Een golf van liefdadigheid De Waal als natuurlijke en beteugelde rivier – Waterwolf de Waal 4

Koning Lodewijk Napoleon bezoekt in 1809 Dalem aan de Waaldijk in de Tielerwaard © Reinier Vinkeles. Collectie Rijksmuseum - PD Opvang van slachtoffers van de watersnoodramp in een school waar stro op de grond ligt. Tiel, Nederland, 1926 © Nationaal Archief, Collectie Spaarnestad, Het Leven, fotograaf onbekend
De hulpverlening na een ramp gebeurde in eerste instantie plaatselijk, vanuit naburige steden en via de kerken. Na een overstroming in 1741 in onder andere het Land van Maas en Waal en de Bommelerwaard was er voor het eerst een grote hulpactie die vanuit Amsterdam en Rotterdam werd georganiseerd. Daarbij bleek dat de overstromingen een golf van liefdadigheid op gang brachten.

Deze tekst maakt onderdeel uit van de special Verbeelding van de Waal, De Waal als natuurlijke en beteugelde rivier, thema Waterwolf de Waal. 

Inzamelingen

Er werd 55.000 gulden bijeengebracht. De mensen kregen eerst noodhulp in de vorm van voedsel, maar later ook bouwmaterialen of koeien om de veestapel weer op te bouwen. Bij latere acties werd bewust de pers ingeschakeld om fondsen te werven. In 1784 was er voor het eerst sprake van een gecoördineerde hulpactie waarbij geld in het hele land werd ingezameld. Bij de overstromingen van 1799, 1809, 1820, 1855 en 1861 werd de hulp gecoördineerd door de overheid, maar het benodigde geld kwam uit inzamelingen.

Koninklijk bezoek

In 1809, toen de Fransen het in Nederland voor het zeggen hadden, kondigde koning Lodewijk Napoleon een collecte af, die 1 miljoen gulden zou opbrengen. De koning bezocht het rampgebied en werd daardoor enorm populair in Nederland. In 1820 zou koning Willem I zijn aanpak kopiëren. 

Rampenfonds

Bij de overstromingsramp van 1926 ging er veel mis bij de hulpverlening. Het Rijk was van mening dat de overstromingen door nalatigheid waren ontstaan en wilde daarom niet bijdragen. Wel werd er via de pers en de radio veel geld ingezameld: 4,7 miljoen gulden. Helaas waren er grote meningsverschillen tussen de inzamelaars van het geld en de provincie Gelderland die de hulpverlening wilde coördineren. Dat leidde tot een slecht georganiseerde hulpverlening. Sommige gedupeerden kregen snel ruime schadevergoedingen, anderen moesten jaren wachten op een schamele vergoeding om hun huis of boerenbedrijfje weer op te bouwen. Om in het vervolg misstanden te voorkomen werd het Nationaal Rampenfonds opgericht. Voortaan kon sneller tot schadevergoeding worden overgegaan. Gelukkig heeft dit rampenfonds nooit hoeven uitkeren in het Gelderse Rivierengebied. Rivieroverstromingen die als nationale ramp kunnen worden betiteld, hebben zich niet meer voorgedaan, doordat sindsdien veel is gedaan om de rivier veiliger te maken en te reguleren.

Bron

Niets is Bestendig, de geschiedenis van de rivieroverstromingen in Nederland, 1996, G.P. van de Ven en A.M.A.J. Driessen.

Auteur: Overland, in opdracht van De Bastei, Nijmegen.

Vervolg: De bijna-ramp 1995



Links

Prent Vinkeles Rijksmuseum
Afb vluchtelingen bestellen

Locatie

Vond u dit artikel nuttig?
Ja Nee

Inschrijven nieuwsbrief

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

T 026-3521690
E info@mijngelderland.nl