“Ja, hier heeft dat kanalenstelsel, om die zalm in beweging te krijgen, gelopen”

Het verhaal van Harry Buurman (1946)

Voor Harry Buurman, geboren in 1946 op Overhagen in Velp, was Biljoen nooit ver weg. Hij woonde en werkte er zijn hele leven. Zijn kantoor en zijn hoveniersbedrijf Biljoen Groen liggen aan de rand van het landgoed. Zijn woning ligt aan de IJsseldijk, die sinds 1999 Biljoen wordt genoemd. (Die dijk heette eerst de Lathumse Veerweg.) Het perceel kocht Harry van dhr. Lüps, de voormalige eigenaar van kasteel Biljoen. In de woning bevond zich in de negentiende eeuw een zalmkwekerij en in de twintigste eeuw een boerderij. Tussen zijn huis en de dijk stroomt zuivere bronwater uit de Rozendaalse en de Beekhuizense beek. Hoe dat bronwater gebruikt werd voor de voormalige zalmkwekerij zal Herma Ter Mul met hem bespreken.

Ooit een zalmkwekerij

Allereerst vertelt Harry over zijn vroegste herinneringen toen de voormalige zalmkwekerij een boerderij was. “Toen de snelweg er nog niet was, reden hier over de dijk - toen nog de Lathumse Veerdijk - de steenwagens van de steenfabriek af en aan. Dat was best gevaarlijk. Als we vanaf Overhagen naar de boerderij op Biljoen gingen om te spelen of om eieren te halen moesten we heel goed oppassen.  Dan namen we een klein paadje en liepen langs een rooster. Eind jaren zeventig woonde hiernaast op de boerderij de familie Breunissen, Henk en Kees. De familie Breunissen kwam altijd bij ons water halen, omdat hun pomp alleen maar roestwater gaf. Wij waren niet aangesloten op water en gas, maar hadden wel elektriciteit (dus licht) en een waterpomp. Als kind speelde ik regelmatig met de broers op de boerderij, maar toen wist ik nog niet dat daar ooit een zalmkwekerij was. ”

Kanalenstelsel en kweekbakken

“Pas later, in 1980, toen ik het pand gekocht had en ging verbouwen kwamen er tot mijn verbazing een heel kanalenstelsel en vele kweekbakken voor vis aan het licht. Op het zoldertje vond ik de oude stenen leeuw, die ooit op het dak had gestaan, terug. Hij is gerestaureerd en staat nu in de tuin. Zeker tien jaar heeft het mij gekost om het pand te verbouwen. Het was een bouwval; in deze ruimte stonden eind jaren zeventig nog koeien. U wilt niet weten in welke slechte staat het gebouw was en hoe vies. We hebben de hogedrukspuit erop gezet en er zijn zeker 20.000 stenen opnieuw ingemetseld. We werkten er alleen ’s winters aan in de verloren uurtjes, want ’s zomers waren we buiten aan het werk. ”

Herstel

“Die kanalen en visbakken, die onder een betonnen vloer zaten, hebben we hersteld. Mijn vrouw wilde er een zwembad van maken, maar dat bleek onhaalbaar te zijn; veel te kostbaar. Ik heb toen tegen haar gezegd dat ik haar een abonnement op het zwembad De Dumpel cadeau zou geven. Als je het weet kun je nog wel details van de vroegere zalmkwekerij herkennen. Kijk hier bij dit gewelf heeft zo’n kanaal gezeten. We hebben er een schot voor gezet; ook de kweekbakken zijn weer afgedekt met betonplaten. In het veld waren de kanalen al gesloopt”

Een ondernemende grootgrondbezitter in Frankrijk

Terwijl er halverwege de negentiende eeuw nog een bloeiende zalmvisserij was op de Nederlandse rivieren werden er al pogingen gedaan om de visstand op een hoger peil te brengen. Er wordt wel gezegd dat de wilde zalm uit de Europese rivieren verdween door de komst van watermolens. De Nederlandsche Viskwekerij waseen opvallend initiatief voor die tijd, maar stond niet op zichzelf. Halverwege de negentiende eeuw komt de Franse grootgrondbezitter Baron de Rivière (1870-1890) met het idee om ook zijn waterpartijen productief te maken, zoals blijkt uit een lezing van 1 juli 1840 voor de Societé Royale et Centrale d’Agriculture in Parijs waar deze landbouwer zijn ideeën uiteen zette: water inzaaien met jonge vis! (1)

In die jaren werd in Frankrijk en Duitsland een techniek ontwikkeld om vis kunstmatig voort te planten. Dit geschiedde door hom en kuit te winnen, samen te voegen en de bevruchte eieren onder gecontroleerde omstandigheden op te laten groeien. De jonge visjes werden daarna met de trein over het hele land verspreid. Men concentreerde zich op de dure vissoorten, waaronder de zalm.

