Scheepvaart en handel 

Schepen: Gezicht vanaf de wal te Doesburg op de Rouwen- en Prins Willems- en Carolinenberg, 1854 [Afbeelding: Gelders Archief 1551-GM 09241] Schepen: Autowrak Dieren [Afbeelding: Marc Pluim, Velp] Autowrak met lichaam van bestuurder is boven water gehaald en wordt afgevoerd. De avond daarvoor reed de man per ongeluk van de veerboot Dieren - Olburgen af de IJssel in en verdronk. Schepen: Schip over dwars, Doesburg [Afbeelding: Marc Pluim, Velp] Schip blokkeert de doorvaart nadat het bij een verkeerde manoeuvre tussen de oevers klem kwam te liggen. Schepen: Plezierboot in brand [Afbeelding: Marc Pluim, Velp] Brandend plezierjacht in de IJssel onder het viaduct van de snelweg. Vanwege explosiegevaar werd het verkeer op de A348 stilgelegd. Schepen: Model van een aak voor de binnenvaart [Afbeelding: Coll. De Roode Tooren – Doesburg] Schepen: Model van een tjalk voor de binnenvaart met twee kleine Doesburger boten [Afbeelding: Coll. De Roode Tooren – Doesburg] Op de IJssel hebben talloze soorten schepen gevaren. Van belang was dat deze schepen niet te diep in het water lagen aangezien de IJssel vaak lage waterstanden had. Vele soorten platbodems zoals aken en tjalken vaarden op de IJssel. De wens van de koopman was om steeds grotere schepen in te zetten. Een van de grootste schepen in de 16de en 17de eeuw was de samereus, een aaktype van wel 35 meter lang. Omdat de schepen steeds groter en ‘vierkanter’ werden, kwam in het laatste kwart van de 16de eeuw zijzwaarden in zwang, een soort houten of metalen ‘vleugels’ aan de zijkant die ervoor zorgden dat het schip niet opzij dreef, maar vooruit. Schepen: Schippersgilde schildje [Afbeelding: Historisch Museum Arnhem] Aanvankelijk waren schippers tevens kooplieden die hun eigen waar verscheepten. Later kwamen er steeds meer huurschippers die kooplieden konden inhuren voor het verschepen van hun waar. Na verloop van tijd werd het systeem van markt- en beurtschippers geïntroduceerd, zodat volgens vaste regels en op vastgestelde tijden vrachten per schip vervoerd konden worden. Schepen: Begrafenisschildje [Afbeelding: Historisch Museum Arnhem] Schippers waren veelal in een schippersgilde georganiseerd zoals in Arnhem, Doesburg en Zutphen. Via het schippersgilde kon invloed op het bestuur van de stad uitgeoefend worden. Het schippersgilde zorgde verder onder meer voor de financiële ondersteuning van schippersweduwen en begrafenissen. Daarbij werd op de kist een kleed gelegd, behangen met de hier getoonde begrafenisschilden. De Arnhemse schippers richtten in 1628 een zelfstandig schippersgilde op. In het midden van de 16de eeuw namen een tiental Arnhemse schippers voor een kwart de handel op de IJssel voor hun rekening. Ze waren draagkrachtig genoeg om zelfs een eigen schutterij er op na te houden. Voor Arnhem is echter de handel over land altijd belangrijker geweest dan over de rivieren. Schepen: Tjalken op de IJssel bij Hattem, Jan Voerman 1906-1907 [Afbeelding: Historisch Museum Arnhem] Schepen: Hanzeschotel [Afbeelding: Historisch Museum Arnhem] Dit soort schotels wordt vaak ‘Hanzeschotel’ genoemd omdat het verspreidingsgebied waar de schotels gevonden worden, vrijwel samen valt met de route van het Hanzeverbond. Deze schotel dateert echter uit de 11de eeuw en heeft met het Hanzeverbond dus niets te maken! De precieze functie van deze schotels is niet bekend. Aan de binnenzijde zijn vijf religieuze figuren met kazuifel afgebeeld. Mogelijk zijn ze gebruikt als liturgisch wasbekken in de kerk of als hostieschaal bij grote eucharistievieringen. Tolhuizen: Carthe aenwijsende die situatie van den Rhijnstroom ende IJsseloort mit eenige naastgelanden bijlangs d’Issel aende Veluwsche syde in den jaire 1592 [Afbeelding: Gelders Archief 1510-0124-AKV333] Tolhuizen: Tolzakje in gebruik bij de schipbrug te Doesburg [Afbeelding: Coll. De Roode Tooren – Doesbrug] Tolhuizen: Scheepstoeter gebruikt bij de schipbrug te Doesburg [Afbeelding: Coll. De Roode Tooren – Doesburg] Tolhuizen: Klomp voor het betalen van bruggeld bij de schipbrug in Doesburg. [Afbeelding: Coll. De Roode Tooren – Doesburg] De brugwachter liet de klomp, die aan een stok hing, zakken zodat de schipper het bruggeld erin kon doen.
Handel op de IJssel was tot omstreeks 1200 van lokaal belang. Daarin kwam verandering door het ontstaan van de Zuiderzee en een betere doorstroming van de IJssel.

