Ontwikkeling van de fruitteelt in het rivierengebied

Van hoogstamteelt naar laagstamteelt

In de zeventiende eeuw werd de Betuwe de 'gemeyne appelkelder van Holland en Vriesland' genoemd. In 1897 werd deze streek in een tuinbouwblad betiteld als ‘de fruittuin van Nederland’. Vooral de meikersen waren veel gevraagd. Er waren in de negentiende eeuw volop landbouwontwikkelingen in het Rivierengebied, maar bij de overstap van hoog- naar laagstamteelt, die wel elders in Nederland plaatsvond, liepen ze achter.

Gemengde boerenbedrijven

Kenmerkend in het Rivierengebied waren de gemengde boerenbedrijven: op een klein perceel deden de boeren aan akkerbouw, veeteelt en fruitteelt in de zogenoemde 'bogerd'. De bedrijven waren gevestigd op de vruchtbare stroomruggronden; de lager gelegen komgronden waren door de slechte afwatering ongeschikt.

Kleine stukjes land

Doordat bij vererving percelen gesplitst werden, waren deze klein. Had men meer land nodig, dan werd dit gepacht. Aangezien dit per jaar ging, was het niet lonend om het land te verbeteren. En dus bleven telers langer dan in de rest van Nederland vasthouden aan de teelt op hoogstamfruitbomen en bleef fruitteelt iets voor 'erbij'.

Initiatieven in de negentiende eeuw

Toch waren er al in de negentiende eeuw initiatieven in het Rivierengebied om de fruitteelt en de opbrengst te verbeteren. Zo ijverde de in Ommeren wonende baron van Brakell (1788-1865) zijn leven lang voor betere teeltmethoden en voor goed landbouwonderwijs. Zijn landgoed Den Eng was zijn eigen proeftuin.

In Tiel werd in 1897 een pomologische vereniging opgericht die een eigen proeftuin had. 'Het doel was fruitrassen verbeteren en kennis van telers vergroten door scholing, demonstraties en een proeftuin'. Als de kwaliteit verbeterde, kon men ook een hogere prijs voor de producten vragen. Met dit doel voor ogen was een jaar eerder de coöperatieve fruitverzendvereniging Gelria in Tiel opgericht. Deze bestond maar kort, maar in 1904 werden wel succesvolle veilingen in Tiel en Geldermalsen opgericht. Kesteren volgde in 1911 en Zaltbommel had vanaf 1917 een veiling.

Meer scholing

Het aantal tuinbouwscholen en tuinbouwcursussen nam ook toe. Na afloop van de opleiding bleef men via een vereniging van oud-leerlingen op de hoogte van actuele ontwikkelingen. Zo gaf de vereniging van oud-leerlingen van de tuinbouwschool van Geldermalsen in de periode 1941-1971 het Betuwsch Tuinbouwblad uit. Zo bleven oud-leerlingen in contact met elkaar en konden ze de actuele ontwikkelingen in de sector op de voet volgen.

Ruilverkaveling in twintigste eeuw

In de periode 1940-1990 vonden door het gehele gebied ruilverkavelingen plaats. Dit maakte schaalvergroting en specialisatie van bedrijven mogelijk. Door de aanleg van wegen, een goede afwatering en een herverdeling van gronden werd het mogelijk de tot dan toe onbruikbare komgronden te gebruiken. De fruitteelt kreeg nieuwe impulsen. Appels, peren en kersen werden voortaan bijna uitsluitend op laagstammen, als struiken, geteeld. De karakteristieke hoogstamteelt verdween echter niet helemaal. Zo koost het Fonds Hulpbetoon dat de nalatenschap van de eerdergenoemde baron van Brakell beheert, er bewust voor in Lienden in 1990 een boomgaard met hoogstamkersenbomen te planten.

Verder lezen:

  • M. de Bruijn, S. van Doornmalen (red.), Historische atlas van het Rivierenland (Nijmegen 2014) p.56-57.


Rechten

Sylvia Dumont, Regionaal Archief Rivierenland, CC-BY-NC

  • Het Verhaal van Gelderland

  • Landbouw

  • 1800-1900

  • Tiel

  • Rivierengebied

Relevante links

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

E info@mijngelderland.nl