Kraamzorg vroeger en nu (1)

Laudy Wannet vertelt over haar werk als kraamverzorgende

Laudy Wannet-van de Berg was bijna 40 jaar kraamverzorgende. In twee afleveringen vertelt ze over haar vak en wat daarin veranderd is.

Een roeping

“Ik was elf toen ik al wist dat ik dit vak in wilde. De zelfstandigheid en afwisseling trokken me aan. Je was 10 dagen in een gezin, dus als het niet beviel, kwam er een eind aan. Ik kon wel goed leren, maar ik wilde via de leao en de inas naar de kraamzorgopleiding. Je moest 17 jaar en 7 maanden zijn om tot de opleiding te worden toegelaten.Bij de nonnen

Ik kwam in opleiding bij de nonnen. De eerste vier maanden was je intern. Naast de theorie kreeg je praktijkopdrachten. Je moest tenslotte een huishouden gaan doen. We moesten het hele internaat schoonhouden; ramen lappen, toiletten poetsen, wassen en strijken. Dat werd gecontroleerd door de zuster-majoor en afgetekend in je boekje. En we moesten koken voor verschillende tafels, waaronder macrobiotisch, vegetarisch en allerlei diëten. Daarvoor had je een budget van tweeënhalve gulden per dag per persoon. Je moest zelf recepten opzoeken en boodschappen doen. Alleen de basisproducten olie, meel en suiker hoefde je niet te kopen. Dat werd ook allemaal beoordeeld en in je boekje genoteerd.

Een pagina uit het plakboek dat Laudy in die tijd bij heeft gehouden - bron Laudy Wannet - Alle rechten voorbehouden


Na de eerste twee maanden ging je eropuit. Je moest op bezoek bij een zuigelingenconsultatiebureau, een peuterconsultatiebureau en het spreekuur van een verloskundige, je liep twee dagen mee met een kraamverzorgende en je moest prijzen van babyartikelen vergelijken. En je was aanwezig bij een bevalling! Daarna was je weer twee maanden intern. Die periode werd afgesloten met het theorie-examen. Als je dat had gehaald, ging je een jaar lang de praktijk in. 

In de praktijk

Je kwam 10 dagen in een gezin. De eerste dagen werd je begeleid door een begeleidster-docente die je steeds verder losliet. Het volgende gezin begon je weer met intensieve begeleiding totdat je op een gegeven moment helemaal werd losgelaten.

Het was belangrijk meteen duidelijk te maken wat de kraamzorg inhield. In principe zorgde je alleen voor de moeder en de baby. Dat betekende ook dat je alleen de kraamwas hoefde te doen, maar ik nam de gezinswas meestal wel mee, ook al hoorde dat officieel niet bij het kraampakket.

Een voorwaarde was dat het kraambed werd opgeklost, zodat je als verzorgende op hoogte kon werken. Maar ik ben lang en die klossen waren voor mij te laag. Nu heb je natuurlijk verstelbare bedden.

In 1981 rondde ik de opleiding af en ging ik zelfstandig aan de slag.

Laudy na het halen van haar diploma - bron Laudy Wannet - Alle rechten voorbehouden

Kraamzorg veranderd

Toen ik begon, was je tien dagen in een gezin. De eerste dagen was je er van ‘s morgens 8 tot ‘s avonds 6. Moeders lagen toen wel 5, 6 dagen in bed en mochten er niet uit. Vaders waren hooguit twee dagen thuis en konden meestal niet veel op huishoudelijk gebied. Je zorgde voor het hele huishouden. En het eten moest om vijf uur op tafel staan. 

Minder uren

Met de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006 kwam de kraamzorg in de basisverzekering. Het aantal uren werd teruggebracht van 80 naar 49.

Laudy geeft een baby de fles - bron Laudy Wannet - Alle rechten voorbehouden

Tegenwoordig is de moeder-kindzorg 2 à 3 uur per dag. Dan krijg je natuurlijk geen band met zo'n gezin. Vroeger moest je bij minimaal 2 à 3 voedingen per dag aanwezig zijn, nu red je één voeding soms niet eens.
Voorlichting en instructie waren een heel belangrijk onderdeel van de kraamzorg, net zoals de vroegsignalering van zaken die mogelijk misgaan. Maar daar is nu geen tijd meer voor. Dat vind ik wel erg jammer. De intuïtie van vader en moeder staat natuurlijk voorop. Als je het beste met je kindje voor hebt, maakt het niet uit of je rechtsom gaat of linksom. Maar wat begeleiding maakt het wel gemakkelijker. 

Regelmaat

In de loop der jaren is de benadering erg veranderd. Vroeger moest een baby strikt om de drie uur worden gevoed. En als het kindje sliep, moest je het wakker maken voor de voeding. ‘s Middags hadden veel baby’s een huiluurtje. Dan liet je ze rustig een poosje huilen.

Toen kregen we een periode dat er onmiddellijk moest worden gereageerd. Moeder én vader droegen het kind bij wijze van spreken 24 uur per dag bij zich, in zo'n draagzak. En zo gauw het kind een kik gaf, werd er gevoed. Of gesust. Ja, daar was ik niet zo voor.
Ook als ouders moet je dat leren. Is het kindje niet nat, heeft het geen honger, heeft het niks bijzonders, dan mag het best even huilen. Het is de enige manier waarop een kindje zich kan uiten, hè.

Ik heb de 40 jaar net niet volgemaakt. Toen werd de kraamzorg me fysiek te zwaar, ook met het traplopen en zo. Ik heb dat heel erg gevonden. Naast de kraamzorg werkte ik als praktijkbegeleider van stagiaires en nieuwbenoemden. Dat stopte allemaal.”


Rechten

Tjits Puijker, Regionaal Archief Rivierenland - alle rechten voorbehouden, CC-BY-SA

  • Sprekende Herinneringen

  • Zorg

  • Streekgeschiedenis

  • 1950-2000

  • West Maas en Waal

  • Archieven

  • Rivierengebied

Relevante links

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

E info@mijngelderland.nl