Kees Rooijens (1907-1997)

Ambulancebroeder in oorlogstijd

Kees Rooijens was een verpleger met een groot hart voor zijn medemens, in het bijzonder voor psychiatrisch patiënten. Hij stond aan de wieg van het ambulancevervoer in Nijmegen en maakte als ambulancebroeder de Slag om Nijmegen mee. Toen hij als verpleger letterlijk en figuurlijk voor hete vuren kwam te staan, putte hij veel steun uit zijn geloof in God.

Cornelis Joannes Rooijens werd op 21 april 1907 geboren in een katholiek nest in Tilburg. Zijn roepnaam was Kees. Kees volgde de lagere school, maar maakte de MULO (een soort voorloper van de mavo) niet af. Na verschillende baantjes ontdekte hij zijn passie voor het verpleegkundig vak. Kees volgde eerst de B-opleiding (psychiatrische verpleegkunde) in een Rijkskrankzinnigengesticht en daarna de A-opleiding (algemene verpleegkunde) in het Sint Elisabethziekenhuis. Aan dit dubbele diploma zou Kees in zijn latere carrière nog veel hebben.

Broeder bij de GG&GD

In juni 1933 begon Kees bij de Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst (GG&GD) in Utrecht. De GG&GD regelde het ziekenvervoer en bemande de eerstehulpposten in de stad. Kees was als junior met name bezig met het ziekenvervoer. De senior-verplegenden werkten vaker op kantoor en in de telefooncentrale. De GG&GD voerde ook andere taken zoals de medische keuringen van gemeentepersoneel uit.
In 1938 solliciteerde Kees bij de GG&GD in Nijmegen, waar de dienst nog opgezet werd. Hij had behoefte aan een serieuzere functie. Kees had als A- en B-verpleegkundige en door zijn werk bij de Utrechtse GG&GD een brede ervaring.
De werkdruk bij een GG&GD was hoog. Naast het fulltimewerk kon een verpleger ook ’s nachts uit bed geroepen worden. In Nijmegen had Kees een zwarte telefoon in de gang, waarvan de belkosten werden vergoed door de GG&GD. Bij een noodoproep vertrok hij op zijn dienstfiets, met achterop een plaatje voor de rijwielbelasting (ook vergoed door de GG&GD) en een plankje voor de EHBO-tas met spalken, injectiespuiten, verband en jodium. Moest er ziekenvervoer komen, dan regelde Kees een ambulance.

Ambulancebroeder in de frontlinie

In mei 1940 bezette Nazi-Duitsland Nederland. Kees had het daar moeilijk mee. Waar mogelijk hielp hij onderduikers en het verzet een handje. Vanwege zijn vitale beroep was er een kleine kans dat hij werd opgeroepen voor dwangarbeid, hij kon veilig over straat. Tijdens de oorlogsjaren vormde het huis van de Rooijens een veilige haven voor bekenden en buurtgenoten. Iedereen wist waar de broeder woonde, die een EHBO-tas bezat en zorg kon verlenen.
Kees maakte als verpleger veel traumatische momenten mee. Met name tijdens de Slag om Nijmegen in september 1944 zag hij veel ellende. Kees hield een dagboek bij om zijn ervaringen vast te leggen, maar ook om zijn trauma te verwerken. Nijmegen was onherkenbaar:

‘Het centrum der stad is een hel gelijk. Een rode gloed verdrijft het duister van de avondhemel en alom hoort men het sinistere geknetter der vlammen. Onafgebroken fluiten en gieren de granaten.’

Kees verstopte een ambulance in de buurt van zijn huis, in de hoop dat de Duitsers, die al meerdere ambulances hebben ingenomen, die niet vorderden. Zo kon hij er nog op uit trekken om gewonden te verzorgen, of doden te bergen. Dat deed hij samen met een goede vriendin en collega, Zuster Hochstenbach, Miek voor intimi.
Het ambulancewerk was levensgevaarlijk. Kees en Miek werken tijdens schietgevechten en granaatinslagen door. Dat ze al die maanden gespaard bleven, is een wonder. De Nijmeegse straten ‘branden als fakkels’ en liggen vol slachtoffers. De ene na de andere zwaargewonde patiënt sterft in de ambulance. ‘En zo trekken wij dan als in een roes, in een gruwelijke droom, van de ene sterfplaats naar de andere. Van een sterfbed kan immers niet meer worden gesproken.’

Na de oorlog

Na de oorlog vertelde Kees geregeld over zijn ervaringen. Hij ontving vanwege zijn oorlogsverdiensten het Herinneringskruis 1944-1945 van het Rode Kruis en de Luchtbeschermingsmedaille.
In de jaren vijftig reed Kees per jeep door Nijmegen om zijn patiënten te bezoeken. Zijn oudste zoon Gerard zat achter het stuur. Soms mocht jongste zoon Vincent mee om het kaartenbakje te beheren. Beide zoons moesten wel altijd in de stationair draaiende jeep op hun vader wachten. Kees klom op binnen de GG&GD en werd chef. Een politieman zei over hem:

“Rooijens werd min of meer als ‘de dokter’ gezien. Hij had de manieren er wel naar. Een plechtig iemand, statig persoon. Had een voorkomen als geneesheer, een innemende man.”

In mei 1972 ging broeder Rooijens met pensioen. Hij kreeg de eremedaille in goud binnen de orde van Oranje-Nassau.

Bronnen:

  • Museum voor de Verpleegkunde, Kees Rooijens, Kees Rooijens - Museum voor de Verpleegkunde.
  • Gras, Thijs, Broeder in een brandende stad. De ervaringen van GGD-verpleger C.J. Rooijens op het slagveld van Nijmegen 1944-1945 (2015).


Rechten

Jitske Hell, Museum voor de Verpleegkunde. , CC-BY-NC

  • Tweede Wereldoorlog

  • Personen

  • Werk

  • Zorg

  • 1900-1950

  • Nijmegen

Relevante links

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

E info@mijngelderland.nl