In de jaren '20 kreeg de Dienst Gemeentewerken de opdracht om op Welgelegen een nieuw gemeentelijk slachthuis te bouwen. Gemeentelijk Bouwmeester Gerrit De Zeeuw maakte een eerste schetsje, maar liet het eigenlijke ontwerp over aan een van zijn werknemers, J.H. Hooyer. Deze maakte van het slachthuis een sober, sierlijk gebouw in de stijl van de Amsterdamse School, een stijl die in Apeldoorn relatief weinig is toegepast.
Enerzijds omdat Apeldoorn nu eenmaal Amsterdam niet is, anderzijds omdat er in de economisch magere jaren '20 en '30 van de vorige eeuw gewoon niet zoveel van dit soort bouwprojecten werden gerealiseerd.
Hooyers slachthuis was bij oplevering een juweel voor de stad, een even strak als elegant gebouw, spaarzaam en smaakvol versierd met enkele reliëfs, elegante smeedijzeren letters en een klok. Maar in de loop der jaren heeft het Slachthuis veel te lijden gehad. In de oorlog liep het enige schade op, maar die was overkomelijk. Het 25-jarig bestaan in 1952 werd weer trots gevierd. Met Apeldoorn groeide ook het Slachthuis in de naoorlogse jaren onstuimig. Voortdurend werd het uitgebreid. Dan hier weer een aanbouw, dan daar weer een bijgebouw. Het meesterstuk van Hooyer werd langzaam maar zeker aan het oog onttrokken.
In 1988 verhuisde de EKRO, zoals het slachthuis inmiddels heette, naar industrieterrein Malkenschoten. Het gebouw stond daarna nog enkele jaren in een treurige staat van verval, voordat het voorgoed werd gesloopt. Op Welgelegen is nu hoogwaardige woningbouw gerealiseerd. Van het Slachthuis resten enkel wat tekeningen, foto's en de opvallende klok die zich bevindt in de collectie van CODA Museum.
Bekijk de website van het Geheugen van Apeldoorn over Gerrit De Zeeuw.
Apeldoorn
Streekgeschiedenis
Landschap
1900-1950
Apeldoorn
Veluwe
Apeldoorn