Schipbrug bij Veessen

De Kozakken in 1813

Op 13 november 1813 trok een afdeling Kozakken van ongeveer 300 man het dorp Wijhe binnen. Zij kwamen uit de richting van Heino en hadden opdracht om te Wijhe een bivak te betrekken en een schipbrug over de IJssel te slaan. Zij richtten hun kamp in op een zandige hoge weide ten noorden van het dorp en daar bleven zij tot ongeveer kerst 1813.

Keuze voor de plek van de brug

Het Wijhese veer was op 12 november door terugtrekkende Franse gendarmes onbruikbaar gemaakt. Dit werd echter spoedig hersteld en toen werden de eerste Kozakken te Wijhe naar de overkant gebracht. De maire van Wijhe liet intussen de schepen die op de IJssel voeren bevelen aanmeren of voor anker gaan. Na overleg met personen die bekend waren met het vaarwater, werd besloten de brug te slaan tussen Fortmond en Veessen, ter plaatse waar een krib in de rivier is gelegen, die nu nog steeds de Kozakkenkrib wordt genoemd. Fortmond was hoog gelegen en bleef bij tamelijk hoge waterstand nog vrij van overstroming, terwijl de lage uiterwaarden met de vele kolken en hanken die zich noordwaarts daarvan, langs de rechteroever uitstrekten, bij een weinig was van het rivierwater reeds onderliepen. Bovendien was het gedeelte van de rivier dat voor het leggen van de brug werd gekozen veel smaller dan verder noordwaarts, bijvoorbeeld bij het Wijhese veer.

Bouw van de schipbrug

Voor de bouw van de schipbrug schijnen bijna uitsluitend beurtschepen te zijn gevorderd, omdat ze het meest voor het doel geschikt werden geacht. En beurtschippers voeren er genoeg op de IJssel. Alleen al van Deventer op Amsterdam waren er zeven. Een van de schippers die tot de ‘bevoorrechten’ behoorde was Jan Willems Snippe van Zutphen. In januari van het jaar 1814 verzocht hij aan de Souvereine Vorst (‘koning’ was Willem I toen nog net niet) dat hij met een aantal collega's al vanaf 23 november 1813 met zijn schip vastlag in de schipbrug en hij wilde onderhand wel weer eens verder kunnen varen en eiste een schadevergoeding voor gederfde inkomsten. Of daar iets van terecht is gekomen, is niet bekend.

Doel van de schipbrug

De huis- en rijtuigschilder Westenberg te Veessen, tevens herbergier, maakte van de schipbrug een afbeelding en vermeldde daarop dat deze 26 november in gebruik was gesteld, zodat we kunnen vaststellen dat het bouwen enkele dagen in beslag heeft genomen. Toen het ging vriezen en er sprake was van ijsgang, zal de schipbrug waarschijnlijk weer zijn opgeheven. Het doel van de schipbrug was om het beleg van Deventer, waar Fransen lang stand hielden, te vergemakkelijken. Tenminste, dat wordt door sommigen gezegd, maar de praktijk bleek te zijn dat de Kozakken veel steden links en rechts lieten liggen en er tussendoor snel doorstootten. Zo waren er al bijna een maand Kozakken in Parijs toen pas op 26 april 1814 de Fransen Deventer verlieten en op 21 mei als laatste, nota bene Delfzijl, de meest noordoostelijke stad van ons land, door hen werd ontruimd. Zij mochten met medeneming van hun wapens heel Nederland doorkruisen om in Frankrijk te geraken.


  • Streekgeschiedenis

  • 1800-1900

  • Heerde

  • Volkscultuur

  • Veluwe

Relevante links

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

E info@mijngelderland.nl