De onverzettelijkheid van Sonja

Een portret uit de Kroniek van Ede

“De gemengde geur van de paarden en het leer van de zadels staan mij nog altijd bij, elke keer als ik op bezoek kwam bij mijn oma en Oom Grup op de Wijde Blik in Ede. Door vrienden werd ze ‘Poes’ genoemd en wij noemden haar dus ‘Oma Poes’. Bij haar was het altijd gastvrijheid met een hoofdletter ‘G’. Als ik er was, had ik alle vrijheid en werd ik er heerlijk verwend. Zolang wij kleinkinderen maar op tijd waren voor het avondeten!”

Thea Bartels (78) vertelt met een glimlach in haar woonkamer over hoe ze als tiener met een vriendin bij haar grootmoeder in Ede op bezoek ging. “Heerlijke vakanties waren dat, met paardrijden, en we hielpen ook met de stallen uitmesten.”

Aan de muur bij haar thuis hingen oorkondes die ze van President Eisenhower en General Montgomery na de oorlog heeft ontvangen. “Eén ervan hangt hier bij mij nog aan de muur. Er werd nooit over gesproken, dus eigenlijk weet ik weinig van wat ze echt beleefd heeft in de oorlog en hoe ze daarmee is omgegaan.”

Javaanse prinses

“Oma Poes” heette officieel Maria van Dalfsen. Door adoptie werd ze op haar vijfde officieel dochter van grootindustrieel Wibelinus Van Dalfsen, eigenaar van onder meer de Javasche Conservenfabriek in Bandung, Nederlands-Indië. Haar moeder, een Javaanse prinses, was de grote liefde van Van Dalfsen. Hoewel beiden uiteindelijk met een ander trouwden, was Maria hun gezamenlijke kind. En die liefde heeft hun hele leven standgehouden. Van Dalfsen heeft haar nog vaak opgezocht en hij is op zijn laatste reis op bezoek bij haar in Indië gestorven.

Maria werd vertroeteld door haar vader en hij gaf haar zijn liefde voor paarden mee. In haar jeugd heeft het haar aan niets ontbroken. Ze reisde regelmatig tussen Indië en Nederland. In haar tweede huwelijk met Theodoor Enne Stufkens kreeg zij haar dochter die ook Maria werd genoemd. Het huwelijk zelf slaagde niet en Maria verkocht bij de boedelscheiding eind jaren ’30 haar erfenis aan Theodoor. Met haar vermogen vestigde ze zich permanent in Nederland.

Maria kocht – mede voor haar nieuwe man, militair springruiter Joacim Gruppelaar – een huis met voldoende land eromheen om paardenstallen op te bouwen. Op De Wijde Blik aan de Oude Arnhemseweg in Ede vonden zij hun geluk.

“Hoe ijdel zij wel was blijkt ook wel uit de huwelijksceremonie met Gruppelaar,” vertelt Thea. “Bij de plechtigheid schrok Joacim zich een ongeluk, toen hij de geboortedatum hoorde van oma; zij bleek 16 jaar ouder dan ze hem had voorgehouden!”

Het huwelijk zelf was landelijk nieuws vanwege de bekendheid van Gruppelaar binnen de concours hippique.

Villa Sonja

In Edese kringen stond zij tijdens de oorlog vooral bekend als “Sonja”, actief betrokken in het verzet. Joacim was, net als vele andere Nederlandse militairen, in 1942 naar het Poolse kamp Stanislau afgevoerd en zou pas later terugkeren. Haar dochter zat in een Jappenkamp gevangen op Java. Veel leek ze op dat moment niet meer te verliezen te hebben...

Al vroeg in de oorlog ving Maria mensen op of gaf ze deze te eten. Als goede Indische gastvrouw had ze altijd genoeg eten in huis en ze had uiteraard de middelen om zaken te regelen.

In 1943 begon het verzet langzaam vormen aan te nemen en werd ze benaderd door kolonel Boeree van de Ordedienst (O.D.) om koeriersdiensten te doen rondom Ede. Boeree, en ook oud-bereden artillerist Derk Wildeboer, waren bekenden van Joacim. Net als andere koeriersters bracht ze boodschappen voor het verzet doorgaans over per fiets. Ook vervoerde ze wapens verstopt in koffers per trein. “Ze kreeg wel eens een opmerking van medepassagiers over wat ze toch met die grote, zware koffers op pad moest.”

Meer nut werd door Boeree en Wildeboer echter gezien in het gebruik van De Wijde Blik als stafkwartier voor de Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.), die in september 1944 werden opgericht. Prachtig gelegen, met land dat tot de Ginkelse Heide doorliep en voorzien van diverse schuilplaatsen en opslagruimtes. “Ruimtes om wat mee te beginnen,” had Wildeboer gezegd. Rieten matten werden als afscherming om het terrein aangelegd en zo begon het grote werk voor Maria. “Villa Sonja” was geboren.

