Kleef tot Heerewaarden en van Arnhem tot Grave.
Het gezin waar je nodig was, moest zorgen dat de kraamhulp opgehaald werd. Wij woonden wat achteraf en mijn ouders deden in huis alle lampen aan, maar ik stond soms uren aan de openbare weg te wachten. Dat vervoer was soms ongemakkelijk. Zo werd ik eens opgehaald door een Turkse man die geen woord Nederlands sprak. Ja, dan duurt de reis naar Nijmegen lang. En er was een stel bouwvakkers dat ‘het zusterke’ kwamen halen. Zat ik op de achterbank tussen troffels en touwen.
Ik was blij dat ik op een gegeven moment zelf kon autorijden. Maar ik was eens midden in de polder toen het verschrikkelijk onweerde. Geen huisnummer te zien, ondanks mijn zaklamp. Nee, toen voelde ik mij niet fijn.

Laudy baddert een baby - bron plakboek Laudy Wannet - Alle rechten voorbehouden
Ik moest eens midden in de nacht naar een bevalling, toen het begon te sneeuwen. De lucht was helder en alles was wit. Ik reed het eerste spoor in de sneeuw. In Beuningen ging er een sneeuwschuifwagen voor mij de weg op en eentje achter mij. Alsof ik geëscorteerd werd. Ik kwam bij het huis aan waar ik moest zijn en de eerste voetstappen in de sneeuw waren van mij. De voordeur stond op een kiertje, ik werd verwacht. Zegt die kraamvrouw in barensweeën van achter haar opgetrokken knieën: ‘fijn dat je er bent’. Ja, dan smelt je. Dat zijn leuke herinneringen, maar er waren natuurlijk helaas ook verdrietige dingen.
Helaas is het niet overal huisje-boompje-beestje-kindje. Er zijn ook complexe problematische gezinssituaties. Als kraamverzorgende ben je heel intiem met zo’n gezin. Je hoort dingen, je ziet dingen en je zit ertussen.
Vanuit de vroegsignaleringstaak had ik vooral de laatste jaren regelmatig contact met wijkcoördinatoren, wijkverpleegkundigen, jeugdzorg en kinderartsen vanwege de gezinssituaties.
Alles wordt complexer. Er zijn best veel gezinnen waarvan de opa’s en oma’s gescheiden zijn. Oma heeft een nieuwe vriend, opa een nieuwe vriendin. En dan is het een puzzel wanneer wie kan komen. Dat is dan nog een klein vraagstukje. Je krijgt ook te maken met mensen die verslaafd zijn aan drugs of alcohol, prostituees, een jonge vader die een weekend naar huis mag met een enkelbandje, bevallingen in een commune of een asielzoekerscentrum. Ja, overal worden baby’s geboren hè.
Met de nieuwe Zorgverzekeringswet ging het aantal uren kraamzorg omlaag, maar je moest wel je dagen vullen. Dan had je twee adressen op een dag. En als praktijkbegeleider bezocht ik soms 2 of 3 leerlingen op een dag in een gezin. Die afwisseling vond ik leuk, maar ik heb wel mijn bedenkingen bij de manier waarop het nu gaat. Men doet veel meer met videobellen. Dan mis ik het persoonlijke contact. Je kunt toch taken als vroegsignalering, instructie, voorlichting, observeren niet goed doen op afstand?
Achter de voordeur gebeuren de gekste dingen. Ik heb nooit ruzie gehad, maar ben weleens in omstandigheden geweest, dat ik beter had kunnen opstappen. Ik heb te maken gehad met intimidatie, maar ik ben vrij groot, dus dat hielp wel. Of een kraamvader die te strak bij me kwam staan, die gaf ik ‘per ongeluk’ een elleboog. ‘Oh sorry, stond jij hier?’

Laudy geeft een baby te fles - bron plakboek Laudy Wannet - Alle rechten voorbehouden
Ik ben ook weleens geconfronteerd met huiselijke agressie. Er zat zo’n hond met een muilkorf en de keukenmessen vlogen in het rond. Daar zat je dan tussen. Ik had eigenlijk weg moeten gaan. Maar ik kon die kraamvrouw niet alleen laten.
Ik heb mij vaak gewaardeerd gevoeld. Het is een uniek beroep, waarin je echt iets voor mensen kunt betekenen. Mensen die echt op je wachten en zeggen: ‘wat fijn dat je er weer bent’. Of mensen die met tranen in de ogen afscheid van je nemen.
Ja, ik had een prachtig vak waar ik erg van heb genoten.
Tjits Puijker, Regionaal Archief Rivierenland - alle rechten voorbehouden, CC-BY-SA
Sprekende Herinneringen
Zorg
Streekgeschiedenis
1950-2000
West Maas en Waal
Archieven
Rivierengebied