Sinds jaar en dag bestel je in Hedel je snacks of drankje bij “Bij Mulder”. Dat is al sinds 1950 een begrip in dit dorp aan de Maas. Het staat voor Café-Cafetaria-Slijterij van de familie Mulder, een groot katholiek gezin met maar liefst zestien kinderen. We spraken met Piet over de tijd dat hij en zijn broers en zussen meehielpen in de zaak, over de jaarlijkse paardenmarkt, en zijn tijd op de Holland-Amerikalijn. Met plezier haalt hij de anekdotes boven water.
‘In de oorlog werd Hedel gebombardeerd. Ook ons huis, waar mijn vader destijds een lunchroom had. We kregen een andere woning toegewezen. Hij kreeg een schadevergoeding en aangevuld met geld van vrienden en kennissen heeft hij toen een café annex cafetaria en slijterij laten bouwen. In 1950 was het klaar en werd de zaak geopend. Ons gezin bestond uit vader, moeder en zestien kinderen.
We maakten alles zelf. Toen ik vier jaar was, was ik ook al in de zaak. Ik kon nog niet meehelpen, maar ik was er wel. We deden alles zelf: aardappels schrappen, pitten, friet snijden, voorbakken, drogen, frituren. Alles vers. Mijn moeder maakte de slaatjes, ballen gehakt, kroketten, ijs. Niks uit de fabriek. Er was een enorme vraag want een cafetaria dat was nog nieuw in Nederland.
In de jaren 50 preekte de dominee nog dat de protestanten niet bij katholieken mochten komen. Dus zeker niet bij ons. Later is dat gelukkig veranderd. Mijn vader zei op zaterdagavond om half twaalf altijd dat het café om kwart voor twaalf ging sluiten omdat de protestanten om twaalf uur thuis moesten zijn. Want dan begon de zondag en mochten ze niks doen.
De eerste maandag na 1 november wordt in Hedel de jaarlijkse paardenmarkt gehouden. Het is een van de grootste van Nederland. Bij ‘Bij Mulder’ was het dan ook altijd razend druk. Dat begon al op zondag, ’s nachts om twee uur, als de paardenhandelaren en de paarden aankwamen. Dan hadden we zelfgemaakte erwtensoep en wel 40 of 50 vaten bier.
Mijn broer stond de hele dag te tappen. Op een gegeven moment raakte het buisje van de lekbak verstopt en liep het bier zo de geldla in. Kletsnat natuurlijk. ’s Avonds werd het geld eerst met water gespoeld en toen met knijpers aan de waslijn te drogen gehangen.
Er gebeurde van alles tijdens de paardenmarkt. Op een gegeven moment komt er een boer binnen die een uitsmijter bestelt. Hij was al behoorlijk aangeschoten. Met moeite probeert hij met zijn mes de uitsmijter door te snijden. De helft schiet van zijn bord af, zo op de grond. Recht in de paardenstront. Hij bukt zich en prikt met zijn vork die halve uitsmijter uit de stront en zo naar binnen. Lachen, natuurlijk.
Het cafetaria bestaat nog steeds, maar ondertussen is het wel vier of vijf keer overgenomen. Het plan was dat mijn broer en ik het zouden overnemen, maar nadat hij gezakt was voor zijn middenstandsdiploma had hij er ineens de balen van. Toen zei hij; “Ik ga naar Australië emigreren.” Van ons gezin zijn er zeven geëmigreerd. Vier naar Australië, twee naar Italië en eentje naar Oostenrijk. Dat was eind jaren 50. Martien, een van mijn broers, was heel vroeg vertrokken en die is in het hotelwezen terechtgekomen. Hij werkte een half jaar in Londen, dan weer in Glasgow, Parijs, Zuid-Frankrijk, Sardinië en uiteindelijk kwam hij terecht op een cruiseschip. Wat ik zelf ook gedaan heb.
Ja, in 1974 ging ik werken op de SS Rotterdam. Ik was een van de zeven banketbakkers daar. Elke dag maakten we 1500 gebakjes. Ik had dat vak geleerd op de avondschool. Ik zag een advertentie in het vakblad staan en toen heb ik gesolliciteerd en werd ik aangenomen. Maar na een half jaar hield ik het voor gezien; ’s morgens om zes uur beginnen! We voeren van New York naar de Caraïben, Bermuda. Daar hebben we nog vastgezeten op een zandbank. Terug in Nederland ben ik bij Banketbakkerij Den Otter in Vught gaan werken. Dat heb ik tot mijn pensioen gedaan.
Een paar keer ben ik naar Australië geweest. Ook samen met mijn ouders. Mijn vader durfde niet te vliegen, dus zijn we met de boot gegaan. Dat duurt 31 dagen. Later ben ik ook nog met mijn nichtje erheen gegaan die daar stage ging lopen. Ze was pas vijftien, te jong om alleen te gaan. Ikzelf heb later ook nog meegeholpen op de boerderij van een van mijn broers. We proberen wel contact te houden met elkaar.
Vincent Wibier, Regionaal Archief Rivierenland, CC-BY-SA
Sprekende Herinneringen
Streekgeschiedenis
Werk
1950-2000
Maasdriel
Archieven
Rivierengebied