Ferdinand Hamer (Nijmegen 1840 – China 1900)

Missiepionier in China, Bisschop, Martelaar

Ferdinand Hamer werd op 21 augustus 1840 geboren in een kleine kruidenierswoning, Molenstraat 122 in Nijmegen. Uiteindelijk stierf hij in 1900, tijdens de Boksersopstand in China, de marteldood. Lees hier zijn levensverhaal.

Jeugd & opleiding

Ferdinand was twaalf jaar, misdienaar in de Molenstraatkerk, en wilde priester worden. Hij vertrok naar het kleinseminarie in Kuilenburg (Culemborg). Zijn opleiding maakte hij af aan het grootseminarie in Rijsenburg (bij Driebergen). Na zijn priesterwijding, in 1864, droeg de jonge geestelijke in de Molenstraatkerk zijn eerste heilige mis op.

Missie naar China

Britse ondernemers maakten fortuin met de smokkel van opium uit India naar China. Miljoenen Chinezen raakten verslaafd. Het keizerrijk China kwam in verzet. Groot-Brittannië reageerde door in 1839 een oorlog te beginnen; de eerste opiumoorlog. China verloor en moest handelsconcessies toestaan. Groot-Brittannië eiste meer en begon in 1856, nu samen met Frankrijk, een tweede opiumoorlog. China capituleerde en werd gedwongen tot verregaande toezeggingen, vastgelegd in akkoorden die bekend staan als de ‘ongelijke verdragen’. Heel China lag nu open, niet alleen voor de handel maar ook voor de verspreiding van het christendom.

China bood nu volop kansen op bekeringen. In Europa gingen verhalen rond over het treurige lot van veel kinderen in het Hemelse Rijk. Ongewenste baby’s, vooral meisjes, werden verlaten of om het leven gebracht. Zij stierven zonder de genade van het doopsel. Ferdinand Hamer voelde zich geroepen om als missionaris naar China te gaan. Hij was welkom bij de Scheutisten, een nieuwe missiecongregatie in België. De Scheutisten wilden in China een weeshuis oprichten. Dit plan werd al vroeg uitgebreid: Rome wees een groot missiegebied in het noorden van China, het reusachtige Binnen-Mongolië, toe aan de Scheutisten. Ferdinand Hamer begon op 25 augustus 1865 zijn grote missie-avontuur: hij reisde met de eerste groep Scheutisten af naar China. Zij bereikten missiepost Siwantze, een katholiek dorpje en het einddoel van hun reis, op zes december 1865.

Benoeming tot bisschop

Ferdinand Hamer ging wonen en werken in het dorpje K'ou-li-t'ou. Te paard trok hij rond. Hij bezocht Chinese christenen, stond zieken en stervenden bij. Hij doopte, hoorde biecht, zegende en droeg missen op. De jonge missionaris had de tijd van zijn leven. Hij had in China het ideaal van zijn jeugd weten te bereiken. Paus Leo XIII benoemde hem in 1878 tot de eerste bisschop van Kansou, Qinghai en Xinjiang, een nieuw missiegebied in het verre westen van China. Tien jaar lang verrichtte bisschop Hamer er pionierswerk. Hij wist met succes in Europa fondsen te werven. Er werden missieposten gesticht, weeshuizen gebouwd en klinieken ingericht. Zelfs een grootseminarie werd gerealiseerd. Het aantal christenen nam langzaam toe, ondanks de tegenwerking van de Chinese overheid, die bekeringen probeerde te voorkomen en de missionarissen liever zag vertrekken, maar gebonden was aan de bepalingen uit de ‘ongelijke verdragen’. Frankrijk steunde de missie in China en de bisschop deed herhaaldelijk een beroep op Franse diplomaten in Peking om Chinese autoriteiten onder druk te zetten.

Overplaatsing

In 1889 ontving Ferdinand Hamer, onverwacht, een nieuwe opdracht van de Paus. Hij werd bisschop in de Ordos en overgeplaatst naar Santaoho aan de Gele Rivier. De Ordos missie kwam tot bloei. Er werden gronden van rondtrekkende Mongolen gepacht. Daar mochten arme Chinezen zich als boeren vestigen als zij openstonden voor het geloof. Het leven van een missionaris was zwaar. Ferdinand Hamer, 49 jaar, afgemat en ziek, ging op verlof. De ontvangst in Nijmegen, op 26 mei 1890, was groots. Aangesterkt keerde hij in 1891 terug naar de Ordos. In maart 1900 koos bisschop Hamer de kleine missiepost Eul-che-se-king’ti als zijn nieuwe woonplaats.

Boksersopstand en de dood van Hamer

De invloed van de koloniale grootmachten op China was steeds verder toegenomen. Toen oogsten mislukten door het uitblijven van regens, organiseerden arme, hongerige boeren zich als ‘Boksers’. Voor hen waren missionarissen, de ‘Westerse duivels’, de aanstichters van al het onheil dat China overkwam. In juli 1900 veroverden Boksers, samen met troepen van het Chinese leger, missiepost Eul-che-se-king’ti. Zij bonden de bisschop aan een boom. Voor zijn ogen werd een bloedbad aangericht. Ferdinand Hamer werd met geweld en onder hevige folteringen naar de plaats To’ Tch’eng overgebracht. Op het executieterrein stond een hoge driepoot klaar: drie lange stokken, boven aan elkaar gebonden. De bisschop werd omwonden met watten, gedrenkt in olie. Aan zijn voeten werd hij in de driepoot gehesen, zijn hoofd hing omlaag. De watten werden in brand gestoken. Chinezen noemden de marteling ‘het aansteken van de mensenkaars’. Een gruwelijke dood. Ferdinand Hamer zou een maand later zestig jaar zijn geworden.


Rechten

© Frans Hamer, CC-BY-NC

Vond u dit artikel nuttig?

  • Het Verhaal van Gelderland

  • Personen

  • Oost - West

  • 1800-1900

  • Nijmegen

  • Rijk van Nijmegen

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

026-3034254
info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

T 026-3034254
E info@mijngelderland.nl