In de schuur werd munitie opgeslagen en vervalste persoonsbewijzen, die door Piet Rombout op zolder werden vervaardigd, werden in de brandkasten opgeslagen. Stafvergaderingen vonden plaats in de keuken of bij het haardvuur binnen, boven de geheime, holle ruimte die zich onder de vloer bevond.

Na operatie Market Garden werden er ook regelmatig gestrande Engelse parachutisten langsgebracht. Zij moesten voorzien worden van valse papieren met Hollandse namen. De benodigde pasfoto’s werden voor de deur van de villa gemaakt. Andere soldaten brachten de nacht door in afwachting van plaatsing op andere plekken door leden van de L.O., de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers.

De krijgsregels

De aankondiging in oktober 1944 dat Sonja Duitse inkwartiering ging krijgen, noodzaakte de B.S.-ers hun stafkwartier te verplaatsen. Ze kreeg Wehrmacht-soldaten, Luftwaffe-piloten en op bepaalde momenten zelfs S.S.-ers in huis. Tegelijkertijd nam ze ook onderduikers in huis.

Twintig jaar na dato zei ze hierover: “Over de mannen van de Wehrmacht en de Luftwaffe heb ik eigenlijk nooit te klagen gehad. Ze gedroegen zich correct. Trouwens, als ze binnenkwamen, las ik ze de krijgsregels voor. ‘U bent in een vijandig huis, maar als u zich behoorlijk gedraagt, zal dat wederzijds zijn,’ zei ik tegen ze. Ik heb nooit onaangenaamheden gehad. Ze zouden het trouwens voor zichzelf bedorven hebben, want nu stond ik ze toe ’s avonds in de huiskamer te komen en daar zaten ze allergenoeglijkst te kaarten… met m’n onderduikers!”

Ede in de frontlinie

Eind 1944 brak een onzekere tijd aan. De hongerwinter begon en enorme stromen evacués uit onder meer Arnhem kwamen naar Ede en omgeving. Tot overmaat van ramp vestigde ook de Sicherheitsdienst (SD) zich in de regio, namelijk in De Wormshoef in Lunteren.

Onder de neuzen van de SD-ers verrichtte het verzet moedige acties, maar steeds vaker eindigden deze in drama. Zo werd Pieter van Vark gefusilleerd als represaille en in maart 1945 werd een grote groep verzetsmensen gearresteerd na een wapendropping. Velen werden later vermoord. Eén van hen was Piet Rombout, die kort daarvoor nog bij Sonja had aangeklopt om te waarschuwen.

Het zou niet lang duren voordat ook “Villa Sonja” bij de SD in beeld zou komen...

Acht bijna-fatale minuten

Zondag 8 april, half vier in de morgen. Er wordt hard op de deur geklopt. Maria doet open. Het is de SD-er Hugo Rappard, die schreeuwt dat hij weet dat er onderduikers zijn. Buiten staat een auto met draaiende motor. Maria zegt dat ze van niets weet. Met een klap in haar gezicht baant hij zich een weg naar binnen.

Maria loopt achter hem aan en zegt dat ze hem het huis zal laten zien. Ze heeft twee onderduikers en die hebben bij een inval voldoende tijd nodig om in de schuilplaatsen te komen via de slaapkamers boven. Acht minuten hebben ze nodig.

Het tijdrekken werkt, maar de SD-er loopt toch de trap op en treft de twee onderduikers aan die de schuilplaatsen net niet bereikt hebben. Ze worden ingerekend. Inlichtingenman Jan Marten Ruskamp fluistert Maria nog toe: “Papieren, tussen de lakens.” Maria brengt later belangrijke documenten alsnog in veiligheid.

Heldhaftig?

In een interview in 1965 zegt Maria dat ze niet begrijpt waarom zij zelf die avond niet is meegenomen. “Gelukkig zijn beide mannen er nog levend vanaf gekomen. Ze stonden op de nominatie om gefusilleerd te worden. Het is een wonder dat ze mij niet ook hebben meegenomen. Ik heb altijd het idee gehad dat ze het gewoon vergeten zijn.”

Dat de S.D.-ers die periode bijzonder druk zijn geweest, blijkt wel uit het feit dat vele verzetsstrijders die nacht zijn opgepakt, waarmee de S.D. nog een laatste grote slag kon slaan. De kelder van De Wormshoef was binnen een dag overvol. Op 17 april zou Ede bevrijd worden, maar er zouden daarvoor helaas nog enkele dodelijke slachtoffers vallen…

Thea opent het boek “Kroniek van Ede” van Theodoor Alexander Boeree. “De toedracht en de nasleep hiervan is direct na de oorlog in dit boek in detail beschreven”, zegt ze. “We hebben het altijd in huis gehad. Maar ik begrijp nu van jou dat er nog steeds nieuwe details naar boven komen waar wij niets van af wisten..”

