Toen zagen we dat de boerderij weg was

Over de inslag van een V1 in Hurwenen in 1945

Johan de Groot werd in 1934 geboren in Hurwenen. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog was hij tien jaar oud. Hij woonde met zijn ouders en vier zussen in een dijkhuis aan de Waal. In hun huis verbleven ook evacués uit Alem. Johan vertelt wat hij als jongen meemaakte toen er in de buurt een V1-bom insloeg.

Een echte Hurnse

“Ik ben geboren in Hurwenen. Wij woonden in een dijkhuis, vlak bij de Waal. Thuis waren we met vijf kinderen. Ik had vier zussen, ik was de enige jongen. Mijn vader werkte met paarden. Hij reed met paard en wagen voor andere mensen. Ik hielp altijd mee. Als jongen deed ik overal wel iets. Mijn vader was al wat ouder, dus ik moest vaak bijspringen.

In de oorlog kwamen er veel evacués in de streek. Ook bij ons in huis. Op een gegeven moment zaten er ongeveer vijfentwintig mensen uit Alem bij ons. Die sliepen allemaal boven. We hadden natuurlijk geen vijfentwintig bedden. Dus veel mensen lagen gewoon op de grond. Dat was niet anders.

Duitse soldaten in het dorp

Verderop in het dorp waren ook Duitse soldaten. Die waren in een huis ingekwartierd. Soms kwamen ze bij ons op het erf. Dan namen ze bijvoorbeeld een schaap mee of iets anders. Eén van die Duitsers zei eens tegen mij: “Ik heb de Krieg niet gewild.” Dat begreep ik als kind toch wel.

Over de brug van Zaltbommel

Mijn vader moest in die tijd veel rijden met paard en wagen. Hij vervoerde van alles: mensen, voedsel en spullen. Tijdens de evacuaties reed hij ook met mensen over de brug bij Zaltbommel naar de overkant. Dan zaten er soms wel twintig mensen op de kar. Over die brug lagen planken. Eerst naar beneden en dan weer omhoog. De paarden moesten daaroverheen en dat was moeilijk, want ze konden uitglijden. Maar het ging toch. Zo kwamen die mensen aan de overkant.

Wij hoefden niet te evacueren. Wij mochten in ons huis blijven wonen, omdat mijn vader nodig was voor dat rijden en voor de voedselvoorziening. In die tijd hoorde je vaak V1-bommen overvliegen. Die maakten een brommend geluid. Zo lang je dat geluid hoorde, vloog hij nog. Maar als het geluid ineens stopte, wist je dat hij naar beneden kwam.

Inslag van een V1

Op een nacht gebeurde het. We lagen te slapen met al die mensen in huis. Toen kwam er een enorme klap. Iedereen werd wakker. De oudere jongens die bij ons in huis waren, gingen meteen naar buiten om te kijken wat er gebeurd was. Ik ging ook mee, hoewel mijn vader zei dat we binnen moesten blijven. We liepen ongeveer honderd meter over de dijk. Toen zagen we vuur.

Doden onderaan de dijk

Er was een V1 ingeslagen bij de boerderij van Leeuwenhagen en café Het Bruin Paardje. Toen we dichterbij kwamen zagen we wat er gebeurd was. De boerderij was weg. Overal lagen brokstukken. Er lagen ook mensen. Ik zag verschillende doden onder aan de dijk liggen, vlak boven de waterlijn. Dat was verschrikkelijk om te zien.

Twee jongens vermist

In dat huis woonden mensen die wij kenden. De ouders waren omgekomen. Twee jongens van ongeveer mijn leeftijd waren eerst nergens te vinden. Het water van de Waal stond toen hoog tegen de dijk. Daardoor waren die jongens niet meteen te vinden. Ongeveer twee weken later was het water gezakt. Toen ontdekten mensen langs de dijk een bed in het water. In dat bed lagen de twee jongens. Ik zag de voeten boven het water uitkomen. Ik zie dat beeld nog steeds voor me. Het was een verschrikkelijk gezicht. Dat vergeet je niet. In die tijd was er geen politie meer die dat kwam regelen. Mensen uit de buurt moesten zelf kijken wat er gebeurd was en elkaar helpen.

Terug naar school

De oorlog ging ondertussen gewoon door. Er werd ook met kanonnen geschoten in de richting van de brug bij Buren. Dat ging soms precies over ons huis heen. De school was in die tijd een poos dicht. Later ben ik weer naar school gegaan, de landbouwschool in Kerkdriel. Eerst een paar dagen per week. Daarnaast werkte ik thuis op de boerderij. De koeien moesten gemolken worden en het werk ging altijd door. Op mijn dertiende ben ik van school gegaan om te gaan werken.

Het was niet anders

Als mensen mij later vroegen of ik van de oorlog een trauma had gekregen, zei ik altijd: ‘nee. Het was niet anders. Zo was die tijd.’ Ik vind het wel mooi dat mijn herinneringen nu worden bewaard in een archief. Dan blijft het bestaan voor later. Dan kunnen mensen horen wat hier gebeurd is.”


Rechten

Vincent Wibier, Regionaal Archief Rivierenland, CC-BY-NC-SA

  • Sprekende Herinneringen

  • Tweede Wereldoorlog

  • Streekgeschiedenis

  • 1900-1950

  • Maasdriel

  • Archieven

  • Rivierengebied

Relevante links

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

E info@mijngelderland.nl