Duitsland en Nederland

In Zuid-Duitsland, in Hüningen (ten noorden van Basel) werd het een groot succes. Er werd een viskwekerij opgezet, van waaruit heel Frankrijk van jonge zalm werd voorzien. Een deel van de productie werd gratis naar omringende landen uitgevoerd, onder andere naar Duitsland en Nederland. Koning Willem III stelde in 1852 een commissie voor visfokkerij samen en de leden gingen op studiereis naar Hüningen in de Elzas. Aanvankelijk werd de gekweekte vis vervoerd per koets en later per trein, maar deze kwam vaak niet snel genoeg op de bestemming aan. Ook veranderde de hele situatie drastisch, toen de Pruisen in de Frans-Duitse oorlog (1870-1871) de Elzas veroverden. De zalmkwekerij in Hüningen ging toen voor Frankrijk en Duitsland verloren. In Nederland werd vanaf die tijd op verschillende plaatsen met de kweektechniek geëxperimenteerd. (2)

De zalmkwekerij te Velp

“Hier voor het huis bij de dam kun je die tunnels en sleuven nog zien; als je hier het terrein op rijdt vanaf de weg kom je erlangs. Als de schuif in die gleuven open staat komt er vanzelf vers beekwater in het kanalensysteem en de kweekbakken. Als vroeger de Beekhuizense beek afgesloten werd kon de vis via de andere kant vrijuit naar de IJssel zwemmen. Vorig jaar heeft Geldersch Landschap en Geldersche Kasteelen de beek opgeschoond en alle waterwerken hersteld; een van die tunnels was al aan het verzakken. Die gewelven lopen helemaal door, onder de ruimte waar we nu zitten, tot aan de vissenbakken; net als op de tekening. Het kanalenstelsel heeft ook helemaal door het buitenterrein gelopen. Het was allemaal bedoeld om de zalm in beweging te houden. Ik heb vorig jaar foto’s gemaakt van de gewelven, toen de beek was drooggelegd. Je kon, als je dat gewild had, er helemaal doorheen lopen tot onder het huis. Nu niet meer, nu stroomt er weer water door de gangen.”

Hoe werkte de ‘De Vischkom’ op Biljoen te Velp

J.A. op de Macks had kennis gemaakt met de kweekmethoden uit Hüningen via de botanische tuin in Brussel. Hij schreef een boekwerkje over de methode en kon zijn experimenten in praktijk brengen in De Vischkom in Velp doordat hij de benodigde grond kon pachten van dhr. Lüps van Biljoen. Hij maakte gebruik van het zuivere bronwater van de Rozendaalse  en Beekhuizense beek, dat steeds gelijk van temperatuur was en dus geschikt voor de viskwekerij. Hij richtte in Velp de vennootschap Op de Macks op. Op het gepachte terrein van 5,5 ha in de uiterwaarden bij Biljoen waren dienstwoningen en een kantoor, maar ook een broedplaats en het kanalencomplex met een gezamenlijke lengte van 500 meter.

De hom en kuit werd bij de vissen afgestreken en in kweekbakken gedaan. De vissen konden onder speciale omstandigheden groeien tot ze groot genoeg waren om weer uitgezet te worden in de beken en rivieren. Het zalmbroed kon vanuit de kweekbakken via een uitgekiend stelsel van sluisjes als vanzelf hun weg naar de IJssel vinden in het najaar. Zo werd de visstand op een hoger peil gebracht in de Nederlandse rivieren.