Als eerste grote handelsnederzetting ontstond Kampen, voorhaven van een uitgestrekt achterland tot voorbij Keulen. In het kielzog van Kampen floreerden veel IJsselsteden in de 14de en 15de eeuw dankzij de Ommelandvaart: de handel op de Oostzee. Met het nieuwe type schip - het koggeschip - konden grote ladingen verscheept worden en in ondiepere wateren gevaren worden.

Het Hanzeverbond

In 1418 kwam in Lübeck officieel het Hanzeverbond tot stand, een stedenverbond waarbij rechten, (tol)vrijstellingen en handelsvoorwaarden geregeld werden. Arnhem was van 1441 tot 1615 lid van de Hanze, maar speelde in tegenstelling tot Doesburg en Zutphen slechts een beperkte rol.

Vanaf de Oostzee werd haring, zout, graan, hout en bont aangevoerd, vanuit Engeland wol en uit de Nederlanden laken. De IJssel vormde een belangrijke schakel tussen de Rijn en Amsterdam. Aan het eind van de vijftiende eeuw bleek het monopolie op de Oostzeehandel niet meer te handhaven. Bovendien verzandde de IJssel steeds meer en in zestiende eeuw werden de Oost-Nederlandse steden volledig door Amsterdam overvleugeld en kwam een einde aan de IJssel als internationale scheepvaartweg.

Een druk bevaren route

De handel op Duitsland via de Rijn bleef. Vanuit Duitsland werden in de zestiende eeuw met Rijnaken rijnwijn, bier, steenkool, Duits aardewerk, molenstenen en natuursteen gehaald. Vanuit Holland en Friesland werden vooral vis, zout, laken, kaas, boter en Franse wijnen en dakpannen over de IJssel vervoerd. Ook fruit uit de IJsselstreek werd verscheept. Zo brachten schippers veel kersen uit het gebied rond de IJsselmond bij Westervoort en Huissen naar Holland. In de negentiende en twintigste eeuw vervoerden lokale schippers vooral zand, grint en turf. Als er geen wind stond of nauwelijks stroming was, werden de schepen aan een lijn door paarden of mensen langs de oever voortgetrokken. Inmiddels is de IJssel een druk bevaren route voor zowel de scheepvaart als de pleziervaart en varen er vrachtschepen van wel 100 meter lang.

Tolhuizen

Op de IJssel werden zogenaamde riviertollen geheven. Schippers mochten de IJssel pas bevaren als ze bij de riviertollenaar in het tolhuis betaald hadden. De tollenaar werd aangesteld door de eigenaar van de tol, meestal de landsheer. De IJsseltollen te IJsseloord bij Westervoort en Zutphen waren in bezit van de hertogen van Gelre. Zij vonden in de IJsseltollen een van hun voornaamste inkomstenbronnen. De tol IJsseloord bestond sinds de 14de eeuw en lag strategisch bij de IJsselmond waar zowel verkeer op de IJssel als op de Neder-Rijn kon worden gecontroleerd. Hier hebben twee tollen gelegen die op een gegeven moment naar Arnhem zijn verplaatst.

Naast de tolgelden werden later ook nog bruggelden geheven. Zo moest er brug- of schipgeld betaald worden voor het openen van de Doesburgse schipbrug. Bij Europese conventies in de 19de eeuw is de Rijnloop tolvrij gemaakt. Toen zijn ook de tollen opgeruimd waar schippers moesten betalen voor het passeren van IJsselbruggen.

 


Reageer op dit verhaal

Stuur hier een reactie op bovenstaand verhaal. Je hoeft niet per sé in te loggen bij Disqus, een bijdrage leveren als gast is ook mogelijk. Vul wel altijd een e-mailadres in. Aanvullende afbeeldingen plaatsen, kan ook, mits rechtenvrij.

comments powered by Disqus

Inschrijven nieuwsbrief

Contactgegevens

Erfgoed Gelderland
team mijnGelderland
Westervoortsedijk 67-D
6827 AT Arnhem

T 026-3521690
E info@mijngelderland.nl