De Delftse school

De Geldersche Schoonheidscommissie

In 1919 werden het Geldersch Genootschap en de daarmee verbonden Geldersche Schoonheidscommissie opgericht, die in de volgende jaren een grote invloed op de volkswoningbouw in Gelderland kregen.

Rond 1920 vormden de architecten in de Geldersche Schoonheidscommissie nog een gemêleerd gezelschap, maar tegen het eind van de jaren twintig kreeg de Delftse School de overhand. Deze stroming kwam tot ontwikkeling onder leiding van de al genoemde Granpré Molière, die hoogleraar was aan de Technische Hogeschool in Delft.

Granpré Molière

Granpré Molière kwam, onder andere voortbouwend op de tuinstadgedachte, tot een traditionalistische architectuur. Daarbij liet hij zich inspireren door de ambachtelijke bouwwijze van vóór de negentiende eeuw. Nieuwe constructies en materialen wees hij niet af, maar zij kregen een ondersteunende, zo veel mogelijk verborgen rol. Inheemse bouwvormen en materialen dienden naar zijn mening het beeld te bepalen.

Rijtjeshuis

In de woningbouw leidde dit tot bakstenen huizen met pannendaken en ramen met traditionele roedenverdelingen. In stedenbouwkundig opzicht streefde de Delftse School een hiërarchische ordening na, waarbij de gebouwen van kerk en overheid letterlijk en figuurlijk een centrale plaats kregen. De woningbouw moest een meer bescheiden karakter hebben. Deze opvattingen resulteerden uiteindelijk in het typisch Nederlandse 'rijtjeshuis'.

Schoonheidscommissie

A.M. Kuysten, de inspecteur der Volkshuisvesting in Gelderland, werd in 1919 bestuurslid van het Geldersch Genootschap. De inspecteur had niet alleen een controlerende functie, maar gaf ook voorlichting over de toepassing van de verschillende wetten en regelingen. Hierdoor was hij ook in de gelegenheid de ideeën van het Genootschap te verspreiden. Daarnaast deed het Genootschap zijn invloed gelden via de Schoonheidscommissie, die niet alleen plannen toetste, maar ook ontwerpadviezen gaf.

Wederopbouw

Eén van de leerlingen van Granpré Molière was A. Kraayenhagen, die in 1931 in dienst trad bij het Geldersch Genootschap. Tegelijkertijd richtte hij in Arnhem een particulier stedenbouwkundig bureau op, waardoor hij langs verschillende wegen een grote invloed kreeg op de ontwikkelingen in Gelderland. In opdracht van de Geldersche Schoonheidscommissie wijzigde hij vele ingediende bouwplannen, die na zijn ingrepen een duidelijk 'Delfts' karakter kregen. Daarnaast maakte hij verschillende stedenbouwkundige ontwerpen en wederopbouwplannen. Bij de wederopbouw van Scherpenzeel in 1940-1941 tekende hij niet alleen het stedenbouwkundige ontwerp, maar had hij zelfs de beslissende hand in de architectuur van alle bouwplannen.

Auteur: Jan Vredenberg.

Deze tekst is een verkorte versie van een lemma uit het werk 'Gelderland 1900-2000' (eindredactie: Dolly Verhoeven). In de pdf bij dit verhaal vindt u de volledige tekst.


Rechten

©

Relevante links

Vond u dit artikel nuttig?

Kenmerken

  • Streekgeschiedenis
  • Landschap
  • 1900-1950
  • Arnhem
  • Landschap
  • Volkscultuur
  • Arnhem e.o.

Plaats

Location on map

Verwante collectiestukken

Ga naar CollectieGelderland

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

026-3521690
info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

 

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

T 026-3521690
E info@mijngelderland.nl