Het luiden van klokken is de meest herkenbare vorm van klokgebruik. Dit wordt tegenwoordig vaak gedaan door middel van mechanische aansturing, maar werd vroeger gedaan door de klokkenluiders. In een aantal steden zijn er ook nog een aantal klokkenluidersgilden verantwoordelijk voor dit oude gebruik.
Bij het luiden van klokken hangt de klok aan een luidbalk en wordt deze in beweging gebracht. De klok maakt grote slagen, waarbij de klepel in dezelfde richting beweegt als de klok en daar de klokwand raakt. Wanneer de klok naar je toe beweegt klinkt de klok iets hoger (BIM) dan wanneer deze van je af beweegt (BAM). Dit luiden wordt de ‘vliegende klepel’ genoemd. Het tempo hiervan is vaak snel en de zijwaartse krachten op de kerktoren hoog. Ook bestaat de kans op breuken in de klok.
Slechte kwaliteit van het klokkenbrons en problemen met het (on)voldoende verhitten en hiermee vloeibaar maken van het brons, zorgden ervoor dat veel klokken barsten gingen vertonen na veelvuldig gebruik. Bij feestelijke gelegenheden konden de klokken urenlang achter elkaar luiden. Bij goed vakmanschap bij het gieten kon dit enigermate worden ondervangen. In de loop van de tijd heeft men voor dit risico echter ook oplossingen bedacht, zoals constructies waardoor de klepel in het midden blijft hangen en geschept wordt door de klok. Het zogenaamde luiden met de ‘vallende klepel’.
Tijdens de middeleeuwse samenleving dienden de klokken als een effectief communicatiemiddel. Zo gaven de klokken het tijdstip van de dag aan en werden zij geluid bij hoogtijdagen en speciale gelegenheden. Een klok kon dienst doen dienst als waakklok, om het sluiten en opengaan van de stadspoorten en de nachtwaak langs de stadsmuur aan te kondigen. In sommige steden was er vierentwintig uur per dag een torenwachter aanwezig en deed een specifieke klok dienst als brandklok, stormklok en alarmklok bij naderend gevaar, zoals bij vijandigheden, dreigingen van buitenaf of bij interne politieke onlusten. Bij een alarm moesten de weerbare burgers zich verzamelen om de stad te verdedigen. De verantwoordelijke torenwachter en zijn luiders hadden hiermee een grote verantwoordelijkheid.
De toren van de Stevenskerk is in eigendom van de gemeente. Naast een carillon heeft de Stevenskerk zeven luidklokken. Alle luidklokken worden regelmatig geluid volgens een door de gemeente vastgestelde vergunning. Hierdoor vindt het klokkenluiden plaats op christelijke feestdagen, maar ook op de sterfdag van Catharina van Bourbon (21 mei), en op de datum van de herbouw van de Stevenskerk na de Tweede Wereldoorlog (9 juli). Sinds juli 2015 is er een klokkenluider-gilde opgericht met anno 2026 9 klokkenluiders. Zij luiden de klokken van resp. 3500 kg, 1700 kg, 1250 kg, 725 kg, 500 kg, 350 kg en 388 kg. Er kunnen maar twee klokken tegelijkertijd worden geluid. Voor de zware klok zijn alleen al vier personen nodig. Alle klokkenluiders hebben in verband met de veiligheid een speciale opleiding genoten. Zij worden zoals vroeger aangestuurd door de torenwachter. Tegenwoordig is het een erebaan. Anno 2026 is de torenwachter Peter Kuipers.
De Walburgiskerk heeft zeven klokken. Er zijn na 1950 nog drie klokken toegevoegd. Het Angelusklokje (90 kg) hangt boven het koor van de kerk. De Mariaklok werd geschonken door de firma Reesink, die sinds 1785 gevestigd was in Zutphen, maar in 2005 vertrok naar een industrieterrein in Apeldoorn. Daarnaast werd nog de Walburgaklok geschonken door burgers in 2005. De klokken wegen resp. Beatrix 4800 kg, Walburga 3800 kg, Irene 2600 kg, Margriet 2200 kg, Maria 1600 kg en Marijke 1475 kg. Samen wegen de klokken 16.475 kg. Vanwege de zwaarte hebben alle klokken met uitzondering van het kleine klokje een krukluidas.
Het klokkenluidersgilde is in 1985 opgericht. Voor 1985 werden de klokken een tijd lang mechanisch geluid. Anno 2026 zijn er veertig luiders aangesloten, waarvan er twintig luidmeester zijn. Zij hebben de leiding bij het luiden. Per keer zijn er vijf tot zes luiders aanwezig. Tijdens de hoogtijdagen werken er minimaal acht luiders.
De klokken worden geluid op elke zaterdagavond (behalve stille zaterdag) en op zondagmorgen als er een eredienst in de kerk wordt gehouden. Deze diensten zijn van Pasen tot en met oktober. Op zondagmiddag wordt een keer per maand een vesper gehouden. Ook dan luiden de klokken. Met uitvaarten vanaf de kerk luidt de Beatrix-klok en ook op 4 mei tijdens de stille tocht naar het oorlogsmonument. Ook als er een bruid de kerk betreedt worden de klokken geluid.
Bronnen:
Verder lezen:
Olga Spekman, CC-BY