Geen lucratief bedrijf

De zalmkwekerij in Velp was eind negentiende eeuw als experiment wel succesvol, maar een lucratief bedrijf is het nooit geworden. Door gebrek aan overheidssteun moet Op de Macks de bedrijfsmatige viskwekerij opgeven. De heer Lüps heeft het bedrijf nog tot 1891 voortgezet. De zalmvisserij in Nederland had in die tijd een moeizaam bestaan. Door de kanalisering van de grote rivieren en de aanleg van dammen en dijken veranderde het leefgebied van de zalm; het oppervlaktewater raakte steeds meer vervuild en door grindwinning verdween het paaigebied. De kwekerij in Velp, in de volksmondDe Vischkom’ genoemd, heeft slechts van 1872 tot 1891 gefunctioneerd. Daarna is het complex omgevormd tot boerderij. 4

De waterkwaliteit van beken en rivieren, vroeger en nu

“Zolang als ik hier woon houd ik de beek in de gaten. Ik haal bij het rooster vaak blad weg, zodat het water van de overstort via een buis in de beek langs ons huis kan stromen. Ik weet niet hoe het komt maar het waterpeil is wel veranderd. Er zijn plekken waar het water over de rand van de beek stroomt en er zijn plekken waar het waterpeil juist erg laag is geworden. We hebben wel een schoonplicht, maar hier is de Beekhuizense beek een A-watergang. Dat betekent dat het Waterschap Rijn en IJssel dit stuk beek zelf onderhoudt. Het zou mooi zijn als de vijvers nog eens uitgebaggerd werden. In het verleden moest,  bij het uibaggeren van de grote vijver bij Overhagen de mijnenopruimingsdienst eraan te pas komen, want toen waren er bommen en ander oorlogstuig gevonden. Mijn vader had een hoop van dat spul in de gracht gegooid na de oorlog, omdat de Duitsers alles onder de brug hadden laten liggen. Mijn moeder zei altijd: ‘Jongens, kom niet bij die vijvers.’ Nu liggen de vijvers weer vol met een meter slib. Het waterschap wil ze in de toekomst wel graag opgeschoond hebben. Dan gaan ze met een bootje de vijver in en halen een hoop slib weg, maar ja het kost wel wat en het moet bijgehouden worden. Een onderzoeksbureau heeft onlangs watermonsters genomen en de water- en slibkwaliteit gemeten.”

Beschermde soort

Momenteel is de zalm vrijwel uit de Nederlandse wateren verdwenen en staat de vis op de lijst van beschermde soorten. Er worden wel pogingen gedaan om de zalm terug te laten keren in de Rijn, maar sluizen, waterwerken, vervuiling, illegale visserij en het warmer geworden rivierwater doen de zalmen geen goed. Momenteel worden in de meeste oppervlaktewateren wel weer vistrappen gemaakt. Wereldwijd wordt er 900.000 ton zalm gekweekt, vooral in de Noorse fjorden is de viskweek sinds 1998 een enorm succes. Ook in Schotland is de kweek sinds 1990 sterk gegroeid. De gekweekte vis vormt op haar beurt vaak een bedreiging voor de wilde zalm. (4)

Biljoen Groen en Overhagen

“Er blijft voor ons continuïteit op Biljoen. Mijn opvolger gaat nu Overhagen pachten van Geldersch Landschap en Kasteelen en hij zal er een tiental historische modeltuinen aanleggen. Het gebied wordt opengesteld voor geínteresseerden. In het gebouw komt een bureau voor tuin- en landschapsarchitectuur gericht op het ontwerpen van Historische Tuinen. Zo kan ook dat gebied verder ontwikkeld en geëxploiteerd worden.“

Dit verhaal is vastgelegd in de periode 2016-2018 door vrijwilligers van de Oral History Werkgroep Gelderland, de Bekenstichting en de Museumfabriek Winterswijk. Mede gefinancierd door Waterschapsfonds Gelderland

Bronnen:

  1. Brouwers, Lucas, ‘Watermolens gaven zalm de nekslag’., In: NRC Handelsblad, vrijdag 22 juli 2016.
  2. Willem Dekker, ‘Geschiedenis van de glasaaluitzet in Europa’, In Visionair, nr. 36 - juni 2015; (Thema: ‘De vis in historisch perspectief’).
  3. Edijck, Max. van (J.Th. Cattie) , ‘De Nederlandsche Vischkweekerij te Velp, en de zoogenaamde kunstmatige vischteelt’, In: Eigen Haard , 1876i.


Rechten

© Interview: Herma ter Hul; Tekst: Marianne Poorthuis, CC-BY-NC

Relevante links

Vond u dit artikel nuttig?

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

E info@mijngelderland.nl