Ik kijk haar aan en zeg: “Door de openstelling en digitalisering van archieven en het herlezen van verhalen blijven er inderdaad nieuwe feiten aan het licht komen. Feiten die nabestaanden nog steeds kunnen gebruiken om de verhalen verder in te kleuren. Dat dit betekenisvol is, blijkt nu wel voor jou en mij.”

Indische gastvrijheid en zelfvertrouwen

Het karakter van haar grootmoeder weet Thea nog scherp te omschrijven. “Het was een vrouw die wist wat zij wilde en ook vele gezichten had. De luxe van bontjassen en een eigen chauffeur, de liefde voor paarden, haar charmes en haar ijdelheid staan me bij. Twee keer per jaar gaf zij thuis een feest, met heerlijk eten en champagne. Haar ‘jour’ noemde ze dat. Ze zat dan in mijn herinnering op haar troon als een prinses en wuifde naar de gasten. Maar vooral herinner ik me wat een wáánzinnig goede gastvrouw het was.”

Het blijft moeilijk om te bevatten dat diezelfde Maria van Dalfsen zoveel heeft betekend in het verzet. Want ook na de oorlog bleef Maria betrokken bij het lot van het verzet. Zij werkte mee aan de totstandkoming van het Mausoleum op de Paasberg in Ede, een plek waar verzetsstrijders zoals Van Vark zijn bijgezet en waar Piet Rombouts een eeuwige herdenkingsplaats heeft. Voor haar hulp aan Engelse piloten en Amerikaanse soldaten ontving ze officiële onderscheidingen en in 1982 kreeg ze vlak na haar overlijden het Verzetsherdenkingskruis.

En heldhaftig? Zelf vond Maria van niet. ‘Toch ben ik heus niet dapper hoor. Ik deed gewoon wat voor de hand lag. En ik had nogal zelfvertrouwen. Het enige belangrijke is dat er mensen geholpen konden worden." Aldus het artikeltje uit de krant destijds.

“Sonja heeft toentertijd zovelen belangeloos geholpen, maar wij, kleinkinderen, hebben dat vroeger niet meegekregen. Toch is het mooi om nu, zoveel jaren later, meer te begrijpen van wat ze heeft betekend. Het plichtsbesef voor haar nieuwe vaderland, alsook haar Indische aanleg tot gastvrijheid heeft haar tot deze daden bewogen, denk ik.”

Thea doet de Kroniek van Ede die voor haar ligt dicht, kijkt me aan en zegt “volgens mij kun je nu wel aan de slag met het verhaal van Sonja”. Bij de deur van haar huis nemen we afscheid. Ik bedank haar voor het gesprek en nadrukkelijk voor wat háár grootmoeder heeft gedaan voor míjn grootvader; één van de twee onderduikers die op 8 april 1945 in Villa Sonja werd gepakt…

Na mijn vetrek besef ik me weer hoe dapper vele vrouwen in de oorlog zijn geweest. Eén daarvan is Maria van Dalfsen, beter bekend als “Sonja”.

Dit portret is geschreven door Nils Hijlkema (46). Hij is kleinzoon van één van de vele mensen die Maria van Dalfsen belangeloos heeft geholpen in de oorlog, namelijk inspecteur van de politie Henk van Kooten. Nils heeft het bijzondere verhaal van zijn opa in detail uitgezocht; dat loopt van “Villa Sonja” naar de Wormshoef, Kamp Amersfoort, het Oranjehotel in Scheveningen tot aan de terugkomst in Ede. Lees dit verhaal hier.

Maria en Henk hielden na de oorlog nog contact. Maria was te gast op de pensioneringsreceptie van Henk in 1974 te Ede. Maria overleed in 1982 te Renkum. Henk overleed in 1993 te Bennekom. Beiden ontvingen het Verzetsherdenkingskruis.

Bronnen:

  • Th. A. Boeree, Kroniek van Ede gedurende de bezettingstijd, 1949.
  • Interviews met Thea Bartels door de auteur, 2026.
  • Interview Maria Gruppelaar, Edese krant, 28 april 1965.
  • Henrico Hendriksen, De Wormshoef, Waar helden zwegen, Nabij Producties, 2022.


Rechten

Nils Hijlkema, CC-BY

  • Tweede Wereldoorlog

  • Personen

  • 1900-1950

  • Ede

Relevante links

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

E info@mijngelderland.nl