Eduard Hellendoorn: 1912 – 1941

Realistische kunstenaar en verzetsstrijder

Eduard Carel Frederik Hellendoorn werd geboren op 29 november 1912 in Amsterdam. Zijn vader was architect. Na zijn middelbare schooltijd volgde hij de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag.

Dit is een verdiepingsverhaal van het verhaal 'Puttense kunstenaars' uit de Canon van Putten.

In 1931 trouwde Hellendoorn met medestudente Johanna Maria Drayton Lee. Ze kregen samen drie kinderen, een dochter en twee zoons. Zijn zoon Edwan leeft anno 2018 nog altijd in Putten. Het jonge paar startte in Oostende, maar verhuisde toen hun dochter Durske geboren werd naar Den Haag. Ze deden dit op verzoek van de moeder van Johanna, die hen ook financieel ondersteunde. Het gezin Hellendoorn woonde ook nog kort in Monster en in De Haarlemmermeer. In 1935 gingen ze aan de Drieseweg, vlakbij het Putterbos, in Putten wonen.

Realistische stijl en carrière

Hellendoorn ontwikkelde zich tot een fijnzinnig kunstenaar met een eigen realistische stijl. Geïnspireerd door de prachtige natuur in Putten maakte hij fraaie tekeningen, houtsneden en olieverfschilderijen, onder andere van enige Puttense boeren, maar ook mooie portretten van zijn vrouw en zelfportretten. Van de kinderen, toen ze klein waren, maakte hij prachtige tekeningen.

De verkoop van zijn schilderwerk leverde toch te weinig op, om er met zijn gezin van te kunnen bestaan, dus koos Ward Hellendoorn voor een vaste baan bij Elsevier in Amsterdam na zijn scheiding in 1939. Bij Elsevier werd hij tekenaar, bandontwerper en illustrator.

Communistisch kunstenaarsverzet

Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog op 10 mei 1940 sloot hij zich al snel aan bij het communistische kunstenaarsverzet. Hij was betrokken bij de verspreiding van illegale bladen en zamelde geld in voor onderduikers. In 1941 nam hij actief deel aan de Februaristaking, het protest tegen de deportatie van Joodse landgenoten. De staking werd met geweld gebroken en er werden vele arrestaties verricht. Ook Hellendoorn was een van de slachtoffers.

Doodvonnis

Een lid van de directie van Elsevier verraadde Hellendoorn bij de nazi’s en hij werd in het Oranjehotel in Scheveningen enige tijd opgesloten. Tegen hem werd het doodsvonnis uitgesproken, samen met twee andere communistische Februaristakers. Op de Waalsdorpervlakte werden ze op 13 maart 1941 gefusilleerd, samen met 15 leden van de verzetsgroep van De Geuzen van Bernard IJzerdraat.

Op 4 maart 1941 werden 18 leden van deze verzetsgroep ter dood veroordeeld. Drie van hen bleken minderjarig te zijn en ontsnapten daardoor aan de dood. Voor de nazi’s is achttien een gegeven en om die reden werden de drie Februaristakers met 15 mannen van de verzetsgroep De Geuzen geëxecuteerd. De dichter en verzetsman Jan Campert schreef na hun executie ‘Het lied der achttien dooden’.

 

Bronnen:

  • Interviews met Edwan Hellendoorn, 2018


Rechten

Evert de Graaf, 2019, CC-BY-NC

  • Kunst en cultuur

  • Tweede Wereldoorlog

  • 1900-1950

  • Putten

  • Veluwe

Relevante links

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

E info@mijngelderland.nl