In zogenaamde mirakelboeken worden bovennatuurlijke gebeurtenissen genoteerd op het moment waarop zij hebben plaats gevonden. Deze boeken worden over langere perioden bijgehouden en in de loop van de tijd door verschillende schrijvers aangevuld.
De kans op wonderen is niet overal even groot. Er zijn speciale plaatsen waar God volgens het geloof in het bijzonder wonderen verricht, plaatsen waar de aardse en geestelijk wereld elkaar raken. De heiligen zijn een middel om zich tot God te richten. Zij vormen een spreekbuis naar de hemel. Daarnaast spelen relieken een belangrijke rol. Dit zijn lichamen of lichaamsdelen van heilige personen of voorwerpen die nauw met hen verbonden waren. Deze relieken worden ook vaak de bestemming van bedevaarten.
Pelgrims brengen economische activiteit naar steden en regio’s en zorgen daarmee voor inkomsten en macht voor de beheerders van het pelgrimsoord. Diefstal en roof van relieken komen daarom regelmatig voor. Zij worden echter niet als immoreel gezien. Als de diefstal slaagt en er achteraf geen vervelende gebeurtenissen plaatsvinden, wordt aangenomen dat de heilige akkoord is met zijn of haar verplaatsing. Soms wordt zelfs geloofd dat de verplaatsing door de heilige zelf is geïnspireerd (zie Werenfridus van Elst). Er ontstaan ook zogenaamde reliekhandelaren. Zij kunnen echter weinig garanties geven met betrekking tot de echtheid van hun handelswaar. Daarom geven veel verzamelaars de voorkeur aan relieken waarvan bekend is dat zij door diefstal zijn verkregen.
Reinald IV van Gelre (1365-1423) laat een klooster bouwen in het dorp Reyncom, waar hij een genadebeeld van Maria plaatst. Dit beeld geniet grote bekendheid doordat er diverse mirakelen aan worden toegeschreven. Veel pelgrims brengen een bezoek aan het Mariabeeld. Een bekende bezoekster is Maria van Gelre (1380-1429), hertogin van Gelre en de vrouw van Reinald IV. In 1406 is zij de eerste pelgrim van naam die bij de beeltenis van Maria van Renkum bidt. Tijdens roerige perioden, waaronder de reformatie en de Tweede Wereldoorlog, wordt het beeld elders in veiligheid gebracht. Na de Tweede Wereldoorlog keert het terug naar de nieuw gebouwde kerk Onze-Lieve-Vrouw Tenhemelopneming in Renkum, ontworpen door architect Joseph Cuypers (1861–1949). Het beeld is inmiddels op de lijst van nationaal erfgoed geplaatst en is nog altijd te bezoeken. In 2012 is er bij de kerk een nieuw bedevaartpark aangelegd met de naam “Rosarium Mariae”.
Werenfridus van Elst was missionaris en een van de elf metgezellen van Willibrordus van Utrecht. Hij predikte in West-Friesland en later in Gelderland, waar hij pastoor werd in Elst. Na zijn overlijden in 760 wordt hij in Westervoort begraven. Elst claimt echter zijn lichaam. Het conflict over de relieken wordt uiteindelijk beslecht door de overblijfselen op een bootje te leggen, dat vervolgens miraculeus stroomopwaarts richting Elst vaart. Werenfridus wordt dan ook vaak met een bootje afgebeeld. In 925 wordt hij door Balderik van Kleef heilig verklaard. Mogelijk worden zijn resten vanaf de tiende eeuw vereerd door mensen die aan jicht lijden. Ook zou hij beschermheilige zijn van tuinders in Friesland en de Betuwe. In de zestiende eeuw wordt in testamenten melding gemaakt van bedevaarten naar Werenfridus. Er zijn een aantal ronde insignes met opschriften gevonden die vermoedelijk aan Werenfridus van Elst zijn toe te schrijven. De relieken blijven in Elst tot 1588. Wanneer de Grote Kerk in gebruik wordt genomen door protestanten, wordt een deel van de relieken verbrand. In 1664 worden enkele overgebleven delen overgebracht naar Emmerich. Recent onderzoek heeft echter een reliek van Werenfridus aan het licht gebracht: een bot van twintig centimeter dat in de tiende eeuw door bisschop Balderik naar de Oud-Katholieke kathedraal van Utrecht is gebracht. In overleg met de aartsbisschop van Utrecht keert dit reliek in 2026 terug naar Elst.
Bronnen en verder lezen:
Olga Spekman, CC-BY