Vernieuwing tijdens de Industriële Revolutie  De Waal als levensader - Werken langs de Waal 5

In 1816 voer het eerste stoomschip over de Waal, en al gauw was de raderboot een vertrouwd beeld. Op de voorgrond van deze tekening uit 1828 van Peter Franciscus Peters is een raderboot te zien. © via Collectie Gelderland Museum het Valkhof Tot 1918 lag de scheepswerf van Nijmegen aan de oostkant van de stad, bij het Meertje aan de Ooysluis, zoals op deze aquarel van J.H.Doeleman uit 1884 is te zien. © via Collectie Gelderland, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed In de negentiende eeuw ontwikkelde ook in Nijmegen de industrie zich. Op deze aquarel van Lauwerier uit 1875 zijn de katoenfabriek van Bahlmann en de Nieuwe Haven te zien, aan de westkant van Nijmegen. © Museum het Valkhof via Collectie Gelderland Rond 1610 werd een trekvaart tussen Arnhem en Lent aangelegd, hier te zien op een anonieme prent uit 1744. Bij Lent werden de laatste delen in 1930 gedempt. © Regionaal Archief Nijmegen CC0 Rond 1900 ontwikkelde Nijmegen zich sterk, met de spoorbrug (1879), de Nieuwe Haven en de opkomst van de industrie en de stoomscheepvaart. Op deze ets van Eugène Lücker uit 1913 zijn die veranderingen goed te zien. © via Collectie Gelderland Museum het Valkhof Tussen 1920 en 1927 werd het Maas-Waalkanaal aangelegd. Het betekende een grote impuls voor de nieuwe haven van Nijmegen. © Beeldbank Rijkswaterstaat, Afdeling Multimedia
De industriële revolutie veranderde in de negentiende eeuw de aard van de handel op de Waal. De stoomscheepvaart deed zijn intrede, en talloze maatregelen zorgden ervoor dat de Rijn steeds beter bevaarbaar werd. De tolplaatsen verdwenen en met name Rotterdam en het Ruhrgebied ontwikkelden zich tot de grootste industriële regio’s van Europa. Meer dan ooit werd de Waal een ‘werkrivier’.

Deze tekst maakt onderdeel uit van de special Verbeelding van de Waal, De Waal als levensader, thema Werken langs de Waal.

Einde aan de tolheffing

Lange tijd was tolheffing een belangrijke inkomstenbron voor steden. In de loop van de zeventiende en achttiende eeuw nam het aantal tollen toe, terwijl de rivierhandel zelf stagneerde. Dat leidde tot toenemende protesten. Mede tegen die achtergrond werd tijdens het Congres van Wenen in 1815 het principe van de vrije scheepvaart ingevoerd op de grote rivieren. De eerste internationale Rijnvaartakte werd in 1831 aangenomen. In 1868 werd de akte in Mannheim herzien. Velen zien hierin de kiem voor de tegenwoordige Europese economische samenwerking. In de Akte wordt een vrije en gemeenschappelijke transportmarkt geregeld. De afschaffing van de tol heeft bijgedragen aan de hernieuwde groei van het economische verkeer over de Rijn in de negentiende eeuw.

Vernieuwing van de Rijnvaart

Ook andere ontwikkelingen zorgden voor groei van de Rijnhandel. De ontwikkeling van de chemische industrie rond vooral Basel en in het Ruhrgebied, vanaf het begin van de negentiende eeuw, was een belangrijke stimulans. Het goedkope vervoer van voor de industrie noodzakelijke grondstoffen, zoals steenkool en petroleum, was vooral mogelijk over water. Bovendien kwamen in de negentiende eeuw stoom als krachtbron en staal als bouwmateriaal ter beschikking, waarmee de Rijn- en binnenvaart op bloeiden. Stoomsleepboten maakten vrachtschepen onafhankelijk van de grillen van wind en water. In 1841 verscheen de eerste ijzeren Rijnaak, die al snel het beeld bepaalde van de Rijnvaart..

Normalisatie van de Waal

Tot slot waren de talrijke waterstaatkundige maatregelen van belang, waarmee de scheepvaart op de Rijn werd verbeterd. Vanaf 1817 werd de bovenloop van de Rijn in Duitsland door de afsnijding van bochten meer dan 80 kilometer verkort. Hoewel er in Nederland al vanaf de zeventiende eeuw verbeteringsmaatregelen hadden plaatsgevonden, werd de Waal vanaf 1850 planmatig door Rijkswaterstaat genormaliseerd: het stroomprofiel werd vastgelegd met kribben en dammen. De werken liepen door tot 1916. Ook werd in de loop van de negentiende en twintigste eeuw de Nederlandse waterinfrastructuur uitgebreid, onder meer met de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal en het Maas-Waalkanaal. Zo werden de Waal en het Duitse achterland direct verbonden met de haven van Amsterdam.

Bronnen

  • J.U. Brolsma. 2010. Beknopte geschiedenis van binnenvaart en vaarwegen de ontwikkeling van de natte infrastructuur in Nederland. Rijkswaterstaat, Delft.
  • Thea van den Heuvel en Michiel Kruidenier. 2016. ‘Werken langs de Waal. Industrieel erfgoed in Nijmegen’. Nijmegen.
  • Plessen, Marie-Louise von. 2016. Der Rhein. Eine europäische Flussbiografie. Bundeskunsthalle Bonn / Prestel München.
  • Groustra, A., C. Verkerk & J. Westra. 2005. Schipper mag ik overvaren? Riviertollen in Gelderland. Stichting De Stratemakerstoren, Nijmegen.
  • Marjo Wiltingh en Han Kersten. 2015. Lekko! Schippers in zicht.
  • Frank Antonie van Alphen. 2105. De Kaaisjouwers – een hard leven aan de Waal. Museum De Stratemakerstoren, Nijmegen.

Auteur: Overland, in opdracht van De Bastei, Nijmegen.

Vervolg: Recreatiehaven in plaats van overslaghaven



Links

Aquarel van Lauwerier
Aquarel van Ooysluis
Afb Trekvaart Lent
Afb Aanleg Maas-Waalkanaal
Tekening raderboot
Ets Eugène Lücker

Locatie

Vond u dit artikel nuttig?
Ja Nee

Reageer op dit verhaal

Stuur hier een reactie op bovenstaand verhaal. Je hoeft niet per sé in te loggen bij Disqus, een bijdrage leveren als gast is ook mogelijk. Vul wel altijd een e-mailadres in. Aanvullende afbeeldingen plaatsen, kan ook, mits rechtenvrij.

comments powered by Disqus

Inschrijven nieuwsbrief

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

T 026-3521690
E info@mijngelderland.nl