Damiaan Hugo Staring en slavernij aan de Kaap de Goede Hoop

Staring en het Gelders slavernijverleden in zuidelijk Afrika - deel 2

Damiaan Hugo Staring komt in de Kaapkolonie op verschillende manieren in aanraking met slavernij. Als equipagemeester is hij verantwoordelijk voor tientallen tot slaaf gemaakte mensen in eigendom van de VOC. Hij heeft daarnaast meerdere mannen, vrouwen en kinderen als slaaf in persoonlijk eigendom.

De bedrijfsvoering van de VOC was gebaseerd op slavernij. De Compagnie bezit aan de Kaap de Goede Hoop gedurende de achttiende eeuw gemiddeld tussen 500-700 tot slaaf gemaakte mensen. Het aantal in privaat bezit is beduidend groter, maar ook zij staan direct of indirect vaak ten dienste van de Compagnie. In 1773 zijn er bijna 10.000 slaafgemaakten in privébezit, waarvan ruim 7.000 mannen. Dit zijn conservatieve cijfers omdat burgers en VOC-functionarissen waar mogelijk proberen de slaafgemaakten in hun bezit buiten de Compagnieboeken te houden. Deze groep slaafgemaakten wordt vooral ingezet in de economie van de stad, op de wijn- en graanboerderijen, maar ook als huisslaven. (1)

Slavenarbeid rond de equipagewerf

De Compagnieslaven worden aan het einde van de achttiende eeuw voornamelijk tewerkgesteld rond de ambachts- en equipagewerf. Damiaan Hugo Staring beschikt als equipagemeester over tientallen tot slaaf gemaakte mannen én vrouwen in en rond de haven, op de rede en in de loodsen. Naast dwangarbeiders voor onder meer het laden en lossen van schepen zijn er ook gewapende slaafgemaakten. Deze zogenaamde justitiedienaren gebruikt Staring voor bewaking, toezicht en waterpatrouilles.

Damiaan wordt tijdens inspecties en formele bezoeken op binnenkomende schepen geconfronteerd met mensen die als ‘cargo’ arriveren. De verschrikkelijke omstandigheden die hij aan boord van schepen aantreft zullen zijn houding tegenover de handel in mensen hebben bepaald en verklaren zijn uitspraak richting de Heren XVII, het bestuur van de VOC, dat hij “Negotie in menschenvlees fies” vindt. (2)

Kaap de Goede Hoop wordt door de regering in Batavia ook als strafkolonie gebruikt. De grens tussen deze gevangenen en slaafgemaakten is dun en er is sprake van een bewuste vermenging. De strafduur van de gevangenen wordt bewust ‘vergeten’, zodat de gevangenen onderdeel worden van de Kaapse slavengemeenschap. Mensen uit deze groep worden regelmatig tewerkgesteld bij VOC-functionarissen. Zo is de Chinees ‘Kieboeroe by d’ heer Staring’ werkzaam, waarschijnlijk in een administratieve rol bij de compagniescheepsboekhouding.

Slaafgemaakten in het huishouden van Staring

Damiaan en Sophia wonen aan de Kaap in de grote ambtswoning van twee verdiepingen op de equipagewerf. Het echtpaar houdt hier meerdere tot slaaf gemaakte mensen in privébezit. Dit blijkt onder meer uit een inventarislijst met Kaapse bezittingen die na het vertrek van Damiaan en Sophia in 1782 per veiling worden verkocht. 11 mannen, vrouwen en kinderen worden met naam genoemd.

In de veelal zakelijke correspondentie die bewaard is gebleven laat Damiaan zich slechts een enkele keer uit over slavernij. Een goed voorbeeld is de brief van 18 januari 1778, gericht aan zijn zaakwaarnemer, de Achterhoekse landschrijver Gerrit Smits. Als antwoord op het beklag van Smits over de tabaksprijzen in Gelderland, schrijft Damiaan dat hij dit ‘hier ook tot bloedsweetens toe gewaer’ wordt. Hij vervolgt dat het ‘de loffelijke Caabse gewoonte’ is om wekelijks een kwart pond tabak uit te delen aan mannelijke slaafgemaakten. ‘Nu hebbe ik 10 mans slaven in huys en in de stal, dat is 2 ½ pond per week’. Per pond kost ‘dat gemeene kruijt’ Staring 30 stuivers. (3)

De anekdote laat meerdere dingen zien: het gebruik van uitdeling van tabak en het feit dat Staring aangeeft dat hij op dat moment 10 mannelijke slaafgemaakten in bezit heeft. In de brief worden geen vrouwen genoemd, blijkbaar werd aan hen geen tabak uitgedeeld. Uit de boedelinventaris weten we dat er meerdere vrouwen én kinderen in het huishouden van Damiaan en Sophia leven. De slaafgemaakten werken in en om het huis en in de stallen. Staring zet hen ook in voor zijn houthandelsfirma La Fèbre & Co. Hierbij kan Staring verder gebruik maken van de onder hem vallende compagnieslaven.

Dit is het tweede deel van een driedelig spoor over Damiaan Hugo Staring in Zuid-Afrika. Lees hier het vorige deel en het volgende deel.

Bronnen en verder lezen:

  1. Voor slavernij in de Kaapkolonie zie onder andere: Robert Shell, Children of Bondage. A History of the Slave Society at the Cape of Good Hope, 1652-1838 (Hanover 1994) en Karel Schoeman, Portrait of a Slave Society. The Cape of Good Hope, 1717-1795 (Pretoria 2012). Voor Staring en de Kaapkolonie zie verder: Staring, A., Damiaan Hugo Staring, een zeeman uit de achttiende eeuw (Zutphen 1948); Worden, Nigel (red.), Cape Town between East and West (Hilversum 2012).
  2. Nationaal Archief, archiefnr. 1.04.02, inv.nr. 4299.
  3. Familiearchief De Wildenborch, Damiaan Hugo Staring, inv.nr. 28, boedelinventaris verkoop Kaapse bezittingen 18 en 19 februari 1782 en begeleidende brief van W. C. Boers en T. Rönnenkamp, d.d. 25 april 1782.


Rechten

Aschwin Drost, Scribe Diem, 2022, CC-BY-NC

  • Sporen van slavernijverleden

  • Streekgeschiedenis

  • Oost - West

  • 1700-1800

  • Bronckhorst

  • Achterhoek

Relevante links

Verwante verhalen

Lees meer

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

info@mijngelderland.nl

Inschrijven nieuwsbrief

mijnGelderland Sociale media

erfgoed gelderland

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
Team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

E info@mijngelderland.nl